Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Wereld

In welk land wordt het meest gefietst? Nederland in cijfers

In Nederland wordt het meest gefietst: ruim 24 miljoen fietsen op 18 miljoen inwoners. Lees de cijfers en de geschiedenis.

Bijgewerkt op 13 minuten lezen
De meeste fietsers ter wereld

Nederland telt dus meer fietsen dan mensen. In 2024 stonden er 24,4 miljoen, tegenover 18,1 miljoen inwoners op 1 januari 2026. Dat fietsaantal komt van RAI Vereniging en BOVAG, de brancheorganisaties van fietsfabrikanten en fietsenwinkels. Belangrijker dan dat bezit is hoe vaak die fietsen ook echt rijden, en ook daar staat Nederland bovenaan. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) verzamelt de officiële cijfers over Nederland. Voor 2023 kwam het uit op 27 procent van alle verplaatsingen op de fiets. Na de auto is dat het meest gebruikte vervoermiddel van het land.

De ontwikkeling van de fiets

De uitvinding van de fiets begint bij het wiel, dat al ruim 5.000 jaar oud is en toen alleen voor karren werd gebruikt. De fiets zoals wij die kennen werd voorafgegaan door een andere uitvinding: de loopfiets, een tweewieler zonder trappers. Die verscheen in 1817 in Duitsland en heette de draisine.

De draisine

Waarom werd de loopfiets eigenlijk uitgevonden? Dat had te maken met de uitbarsting van de vulkaan Tambora op het eiland Soembawa. Die leidde in 1816 tot een jaar zonder zomer, waardoor over de hele wereld oogsten mislukten. Er ontstonden voedseltekorten, ook voor lastdieren. Transport werd daardoor lastig en mensen gingen op zoek naar een manier om zich te verplaatsen en goederen te vervoeren op alleen menskracht.

De vélocipède

De opvolger van de draisine was de vélocipède, die pas in 1862 verscheen. Een Franse kinderwagenbouwer raakte geïnspireerd door een passerende loopfiets. Hij zette pedalen op het voorwiel en maakte dat wiel wat groter. Die fiets met twee ongelijke wielen ken je vast van oude foto’s. Fietsen en zitten ging er slecht op, maar de bouwer, Pierre Lallement, trok toch naar Amerika om er succes mee te boeken. Dat lukte niet.

Wie de trappers als eerste bedacht, is trouwens nooit met zekerheid vastgesteld. De Parijse rijtuigmaker Pierre Michaux claimde dezelfde vinding, en historici zijn het er tot op vandaag niet over eens. Dat is geen detail: het is de reden dat de vraag wie de fiets heeft uitgevonden geen enkel antwoord heeft.

De metalen banden en het gietijzeren frame maakten fietsen bepaald niet comfortabel. Je stuiterde letterlijk over de weg. De Engelsen gaven de vélocipède dan ook de bijnaam boneshaker.

In Frankrijk werd de vélocipède wel een succes. Daar lagen veel meer verharde wegen en was fietsen een stuk aangenamer. Het werd zelfs een rage, zeker toen de fiets kogellagers en rubberen banden kreeg.

De hoge bi, gelanceerd door de fiets

Omdat de pedalen van de vélocipède aan het voorwiel zaten, draaiden wiel en trapas even snel. Sneller fietsen kon dus alleen met een groter voorwiel, en dat werd steeds groter. Zo ontstond de hoge bi. Een gevaarlijk vervoermiddel: bij abrupt remmen vloog de fietser over het stuur. Wie een heuvel afreed, kreeg het advies de benen over het stuur te leggen om een val te breken. Opstappen was lastig en tussentijds stoppen vrijwel onmogelijk, want je kwam met je voeten niet bij de grond.

Toch was de hoge bi een groot succes en werden er grote tochten mee gemaakt. De Brit Thomas Stevens vertrok er in april 1884 mee uit San Francisco. Twee jaar later was hij de eerste die de wereld had rondgefietst, via onder meer Europa, Iran, Afghanistan, China en Japan. Hij schreef er een boek over.

De veiligheidswieler

De eerste fiets zoals we die nu nog kennen werd in 1885 gemaakt door de Engelsman John Kemp Starley: de Rover Safety Bicycle.

Het achterwiel kreeg een kettingaandrijving en de pedalen verdwenen van het voorwiel. Daardoor kon dat wiel kleiner worden en werd de fiets een stuk comfortabeler. Pas toen de massieve banden werden vervangen door luchtbanden (1888, John Boyd Dunlop) werd fietsen echt een pretje. Rond diezelfde tijd kwam de auto op de markt, een geduchte concurrent.

Moderne varianten op de gewone fiets

Fietsen werd enorm populair en de fiets werd voor van alles ingezet: boodschappen, vakanties, woon-werkverkeer en sport. Er kwamen vouwfietsen, racefietsen, ligfietsen, bakfietsen en e-bikes. Wielersporten kregen een plek op de Olympische Spelen en er ontstonden grote fietsevenementen zoals de Tour de France.

De nieuwste omslag is elektrisch, en daarover doen twee verschillende cijfers de ronde die vaak door elkaar worden gehaald. Van de 795.968 fietsen die in 2025 in Nederland zijn verkocht, was 49 procent een e-bike: net iets minder dan de helft. Tegelijk was diezelfde e-bike goed voor 73 procent van de omzet. Dat komt doordat hij met gemiddeld € 2.872 ruim anderhalf keer zo duur is als een fiets zonder motor. Wie ergens leest dat bijna driekwart van de verkoop elektrisch is, leest dus een omzetcijfer en geen aantal. Beide getallen komen van RAI Vereniging en BOVAG.

Wat de e-bike wel doet, is de afstand oprekken. Mensen fietsen er langere ritten mee en blijven er op hogere leeftijd langer mee doorfietsen.

Waar wordt veel gefietst

Nederland is het fietsland bij uitstek, en daar zijn nuchtere verklaringen voor. Het land is vlak, dus fietsen kost weinig moeite. Zonder de dijken die het laagland droog houden zou een groot deel ervan onder water staan, maar heuvels zijn er nauwelijks. In landen met gebergten ligt dat heel anders. De afstanden zijn kort, de infrastructuur is er en fietsen is goedkoop: na de aanschaf kost het vrijwel niets.

Hoe je het ook meet, Nederland komt er als koploper uit. Volgens het CBS ging in 2023 27 procent van alle verplaatsingen in Nederland per fiets. Ter vergelijking: in de Europese Unie als geheel gaat 8 procent van alle ritten korter dan 300 kilometer op de fiets. Dat cijfer komt uit een reisonderzoek van de Europese Commissie, aangehaald in haar rapport over fietsveiligheid uit 2024.

Maar landen onderling vergelijken is lastiger dan zo’n rijtje doet vermoeden, en daar gaat de volgende paragraaf over. Elk land meet zijn fietsgebruik namelijk anders, en welke maat je pakt bepaalt wie er bovenaan staat.

Drie manieren om fietsgebruik te meten

Er bestaan drie gangbare maten voor fietsgebruik. Ze meten alle drie iets anders: hoeveel fietsen er zijn, hoe vaak je ze pakt, en hoeveel kilometers je er per jaar mee aflegt. Wie ze door elkaar haalt, krijgt drie verschillende ranglijstjes en denkt dat er één antwoord is.

In de tabel hieronder zie je wat elke maat precies telt, wat hij juist niet laat zien en waar Nederland op uitkomt.

MaatWat hij meet, en wat nietNederland
Fietsen per inwonerHoeveel fietsen er staan. Een fiets die al drie jaar in de schuur hangt telt gewoon meeOngeveer 1,3 (2024)
Aandeel van alle verplaatsingen per fietsHoe vaak je de fiets pakt. Een ritje van 800 meter telt even zwaar als een tocht van 30 kilometer27 procent (2023)
Gefietste kilometers per persoon per jaarHoeveel afstand je aflegt. Korte boodschapritjes vallen hier juist weg tegen lange recreatieve tochten1.065 kilometer (2023)
Bronnen: RAI Vereniging en BOVAG, Kerncijfers Tweewielers 2025 (fietspark 2024); CBS, Onderweg in Nederland 2023; CBS-bevolkingscijfer per 1 januari 2026.

Dat het per meetmethode flink uitmaakt, laat een rapport van de Europese Commissie over fietsveiligheid uit 2024 zien. Daarin staat dat een Nederlander 865 kilometer per jaar fietst. Het CBS komt voor ongeveer dezelfde periode uit op 1.065 kilometer. Hetzelfde land, 200 kilometer verschil, en geen van beide cijfers is fout: de onderzoeken tellen andere leeftijdsgroepen mee en vragen op een andere manier naar ritten.

Waarom landen zich slecht laten vergelijken

Vergelijk daarom nooit een cijfer uit het ene land met een cijfer uit het andere zonder te kijken wie het heeft gemeten. Een ranglijst van fietslanden die dat wel doet, zegt vooral iets over de onderzoeken die de maker toevallig heeft gevonden.

Ook binnen Nederland staat het cijfer niet vast. Het CBS mat van 2023 op 2024 een daling van 4 procent in het totaal aantal gefietste kilometers. In dezelfde rapportage zet het daar zelf een vraagteken bij: andere bronnen laten maar een kleine afname van het fietsen naar het werk zien. Tot die vraag is uitgezocht, is 2023 het laatste jaar waarvan het fietscijfer zonder voorbehoud bruikbaar is.

Weetjes en feiten over fietsen

Hieronder staan de cijfers waar het bij fietsen in Nederland om draait. Hoeveel fietsen er zijn, hoeveel je ermee aflegt, wat een nieuwe fiets kost en hoeveel er gestolen worden.

FeitCijfer
Aantal fietsen in Nederland24,4 miljoen (2024)
Fietsen per inwonerOngeveer 1,3
Aandeel van alle verplaatsingen per fiets27% (2023)
Gefietste kilometers per persoon per jaar1.065 km (2023)
Fietsritten per persoon per jaar266 (2023)
Gemiddelde lengte van een fietsritOngeveer 4 km
Aandeel e-bikes in de verkochte aantallen49% (2025)
Aandeel e-bikes in de fietsomzet73% (2025)
Gemiddelde prijs van een nieuwe fiets€ 1.925 (2025)
Politieregistraties van fietsdiefstal86.950 (2025)
Bronnen: CBS (Onderweg in Nederland, cijfers over 2023), RAI Vereniging en BOVAG (Kerncijfers Tweewielers 2025 en de verkoopcijfers over 2025) en de door de politie geregistreerde fietsdiefstallen over 2025 (CBS StatLine).
  • Nederland telt meer fietsen dan inwoners. Met 24,4 miljoen fietsen op 18,1 miljoen mensen komt dat neer op ongeveer 1,3 fiets per persoon. In een gezin van vier staan er dus gemiddeld vijf.

Fietsdiefstal in cijfers

  • Fietsdiefstal blijft een hardnekkig probleem. De politie registreerde in 2025 86.950 fietsdiefstallen, gemiddeld 238 per dag ofwel ongeveer tien per uur. In 2022 waren het er 77.480, in 2023 85.085 en in 2024 86.130, blijkt uit de cijfers van het CBS. Amsterdam is in absolute aantallen koploper met 11.995 geregistreerde diefstallen.
  • Het werkelijke aantal gestolen fietsen ligt fors hoger dan die registraties. De Fietsersbond, de vereniging die in Nederland opkomt voor fietsers, wijst erop dat maar een minderheid van de gestolen fietsen wordt aangegeven en dat die aangiftebereidheid al jaren daalt. Hoeveel fietsen er echt verdwijnen, weet dus niemand precies.

Hoeveel en waarvoor Nederland fietst

  • Een gemiddelde Nederlander fietst 1.065 kilometer per jaar en doet daar ongeveer 96 uur over. Dat is bijna twee volle werkweken op het zadel.
  • Jongeren van 12 tot en met 18 jaar fietsen het meest: gemiddeld 6,2 kilometer per dag, tegen 2,9 kilometer voor de gemiddelde Nederlander.
  • Een fietsrit duurt kort. Over een heel jaar komt een Nederlander uit op 266 ritten en 1.065 kilometer, dus gemiddeld 4 kilometer per keer. De fiets is hier vooral een vervoermiddel voor de korte afstand.
  • Boodschappen doen, winkelen en vrije tijd zijn samen goed voor 44 procent van alle fietsritten; naar het werk gaat 16 procent. Bijna de helft van de tijd die Nederlanders op de fiets doorbrengen is recreatief.
  • Fietsen is seizoenswerk. In juni legt een Nederlander gemiddeld 3,87 kilometer per dag af op de fiets, in december 1,90 kilometer. In de zomer wordt er dus ruim twee keer zoveel gefietst als in de donkerste maand. Wie in de wintermaanden fietst, rijdt vaak na zonsondergang, en dan gelden de regels voor fietsverlichting.
  • De fiets is goed voor 9 procent van alle reizigerskilometers in Nederland, maar voor 22 procent van de totale reistijd. Fietsen kost dus relatief veel tijd en weinig afstand, precies zoals je van korte ritten verwacht.

Werkgelegenheid

De fiets levert veel werk op. Niet alleen de productie zelf, maar ook alles eromheen. In elke Nederlandse stad vind je fietsenmakers en fietsenwinkels. Er liggen duizenden kilometers fietspad die moeten worden ontworpen, aangelegd en onderhouden. De fiets geeft werk aan politie en verzekeraars, en is via de stations en het OV-fietssysteem verweven met het openbaar vervoer. Ten slotte is de fiets een inkomstenbron voor het toerisme.

Dat de fietsenwinkel het moeilijk heeft, hoor je vaak, en de cijfers geven daar deels gelijk in. In 2025 werden er 7 procent minder fietsen verkocht dan een jaar eerder. De omzet bleef met € 1,53 miljard toch vrijwel gelijk, doordat de verkochte fietsen duurder werden. Twee derde van alle nieuwe fietsen gaat nog altijd over de toonbank van een gespecialiseerde fietsenzaak.

Op vakantie met de fiets

Een fietsvakantie kan prima in eigen land, maar ook daarbuiten. Je kunt overal in Europa met de fiets op pad en in de rest van de wereld net zo goed. Er worden honderden fietsvakanties georganiseerd. Fietsen is niet de enige manier om te sporten tijdens je vakantie. Voordelig is het zeker, en gezond ook: buiten fietsen doet iets voor je conditie zonder dat het als sporten voelt. Bovendien is een fietsvakantie voor vrijwel iedereen geschikt, ook voor mindervaliden, bijvoorbeeld op een tandem of een driewielfiets.

In Nederland rijd je in elke provincie mooie routes, van een vakantie in Nederland tot een dagtocht om de hoek. In de bossen van de Veluwe, rond de Friese meren of op een van de Waddeneilanden. Vlieland en Schiermonnikoog zijn autovrij, dus daar fiets je veilig, ook met kinderen.

Veelgestelde vragen over fietsen

Welk land heeft de meeste fietsen?

Per inwoner is dat Nederland. Met 24,4 miljoen fietsen in 2024 op 18,1 miljoen inwoners heeft elke Nederlander gemiddeld ongeveer 1,3 fiets. In absolute aantallen ligt het anders: landen met veel meer inwoners, zoals China en India, tellen simpelweg veel meer fietsen. Die cijfers komen van RAI Vereniging en BOVAG, de brancheorganisaties van de fietsbranche, en van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Hoeveel procent van de ritten gaat in Nederland per fiets?

In 2023 ging 27 procent van alle verplaatsingen in Nederland per fiets. In de Europese Unie als geheel ligt het fietsaandeel rond de 8 procent, al telt dat cijfer alleen ritten korter dan 300 kilometer. Let er wel op dat landen hun fietsgebruik verschillend meten. Een ranglijst van fietslanden vergelijkt dus altijd ook onderzoeken, niet alleen landen.

Hoeveel kilometer fietst een Nederlander per jaar?

Gemiddeld 1.065 kilometer, verdeeld over ongeveer 266 ritten, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek over 2023. Daar is een Nederlander zo’n 96 uur per jaar mee bezig, bijna twee werkweken. Jongeren van 12 tot en met 18 jaar fietsen de langste afstanden, gemiddeld 6,2 kilometer per dag.

Hoeveel van de verkochte fietsen is elektrisch?

In 2025 was 49 procent van de bijna 796.000 verkochte fietsen een e-bike, dus net iets minder dan de helft. In omzet is het aandeel veel groter, 73 procent, omdat een e-bike gemiddeld € 2.872 kost. Wordt ergens beweerd dat driekwart van de verkoop elektrisch is, dan gaat dat over geld en niet over aantallen. De cijfers komen van RAI Vereniging en BOVAG.

Wie heeft de fiets uitgevonden?

Er is niet één uitvinder. Karl Drais bouwde in 1817 de eerste loopfiets, de draisine. Rond 1862 kwamen de trappers op het voorwiel. Die vinding claimden Pierre Lallement en Pierre Michaux allebei, en ze is nooit met zekerheid aan een van beiden toegewezen. John Kemp Starley maakte in 1885 met de Rover Safety Bicycle de eerste fiets die op de moderne fiets lijkt.

Hoeveel fietsen worden er in Nederland gestolen?

De politie registreerde in 2025 86.950 fietsdiefstallen, gemiddeld 238 per dag, iets meer dan in 2023 en 2024. Het werkelijke aantal ligt veel hoger, want volgens de Fietsersbond doet maar een minderheid van de slachtoffers aangifte. Amsterdam is in absolute aantallen koploper met 11.995 geregistreerde diefstallen.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op , laatst bijgewerkt op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.

Bronnen

Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.

Schrijft over Maatschappelijk, Wereld, Ondernemen en Producten.

Verder lezen in Wereld

Alle artikelen in Wereld