Misstanden bij interlandelijke adoptie: het rapport-Joustra
Misstanden bij interlandelijke adoptie kwamen tussen 1967 en 1998 op grote schaal voor. De overheid wist ervan en greep niet in.

Dat is de conclusie van de Commissie onderzoek interlandelijke adoptie in het verleden, onder leiding van oud-topambtenaar Tjibbe Joustra. Haar rapport verscheen op 8 februari 2021. Dezelfde dag schortte minister Dekker adoptie uit het buitenland op en bood hij excuses aan. Hij zei dat de overheid “niet heeft gedaan wat er van haar mocht worden verwacht”. Hoe adoptie verder werkt, staat in de artikelen over de adoptieprocedure en de kosten van adopteren. Wie wil lezen hoe adoptie in een gezin kan uitpakken, vindt de ervaringen van een adoptieouder en een adoptiekind. Meer over samenleving en overheid staat in het kennisgebied Maatschappelijk.
Rapport commissie onderzoek interlandelijke adoptie
De commissie onderzocht de rol en de verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid bij adopties uit het buitenland tussen 1967 en 1998. Ze keek vooral naar vijf landen: Colombia, Sri Lanka, Indonesië, Bangladesh en Brazilië. Hieronder staan de bevindingen per land, daarna de algemene conclusie.
Bevindingen adoptie Colombia
In de jaren zeventig kwam adoptie uit Colombia op gang. Het land had te maken met politiek geweld, armoede, werkloosheid en binnenlandse conflicten. Adopties gebeurden lang zonder overheidstoezicht. Daardoor konden tussenpersonen zoals artsen en advocaten misbruik maken van de situatie, en ook criminele netwerken profiteerden. De commissie vond onder meer:
- Vervalste documenten
- Omkoping, corruptie en fraude
- Betalingen die niet klopten
- Kinderhandel uit winstbejag
- Ouders die onder dwang hun kind moesten afstaan
- Diefstal en ontvoering van kinderen
De Nederlandse overheid was op de hoogte. Toch gebruikte ze haar bevoegdheden als verstrekker van vergunningen en als toezichthouder niet. Documenten met een Colombiaans stempel controleren zag ze niet als haar taak.
Bevindingen adoptie Sri Lanka
Ook uit Sri Lanka begon adoptie in de jaren zeventig. Het land was arm en sociaal en economisch kwetsbaar. Er kwam elke denkbare vorm van misstand voor, van vervalste papieren tot kinderroof. Er bestonden zogeheten babyfarms: plekken waar kinderen op illegale wijze werden verzameld en voor geld werden verkocht. Soms werden vrouwen betaald om voor moeder te spelen, zodat een kind kon worden afgestaan.
In de jaren tachtig kreeg de Nederlandse overheid meldingen over de babyfarms en de kinderroof. Ook Nederlandse bemiddelaars wisten ervan. De overheid greep niet in, ook niet toen diplomaten ter plaatse aan de bel trokken. Ze verwees steeds naar de autoriteiten van Sri Lanka.
Bevindingen adoptie Indonesië
De Nederlandse overheid was vanaf ongeveer november 1977 op de hoogte van misstanden in Indonesië. De meeste berichten kwamen tussen 1979 en 1981 binnen, via interviews, Kamervragen, correspondentie en de media. Net als in Sri Lanka kwam elke vorm van misstand voor. De overheid heeft nooit onderzocht welke rol Nederlandse bemiddelaars speelden. In 1981 was er een adoptiestop, maar de procedures werden daarna niet verbeterd. Documenten werden alleen gecontroleerd op volledigheid, niet op echtheid. Op ouders die zelf een kind gingen halen, zonder bemiddelaar, was helemaal geen toezicht.
Bevindingen adoptie Bangladesh
In de jaren zeventig woedde in Bangladesh een oorlog met miljoenen ontheemden en honderdduizenden doden. De economie stortte in en een groot deel van de bevolking leed honger. Er was veel corruptie. Dat alles had invloed op de adopties naar Nederland.
Vanaf september 1978 kwamen er meldingen over misstanden. De Nederlandse overheid deed alleen navraag bij de autoriteiten ter plaatse en bij twee bemiddelaars, Bureau Interlandelijke Adoptie en Terre des Hommes. Die concludeerden na eigen onderzoek dat er geen misstanden waren. Verder deed de overheid niets.
Bevindingen adoptie Brazilië
Tussen Brazilië en Nederland kwamen grootschalige en systematische misstanden voor, waaronder vervalste documenten, fraude, corruptie, verduistering, kinderdiefstal en kinderhandel.
In de jaren zeventig haalden ouders op eigen houtje kinderen op illegale wijze naar Nederland. Ze lieten de kinderen met vervalste geboorteaktes inschrijven als hun eigen kind. De overheid wist dit vanaf het voorjaar van 1971. In 1981 volgde een groot politieonderzoek. Daaruit bleek dat 42 echtparen op illegale wijze een kind hadden opgenomen. Geen van hen werd vervolgd, en het onderzoek leidde niet tot nieuwe maatregelen.
Uitkomst van het onderzoek
Volgens de commissie kwamen de misstanden voort uit een combinatie van oorzaken:
- De verhouding tussen adoptieouders en biologische ouders was ongelijk. Naar de maatstaven van de herkomstlanden waren Nederlandse adoptieouders rijk.
- Tehuizen in landen met oorlog, armoede en ongelijkheid zagen adoptie als oplossing voor het groeiende aantal kinderen. Kinderen die als wees werden aangeboden, hadden vaak nog een ouder die leefde.
- Een zwangerschap buiten het huwelijk was in veel landen taboe. Jonge moeders moesten hun kind vaak afstaan, dus het is twijfelachtig of zij de afstandspapieren vrijwillig tekenden.
- De herkomstlanden konden de misstanden vaak niet zelf uitroeien.
Daar kwamen de hoge bedragen bij die voor adopties werden betaald. Adoptie gold lang als iets goeds, en daardoor keek niemand kritisch. De Nederlandse overheid zag adoptie als een privézaak en vertrouwde op de bemiddelaars en de buitenlandse autoriteiten. Ze was bang de relatie met de herkomstlanden te beschadigen. Ook de belangen van adoptieouders speelden mee.
De commissie deed drie aanbevelingen:
- Erken als overheid dat er te weinig is gedaan tegen misstanden.
- Schort interlandelijke adoptie op, omdat het systeem fraudegevoelig is en het de vraag is of Nederland er toezicht op kan houden.
- Richt een landelijk, onafhankelijk expertisecentrum op waar geadopteerden terechtkunnen met vragen over hun identiteit, nazorg en zoektochten.
Wat er sinds 2021 is gebeurd
Alle drie de aanbevelingen zijn inmiddels opgevolgd. Het kabinet bood op 8 februari 2021 excuses aan en schortte nieuwe adopties uit het buitenland op. Het beloofde ook zich bij claims van geadopteerden niet langer op verjaring te beroepen. Dat betekent dat een claim niet wordt afgewezen alleen omdat de zaak lang geleden is.
Daarna volgden nog meer besluiten. Sinds 21 mei 2024 starten er geen nieuwe procedures meer. In december 2024 besloot het kabinet om interlandelijke adoptie in zes jaar af te bouwen. Eind 2030 is de afbouw klaar. Welke landen en bemiddelaars er tot die tijd nog zijn, staat in het artikel over vergunninghouders en herkomstlanden.
Het expertisecentrum bestaat sinds maart 2023 en heet INEA. Geadopteerden, adoptieouders en biologische ouders kunnen er terecht voor gesprekken, hulp bij een zoektocht en ondersteuning bij DNA-onderzoek. Welke problemen geadopteerden later kunnen tegenkomen, lees je in het artikel over problemen bij geadopteerde kinderen.
Hoe we dit artikel hebben gemaakt
Eerste publicatie op , laatst bijgewerkt op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.
Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.
Bronnen
- Rijksoverheid, Rapport Commissie onderzoek interlandelijke adoptie (8 februari 2021). Het volledige rapport met de bevindingen per land, de oorzaken en de drie aanbevelingen.
- Rijksoverheid, Minister Dekker schort interlandelijke adoptie per direct op (8 februari 2021), Per direct geen nieuwe interlandelijke adopties (21 mei 2024) en Zorgvuldige afbouw interlandelijke adoptie in zes jaar tijd (9 december 2024): de opschorting, de excuses en het besluit om geen beroep meer te doen op verjaring, het besluit dat er geen nieuwe procedures meer worden gestart, en het afbouwplan tot eind 2030.
- INEA, Expertisecentrum Interlandelijke Adoptie. Wat het centrum sinds maart 2023 doet voor geadopteerden en hun families.
Geschreven door
Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.
Verder lezen in Maatschappelijk
Adoptie en de achtergrond van de adoptiekinderenAdoptiekinderen hebben bijna altijd een special need. Je leest wat dat per herkomstland betekent en waarom Nederland stopt.
Vergunninghouders en de herkomstlanden bij adoptieVier vergunninghouders bemiddelden in 2025 bij interlandelijke adoptie, voor acht landen. Je leest welke landen dat zijn.
Ervaringen van een adoptieouder en een adoptiekindErvaringen van een adoptieouder en haar adoptiekind: een moeder die twee kinderen uit Taiwan adopteerde, en haar volwassen dochter.
Problemen die kunnen ontstaan bij geadopteerde kinderenNiet elk geadopteerd kind krijgt problemen, maar hechting, rouw en identiteit spelen vaker. Lees wat er speelt en waar je hulp vindt.