Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Maatschappelijk

Komt er nog een Elfstedentocht? Wat het KNMI verwacht

De Elfstedentocht is een schaatstocht van bijna 200 kilometer langs elf Friese steden. Komt er ooit nog een, en wat is daarvoor nodig?

Team Kennisdomein Door 14 minuten lezen
Oude houten Friese schaatsen hangen aan een schuurwand bij een vaart met een witte ophaalbrug op een mistige herfstochtend

De laatste Elfstedentocht werd verreden op 4 januari 1997. Het KNMI, het weerinstituut van de overheid, schat de kans op een winter met genoeg kou nu op ongeveer 8 procent per jaar. Rond 1900 was dat nog 20 procent. In een klimaatbericht van januari 2026 schrijft het KNMI dat er deze eeuw naar verwachting nog één tocht komt, het waarschijnlijkst in de komende tien jaar. Meer over tradities en het leven in Nederland staat in het kennisgebied Maatschappelijk.

Wat er nodig is voor een Elfstedentocht

Langs de hele route moet minstens 15 centimeter ijs liggen. Die eis stelt de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden, die de tocht organiseert en ongeveer 32.000 leden heeft. Korte stukken met dunner ijs kunnen de schaatsers volgens het KNMI lopend omzeilen. Dat heet klunen: je loopt met je schaatsen aan een eind over de kant.

Wie meet dat ijs? Dat doen de rayonhoofden, mensen van de vereniging die elk een stuk van de route in de gaten houden. Volgens de vereniging komen ze pas bij elkaar om over de dikte te praten als er al een flinke ijsvloer ligt.

Ligt er overal genoeg ijs, dan maakt de vereniging de tocht bekend met de beroemde woorden It giet oan, Fries voor het gaat door. Op haar eigen site noemt de vereniging daarvoor drie dagen voor de start. De dag voor de start is de inschrijvingsdag voor alle deelnemers. Het KNMI schrijft dat de organisatie tegenwoordig met twee dagen toe kan, omdat ze de weersverwachting beter gebruikt. Dat scheelt. In 1984 bleek het ijs achteraf dik genoeg, maar kon het besluit niet meer op tijd vallen.

Waarom juist 15 centimeter

Bij de laatste tochten stonden ruim 16.000 deelnemers op het ijs, en langs de route stond publiek. Bij een volgende tocht zijn er 30.000 startplekken, en volgens de vereniging komt ongeveer 80 procent daarvan opdagen: zo’n 24.000 schaatsers. Volgens de vereniging vraagt alleen de wedstrijd al 15 centimeter ijs, vanwege het publiek. Het KNMI noemt het aannemelijk dat de eerste, kleine tochten minder streng waren. Met de drukte van nu was de tocht van 1909 er waarschijnlijk niet gekomen.

Op internet zie je soms ook 16 of 20 centimeter. Die 20 centimeter komt uit het rekenmodel van het KNMI. Dat model berekent hoe dik het ijs op een paar plekken langs de route wordt. Pas bij een berekende dikte van 20 centimeter komt het uit op het werkelijke aantal tochten uit het verleden. Het is dus een rekengrens, en geen strengere eis van de vereniging. Welke dikte geldt als je zelf op een sloot of plas wilt schaatsen, staat in ons artikel over schaatsen op natuurijs.

Het weer dat een Elfstedentocht mogelijk maakt

Volgens de vuistregel van het KNMI moet het in De Bilt vijftien dagen achter elkaar gemiddeld kouder zijn dan min 4,2 graden. Bij die kou was het ijs in Friesland meestal dik genoeg. De Bilt, bij Utrecht, is het vaste meetstation dat het KNMI hiervoor gebruikt. Het gaat om het gemiddelde van dag en nacht, dus het moet ook overdag flink koud zijn.

Zo’n periode vraagt eerst een flinke opbouw van kou ten noordoosten van Nederland. Daarna moet een hogedrukgebied lang op de juiste plek blijven liggen, zodat het die koude lucht naar ons toe stuurt. Bovendien zorgt het voor droog weer en heldere nachten, waarin het flink kan afkoelen. Volgens het KNMI kan zo’n situatie jarenlang uitblijven en daarna een paar winters achter elkaar komen.

Kou alleen is niet genoeg. Uit het onderzoek van het KNMI naar de winter van 2012 komen drie spelbrekers. Sneeuw op dun ijs werkt als een deken, waaronder het ijs nauwelijks nog aangroeit. Daarnaast houdt een zachte aanloop in december en januari het water warm, zodat het eerste ijs later komt. En in februari schijnt de zon door het ijs heen en warmt ze het water eronder op.

Hoe koud de laatste winters werden

Sinds de winter van 2013 op 2014 was het koudste stuk van vijftien dagen in De Bilt nooit kouder dan gemiddeld min 1,5 graden. De grens ligt op min 4,2. Dat hebben wij zelf uitgerekend met de daggegevens van het KNMI voor De Bilt. Per winter zochten we de koudste vijftien dagen achter elkaar. De tabel zet de laatste tochtwinter en de bijna-tocht van 2012 naast de laatste zes winters en die van 2017-2018, de koudste sinds 2013.

WinterKoudste 15 dagenGemiddelde temperatuurAfstand tot de grens van -4,2 °C
1996-199726 december tot en met 9 januari-6,9 °C2,7 graden kouder, tocht gereden
2011-201229 januari tot en met 12 februari-5,8 °C1,6 graden kouder, geen tocht
2017-201817 februari tot en met 3 maart-1,5 °C2,7 graden te warm
2020-202131 januari tot en met 14 februari-0,3 °C3,9 graden te warm
2021-20226 tot en met 20 januari3,8 °C8,0 graden te warm
2022-20234 tot en met 18 december0,0 °C4,2 graden te warm
2023-20246 tot en met 20 januari0,2 °C4,4 graden te warm
2024-20258 tot en met 22 januari1,4 °C5,6 graden te warm
2025-202628 december tot en met 11 januari0,7 °C4,9 graden te warm
Bron: eigen berekening met de daggegevens van het KNMI voor De Bilt, november tot en met maart.

Tien winters tegenover één

In de afgelopen winter bleef het koudste stuk van vijftien dagen zelfs boven nul. In onze telling haalden tussen 1951 en 2000 tien winters de grens. Sinds 2001 was dat er één: 2012.

De vuistregel klopt goed met het verleden. In dezelfde daggegevens voldoen 13 van de 15 tochtwinters. Alleen 1909 en 1912 niet, en volgens het KNMI werden die allebei bij dooi gereden. Wij gebruikten de reeks voor De Bilt die het KNMI zelf publiceert en heeft gecorrigeerd voor onder meer verplaatsingen van het meetstation. Voor 2012 komen we net als het KNMI op min 5,8 graden.

Hoe groot de kans nu is

De kans op een winter met genoeg kou is nu ongeveer 8 procent per jaar, gemiddeld eens in de twaalf jaar. Dat rekende het KNMI in 2019 uit, samen met het Planbureau voor de Leefomgeving. Dat planbureau onderzoekt voor de overheid de gevolgen van beleid voor milieu en ruimte. De marge is ruim, van 5 tot 19 procent. Aan het begin van de vorige eeuw was de kans 20 procent, gemiddeld eens in de vijf jaar.

Eens in de twaalf jaar betekent niet dat er elke twaalf jaar een tocht komt. Elke winter is een nieuwe worp, zoals met een dobbelsteen. Dat er al sinds 1997 geen tocht is geweest, maakt de kans deze winter dus niet groter, schrijft het KNMI.

Een rekensom maakt het concreet. Blijft de kans 8 procent per winter, dan is de kans op minstens één winter met genoeg kou in de komende tien jaar 57 procent. Dat is eerder te hoog dan te laag ingeschat, want de kans daalt verder. Bovendien levert niet elke koude winter een tocht op: in 2012 was het koud genoeg en ging het toch niet door.

Intussen duurt het wachten langer dan ooit. Eind september 2026 is de laatste tocht bijna dertig jaar geleden, ruim 10.800 dagen. De vorige lange pauze, tussen 18 januari 1963 en 21 februari 1985, duurde 8.070 dagen. Op 4 januari 2027 is het dertig jaar.

Wat het KNMI voor de rest van de eeuw verwacht

Na de komende jaren daalt de kans sterk, behalve bij weinig uitstoot van broeikasgassen. Dat blijkt uit de nieuwste berekening van het KNMI, van januari 2026. De reden is de opwarming van de aarde. Volgens het KNMI is de Nederlandse winter nu gemiddeld twee graden warmer dan rond 1900. De koudste periodes warmen bovendien sneller op dan het wintergemiddelde. Dat komt onder meer doordat de poolgebieden, waar de koude lucht vandaan komt, sneller opwarmen dan de oceaan.

Voor die berekening rekende het KNMI het weer tot 2100 door voor drie scenario’s met weinig, matige en veel uitstoot, elk zestien keer. Een ijsmodel rekende daarna de ijsdikte uit op zes plekken langs de route. Voor de winters van 2026 tot en met 2029 komt de kans zo op ongeveer 8 procent.

Daarna daalt de kans. Bij weinig uitstoot verwacht het KNMI tussen 2026 en 2100 gemiddeld iets meer dan 1,6 tocht. Bij matige uitstoot is dat iets minder, bij veel uitstoot gemiddeld 1. Aan het eind van de eeuw is de kans in de twee hogere scenario’s vrijwel nul. De conclusie van het KNMI: “Een Elfstedentocht gaat naar verwachting nog één keer gereden worden, en de kans daarop is het grootst in het komende decennium.”

De Golfstroom als onzekerheid

Eén onzekerheid noemt het KNMI zelf. De Golfstroom is de warme zeestroom die West-Europa zacht houdt. In het klimaatmodel van het KNMI verzwakt die stroom niet sterk. Gebeurt dat toch, dan kunnen de winters aan het eind van de eeuw juist weer kouder worden. Meer over zulke toekomstbeelden staat bij de klimaatscenario’s voor Nederland.

Winters die er dichtbij kwamen

De tocht is volgens het KNMI elf keer echt afgelast en een paar keer net niet doorgegaan. De laatste afgelasting op het laatste moment was in 1961. De tocht was aangekondigd voor 30 december, maar regen, storm en dooi kwamen tussenbeide. Het werd bijna 10 graden. Drieduizend deelnemers gingen die ochtend teleurgesteld naar huis.

Na een flinke vorstperiode begon in januari 1982 de dooi, met mist en regen. Ook in 1985 werd meer dan een maand gespeculeerd, tot de tocht er op 21 februari alsnog kwam. Twee jaar later zaten er knelpunten op de route. En in 1996 lag er gemiddeld 15 centimeter ijs, maar de dooi dreigde en het bestuur durfde het niet aan.

De winter van 2012

Van 29 januari tot en met 12 februari 2012 was het in De Bilt gemiddeld min 5,8 graden. Ruim genoeg volgens de vuistregel. Gemalen zijn de pompen die het water uit de polders wegpompen. Die gemalen en de scheepvaart in Friesland werden stilgezet voordat de vorst kwam, om de eerste vorstdagen niet te missen. Zwakke plekken werden versterkt met ijsschotsen van elders. Toch groeide het ijs niet genoeg. Net toen de eerste centimeters ijs lagen, viel er ongeveer 6 centimeter sneeuw. Bovendien behoorden de eerste tien dagen van februari tot de zonnigste in honderd jaar.

Op 8 februari 2012 moest toenmalig voorzitter Wiebe Wieling op een persconferentie slecht nieuws brengen. Volgens de NOS, de publieke omroep, zei hij: “Er ligt gemiddeld elf centimeter ijs en op sommige plaatsen maar acht tot negen centimeter.” Het ijsmodel van het KNMI kwam achteraf uit op 17,1 centimeter. Zonder de sneeuw was dat 23 centimeter geweest, volgens het KNMI vrijwel zeker genoeg voor een tocht. Het weerinstituut tekent daarbij aan dat die berekening waarschijnlijk te gunstig is.

Alle vijftien Elfstedentochten

Sinds 1909 is de tocht vijftien keer verreden. De tabel hieronder geeft per tocht de datum, de winnaar, de tijd van de winnaar en het weer die dag.

DatumWinnaarRijtijdHet weer
2 januari 1909M. Hoekstra13 uur 50lichte dooi, zacht ijs met plassen
7 februari 1912Coen de Koning11 uur 40sterke dooi en regen, water op het ijs
27 januari 1917Coen de Koning9 uur 53lichte vorst en weinig wind
12 februari 1929K. Leemburg11 uur 09strenge vorst, hard ijs van matige tot slechte kwaliteit
16 december 1933A. de Vries en S. Castelein9 uur 05lichte vorst, zon, bijna windstil
30 januari 1940vijf rijders samen, onder wie Auke Adema11 uur 30sneeuw, stuifsneeuw en snijdende oostenwind
6 februari 1941Auke Adema9 uur 19redelijk ijs, lichte vorst, een dag later dooi
22 januari 1942S. de Groot8 uur 44strenge vorst en een stralende zon
8 februari 1947J. van der Hoorn10 uur 51slecht ijs, strenge vorst en harde wind
3 februari 1954Jeen van den Berg7 uur 35ideaal ijs, zon en weinig wind
14 februari 1956geen prijs uitgereiktgeenhobbelig ijs met scheuren, sneeuw en zand
18 januari 1963Reinier Paping10 uur 59scheuren, zeer strenge vorst, stormachtige wind en stuifsneeuw
21 februari 1985Evert van Benthem6 uur 47dooi en water op het ijs
26 februari 1986Evert van Benthem6 uur 55hard ijs met scheuren, zon, matige vorst
4 januari 1997Henk Angenent6 uur 49sterke wind, lichte tot matige vorst
Bron: datum, winnaar en rijtijd van Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden, het weer van het KNMI.

Snelste tijd en zwaarste tocht

De snelste tijd ooit reed Evert van Benthem in 1985: 6 uur en 47 minuten. De zwaarste tocht was die van 1963. Van de ruim 9.000 deelnemers haalde nog geen 1 procent de finish, en die tocht heet sindsdien de hel van ’63. Vrouwen mochten in 1985 voor het eerst meedoen aan de wedstrijd. Bij de volgende tocht komt er volgens de vereniging voor het eerst een aparte wedstrijd voor vrouwen, met een officiële winnares.

Meerijden met de Elfstedentocht

Komt de tocht, dan kun je niet zomaar meedoen. Alleen rijdende leden van de vereniging mogen starten, en er zijn 30.000 startplekken. Wie na 1 juni 2014 lid is geworden, komt eerst op een wachtlijst. Elk jaar in september of oktober schuiven wachtlijstleden door naar de plekken van mensen die hun lidmaatschap hebben opgezegd.

Lid worden kan vanaf 18 jaar. Je hebt dan een verklaring nodig van twee leden die zeggen dat je 200 kilometer op één dag kunt schaatsen. Volgens de vereniging komt bij een tocht ongeveer 80 procent van de startgerechtigden echt opdagen. Lege plekken worden niet aangevuld met mensen van de wachtlijst.

Hopen mag en rekenen ook

Het lange wachten heeft deels met toeval te maken, want Nederlandse winters zijn grillig. Maar de getallen vertellen meer. De laatste dertien winters kwam De Bilt nooit in de buurt van de grens, en het KNMI ziet de kans verder dalen. Ons oordeel: een zestiende tocht is goed mogelijk, maar vooral in de komende tien jaar, en elke zachte winter maakt hem minder waarschijnlijk.

Wil je weten of het deze winter spannend wordt, kijk dan niet naar de kalender maar naar de weersverwachting. Pas als die twee weken flinke vorst laat zien, met droog weer en weinig sneeuw, komt een tocht in beeld. Tot die tijd blijft het wachten op de woorden It giet oan.

Veelgestelde vragen over de Elfstedentocht

Wanneer was de laatste Elfstedentocht?

De laatste Elfstedentocht was op zaterdag 4 januari 1997. Henk Angenent won in 6 uur en 49 minuten. Volgens de organiserende vereniging stonden er 16.731 deelnemers aan de start.

In welke jaren is de Elfstedentocht verreden?

De Elfstedentocht is vijftien keer verreden: in 1909, 1912, 1917, 1929, 1933, 1940, 1941, 1942, 1947, 1954, 1956, 1963, 1985, 1986 en 1997. De tocht van 1933 was de enige in december. In 1941 en 1942 werd hij tijdens de Duitse bezetting gereden.

Wat is de route van de Elfstedentocht?

De route begint en eindigt in Leeuwarden en gaat langs Sneek, IJlst, Sloten, Stavoren, Hindeloopen, Workum, Bolsward, Harlingen, Franeker en Dokkum. Alleen de eerste vier tochten en die van 1941 gingen andersom, met Dokkum als eerste stad. Wie in Friesland op vakantie gaat, kan de route ook zonder ijs volgen. Op pinkstermaandag is er een fietstocht langs de elf steden, en in de week van Hemelvaart een wandeltocht van vijf dagen.

Wat betekent It giet oan?

It giet oan is Fries voor het gaat door. Met die woorden maakt de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden bekend dat de Elfstedentocht wordt verreden. Dat gebeurt als er langs de hele route 15 centimeter ijs ligt. De vereniging noemt daarvoor drie dagen voor de start.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op . Geschreven door onze eigen redactie en nagelopen op feiten, cijfers en bronnen.

Klopt er iets niet, of mis je iets? Laat het ons weten. We lopen het na en passen het artikel aan.

Bronnen

  • KNMI, Komt er deze eeuw nog een Elfstedentocht?, klimaatbericht van 14 januari 2026. De kans van ongeveer 8 procent voor 2026 tot en met 2029, de 20 centimeter uit het ijsmodel, het verwachte aantal tochten per scenario, de Golfstroom en de verwachting van nog één tocht.
  • Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden, FAQ Algemeen. De 15 centimeter langs de hele route, de aankondiging drie dagen voor de start, de rayonhoofden, de 30.000 startplekken, de wachtlijst en de eisen voor het lidmaatschap.
  • KNMI, Kans op Elfstedentocht in een veranderend klimaat, 7 februari 2019, met het Planbureau voor de Leefomgeving. De daling van 20 naar 8 procent, de vuistregel van min 4,2 graden, het klunen, de twee dagen voorbereiding, het besluit van 1984 en de snellere opwarming van de koudste periodes.
  • Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden, Historie. Datum, winnaar en rijtijd van alle vijftien tochten, de route sinds 1933, de 16.731 deelnemers van 1997 en de vrouwen in de wedstrijd.
  • KNMI, Weer (g)een elfstedenwinter, over de winter van 2012. De min 5,8 graden, de sneeuw, de zon, het ijsmodel met 17,1 en 23 centimeter, en waarom de tocht van 1909 nu niet zou doorgaan.
  • NOS, Voorlopig geen Elfstedentocht, 8 februari 2012. Het citaat van voorzitter Wiebe Wieling over elf centimeter ijs.
  • Elfstedentochten en het weer, uitlegpagina van het KNMI. Het weer per tocht, de elf afgelastingen en de bijna-tochten van 1961, 1982, 1987 en 1996.
  • Daggegevens van het weer in Nederland, downloadpagina van het KNMI. De dagtemperaturen van De Bilt waarmee wij de koudste vijftien dagen per winter hebben berekend.
Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein en geen persoon. De kern wordt gevormd door Chadli Hachani en Sonja Schwedersky, aangevuld met vaste schrijvers en meelezers per onderwerp.

Schrijft over Maatschappelijk, Ondernemen, Producten en Marketing.

Verder lezen in Maatschappelijk

Alle artikelen in Maatschappelijk