Wintersporttermen uitgelegd: van piste tot poedersneeuw

Wat betekent carven, off-piste of een zwarte piste? Dit overzicht legt de belangrijkste wintersporttermen uit, van pistekleuren tot lawinegevaar.

Inhoudsopgave

    Ga je voor het eerst op wintersportvakantie, dan hoor je op de berg een taal die half Nederlands, half Engels en half Duits lijkt. Hieronder vind je eerst een compacte begrippenlijst en daarna de uitleg per onderwerp: de piste, de liften, de sneeuw en de veiligheid. Ben je geïnteresseerd in bergen, lees dan ook ons artikel over gebergten in de wereld.

    Wintersport termen

    De belangrijkste wintersporttermen op een rij

    TermBetekenis
    AfdalingDe route van boven naar beneden over een piste
    BackcountrySkiën in onbewaakt, ongeprepareerd terrein ver van de piste
    Buckels (bumps of moguls)Sneeuwbulten die ontstaan doordat skiërs sneeuw opzijschuiven
    CarvenBochten maken op de kant van je ski, zonder te schuiven
    Fall lineDe kortste, steilste lijn naar beneden; de route die een bal zou volgen
    First tracksAls eerste sporen trekken in verse sneeuw
    FreerideSkiën of snowboarden in onaangeraakte sneeuw buiten de piste
    FreestyleSkiën of snowboarden met sprongen en acrobatische elementen
    GogglesSkibril; beschermt je ogen en verbetert je zicht
    GondelGesloten cabinelift; je doet je ski’s af en stapt in
    HalfpipePijpvormige constructie van sneeuw voor sprongen en trucs
    LanglaufenSkiën over vlak of licht glooiend terrein op smalle ski’s
    Lawinepieper (LVS)Zender-ontvanger waarmee je bedolven wintersporters kunt opsporen
    Magic carpetTransportband in de sneeuw, meestal in het beginnersgebied
    MandRonde schijf onder aan je skistok, zodat die niet te diep wegzakt
    Off-pisteSkiën naast de gemarkeerde piste
    PisteGemarkeerde en geprepareerde route die is aangewezen om op te skiën
    PizzapuntSki’s in een V-vorm om af te remmen; de eerste techniek die je leert
    PoederLichte, droge verse sneeuw; voor veel wintersporters de ideale conditie
    PrikkenJezelf met je stokken vooruitduwen over een vlak stuk
    SchussRecht naar beneden skiën zonder bochten te maken
    SkipasToegangsbewijs voor de liften, per dag, meerdere dagen of week
    SlalomTussen poortjes of palen door skiën met veel korte bochten
    SlopestyleFreestyle-onderdeel over een parcours met rails, sprongen en obstakels
    SlushPapperige, natte sneeuw die vooral in het voorjaar ontstaat
    SnowparkAfgebakend gebied met sprongen, rails en boxen voor freestyle
    StoeltjesliftOpen lift waarin je zittend omhoog gaat, met je ski’s aan
    TelemarkSkitechniek waarbij je hak niet vastzit aan de ski
    ToerskiënOp ski’s omhoog lópen met stijgvellen en daarna afdalen
    TraverseHorizontaal over een helling bewegen met zo min mogelijk hoogteverlies
    White-outVrijwel geen zicht door mist, sneeuwval of vlak licht
    De meest gebruikte wintersporttermen, alfabetisch gerangschikt.

    Op en naast de piste

    Een piste, of skipiste, is een gemarkeerde zone die is aangewezen om veilig op te skiën. De sneeuw wordt er samengedrukt en bewerkt, zodat er een stabiele sneeuwlaag ontstaat. Langs de piste vind je meestal ook bankjes, liften en eetgelegenheden. Overigens komt het woord piste ook elders voor: het middenterrein van een circus en de wielerbaan heten allebei piste.

    De tegenhanger is off-piste: skiën naast de gemarkeerde route. Ga je nog verder het onbewaakte terrein in, dan spreek je van backcountry of freeride. Buiten de piste is het lawinegevaar veel groter en wordt er niet gecontroleerd of geprepareerd. Doe dit alleen met de juiste ervaring, uitrusting en kennis van lawinegevaar.

    Wil je springen en trucs doen, dan ga je naar het snowpark of de halfpipe. Een halfpipe is een pijpvormige constructie van sneeuw waarin vooral snowboarders, maar ook skiërs, hun sprongen maken.

    Pistekleuren: wat betekent welke kleur?

    Elke afdaling krijgt een kleur die de moeilijkheidsgraad aangeeft. Let op: de indeling verschilt per land en is geen exacte wetenschap. Een rode piste in het ene skigebied kan zwaarder aanvoelen dan een zwarte in het andere.

    KleurMoeilijkheidVoor wieLet op
    GroenZeer makkelijkBeginners en kinderenBestaat niet overal; onder meer in Frankrijk wel
    BlauwMakkelijkBeginners en gevorderde beginnersWaar geen groen bestaat, is blauw de makkelijkste piste
    RoodMiddelzwaarGevorderdenSteilere passages, doorgaans tot ongeveer 35 graden
    ZwartZwaarErvaren skiërsSteil en soms smal; niet altijd volledig geprepareerd
    Geel of oranjeSkiroute, niet geprepareerdErvaren skiërs met lawinekennisWordt niet bewaakt of geprepareerd; in sommige gebieden markeert geel juist een langlaufroute
    In Noord-Amerika werkt het anders: daar staan een groene cirkel, een blauw vierkant en een zwarte ruit voor oplopende moeilijkheid.

    Daarnaast zijn er kinderpistes. Die hebben geen kleur en zijn vrijwel vlak.

    Liften: hoe kom je omhoog?

    Voordat je kunt afdalen, moet je omhoog. Daarvoor bestaan verschillende liften:

    • Stoeltjeslift: je gaat zittend omhoog en houdt je ski’s aan
    • Sleeplift: je wordt over de sneeuw omhooggetrokken aan een beugel of schotel; je voeten blijven de grond raken
    • Gondel of cabinelift: een gesloten cabine, waarvoor je je ski’s afdoet
    • Magic carpet: een transportband in de sneeuw, meestal in het beginnersgebied

    Om de liften te gebruiken heb je een skipas nodig. Die koop je per dag, per aantal dagen of per week.

    Sneeuw en weersomstandigheden

    De sneeuw verandert continu, en daarmee de manier waarop je skiet. Deze woorden hoor je het vaakst:

    • Poeder: lichte, droge verse sneeuw. Voor veel wintersporters de ideale conditie
    • Slush: papperige, natte sneeuw bij hogere temperaturen, vooral in het voorjaar
    • Buckels: bulten die ontstaan doordat skiërs sneeuw opzijschuiven. Wordt de piste niet geprepareerd, dan groeien ze uit tot harde bobbels. Een helling vol buckels heet een buckelpiste
    • IJsplaat: hard bevroren sneeuw waar je ski’s weinig grip op hebben
    • White-out: vrijwel geen zicht door mist, sneeuwval of vlak licht. Je ziet dan het verschil tussen sneeuw en lucht niet meer
    • Vlak licht: bewolkt weer zonder schaduwen, waardoor je oneffenheden in de piste niet ziet aankomen

    Lawinegevaar: de Europese gevarenschaal

    Ga je buiten de piste, dan is het lawinebericht belangrijker dan het weerbericht. In heel Europa wordt sinds 1994 dezelfde gevarenschaal met vijf niveaus gebruikt, afgesproken door de gezamenlijke lawinewaarschuwingsdiensten.

    NiveauNaamWat betekent het?
    1GeringOver het algemeen veilige omstandigheden; lawines vooral op extreem steil terrein
    2MatigGrotendeels gunstig; kies je route op steile hellingen zorgvuldig
    3AanzienlijkKritisch niveau; de meeste dodelijke lawineongevallen gebeuren bij niveau 3
    4GrootOngunstige omstandigheden; blijf op gematigd terrein en alleen met veel ervaring
    5Zeer grootUitzonderlijke situatie; ook wegen en dorpen kunnen bedreigd worden
    Bron: European Avalanche Warning Services (EAWS), Europees uniform sinds 1994.

    Wie regelmatig off-piste gaat, draagt standaard een lawinepieper, een schep en een sonde. Volg ook een cursus: die uitrusting helpt alleen als je ermee kunt omgaan.

    De gedragsregels op de piste

    De internationale skifederatie FIS heeft tien gedragsregels opgesteld die wereldwijd als norm gelden op de piste. De belangrijkste:

    • Breng anderen niet in gevaar
    • Pas je snelheid en manier van skiën aan op je eigen kunnen, het terrein, de sneeuw, het weer en de drukte
    • De skiër die van boven komt, moet zo uitwijken dat degene beneden hem geen gevaar loopt
    • Kijk voor je invoegt of inhaalt eerst omhoog en omlaag
    • Stop niet op een smal of onoverzichtelijk stuk piste
    • Respecteer alle borden en markeringen
    • Verleen hulp bij een ongeval; dat is voor iedereen verplicht

    Technische skitermen

    • Carven: bochten maken op de kant van je ski, waarbij de ski snijdt in plaats van schuift
    • Slalom: tussen poortjes door skiën met veel korte bochten. Bij de reuzenslalom staan de poortjes verder uit elkaar
    • Schuss: recht naar beneden skiën zonder bochten
    • Traverse: horizontaal over een helling bewegen met zo min mogelijk hoogteverlies
    • Fall line: de kortste en steilste lijn naar beneden, de route die een bal zou volgen
    • Visgraat: met de ski’s in een V omhooglopen; je sporen lijken op een visgraat
    • Kick-turn: op je plek draaien door eerst de ene ski op te tillen en te keren, en dan de andere
    • Telemark: skiën met een losse hak, in een kenmerkende uitvalspas
    • Toerskiën: met stijgvellen onder je ski’s omhooglopen en daarna afdalen; hak en binding laten je hiel vrij bewegen
    • Freestyle: skiën of snowboarden met sprongen en acrobatische elementen
    • Slopestyle: freestyle-onderdeel over een parcours met rails, sprongen en andere obstakels
    • Rail slide: met je ski’s of board over een metalen of houten rail glijden
    • Bowl: skiën op een brede, komvormige helling
    • Cliff huck: van een rots springen; alleen voor zeer ervaren skiërs
    • Heliskiën: je met een helikopter naar een afgelegen helling laten brengen en daar afdalen
    • Grasskiën: skiën op gras met speciale ski’s op rupsbandjes, als zomertraining

    Ski-jargon: wat zeggen ervaren wintersporters?

    Naast de officiële termen is er informeel jargon. Veel daarvan is Engels en wordt ook in Nederlandse skigroepen gewoon in het Engels gebruikt:

    • Pizzapunt: de V-vorm waarmee je als beginner remt en kleine bochtjes maakt
    • Prikken: jezelf met je stokken vooruitduwen. Ervaren skiërs hebben er een hekel aan
    • Bunny slope: de oefenhelling voor beginners
    • Never-ever: iemand die voor het allereerst op ski’s staat
    • Brain bucket: grappige bijnaam voor een skihelm
    • Yard sale: een val waarbij je ski’s, stokken en muts over de hele helling verspreid liggen
    • Gaper: iemand die de etiquette op de piste duidelijk niet kent
    • First tracks: als eerste sporen trekken in verse sneeuw
    • Milk run: de allereerste afdaling van de dag
    • Banaan (of akja): de sledebrancard waarmee de pistedienst een gewonde naar het dal brengt
    • Lange latten: gekscherende Nederlandse aanduiding voor ski’s

    Veelgestelde vragen over wintersporttermen

    Wat betekenen de kleuren van een piste?

    De kleur geeft de moeilijkheidsgraad aan. Groen is het makkelijkst, daarna blauw, rood en zwart. Waar geen groene pistes bestaan, is blauw de makkelijkste. Een gele of oranje markering betekent meestal een ongeprepareerde skiroute die niet wordt bewaakt.

    Wat is het verschil tussen off-piste en backcountry?

    Off-piste is skiën direct naast de gemarkeerde piste, vaak nog binnen het skigebied. Backcountry gaat verder: dan ski je in afgelegen terrein zonder liften, bewaking of pistedienst. In beide gevallen is er geen lawinebeveiliging, maar bij backcountry ben je volledig op jezelf aangewezen.

    Wat is carven?

    Carven is bochten maken op de kant van je ski, waarbij de ski door de sneeuw snijdt in plaats van zijwaarts te schuiven. Je laat daarbij een smal, gebogen spoor achter. Moderne, taille-vormige ski’s maken deze techniek een stuk toegankelijker dan vroeger.

    Wat is een white-out?

    Bij een white-out heb je vrijwel geen zicht meer, door mist, dichte sneeuwval of vlak licht. Je onderscheidt de sneeuw niet meer van de lucht en ziet oneffenheden niet aankomen. Zoek dan een gemarkeerde piste op of ga naar beneden.

    Wat betekent lawinegevaar 3?

    Niveau 3 heet ‘aanzienlijk’ op de Europese lawinegevarenschaal van 1 tot 5. Het is een kritisch niveau: de meeste dodelijke lawineongevallen gebeuren juist bij niveau 3, omdat de omstandigheden op het oog nog redelijk lijken. Buiten de piste is dan grote terughoudendheid geboden.

    Bronnen

    • European Avalanche Warning Services (EAWS), ‘Avalanche Danger Scale’
    • International Ski and Snowboard Federation (FIS), ‘Code of Conduct for Skiers and Snowboarders’
    Eerste publicatie op: 6 januari 2023
    Geschreven door: Team Kennisdomein
    Van Kennisdomein
    Team Kennisdomein bestaat uit specialisten die hun sporen hebben verdiend. Het team zorgt voor invulling van Kennisdomein vanuit de passie voor schrijven en het delen van kennis met anderen. De specialisten willen graag meer inzicht creëren in tal van onderwerpen zodat...
    Meer informatie

    Aanbevolen artikelen

    Kind in oorlog Gaza
    Over de wereld
    Het is een van de meest complexe en langdurige conflicten in het Midden-Oosten: de oorlog in Gaza. De laat...
    Michel Steers Graffiti 'piece'
    Over de wereld
    Graffiti is tekst of beeld dat met spuitbussen op muren en objecten wordt aangebracht. Lees over de beteke...
    Oude boeken
    Over de wereld
    In ons blog Boeken, welke gen...
    Trein in Nederland
    Over de wereld
    Bijzondere stations in Nederland zijn er genoeg: van het jugendstilstation Haarlem tot het futuristische R...
    Meer artikelen over Over de wereld