Hoe werken de Amerikaanse presidentsverkiezingen

De vraag hoe werken de Amerikaanse presidentsverkiezingen wordt nogal eens gesteld omdat het een ingewikkeld kiessysteem lijkt. In feite is het niet zo ingewikkeld maar wel héél anders dan het kiessysteem in Nederland. In Nederland kennen we geen presidentsverkiezingen. Wij gaan op een bepaalde dag naar de stembus, stemmen op onze favoriete persoon/partij waarna de partijen een coalitie met elkaar vormen. Helder. De partij met de meeste stemmen levert de president. In Amerika gaat het anders, om te beginnen in verschillende fasen. Ook stemmen de Amerikanen op een president en niet op een partij. Omdat elke presidentskandidaat ook lid is van een partij, stem je daar in feite natuurlijk ook indirect op een bepaalde partij. Op 3 november 2020 zijn er Amerikaanse presidentsverkiezingen.

Lees verder na de afbeelding.

Hoe werken de Amerikaanse presidentsverkiezingen

Amerikaanse presidentsverkiezingen in vogelvlucht

Net als in Nederland zijn er ook in Amerika meerdere politieke partijen. Door het kiessysteem echter maken de kleinere partijen weinig tot geen kans op het winnen van de presidentsverkiezingen. De twee grootste partijen zijn de Republikeinse Partij (rechts) en de Democratische Partij (links). Kleinere partijen zijn bijvoorbeeld de Groene Partij en de Libertarische Partij. De verkiezingen voor de president van de VS gaan van oudsher tussen de republikeinen en de democraten, de twee grootste partijen. 

In vogelvlucht:

  • Ronde 1: de partijen kiezen een presidentskandidaat. Deze wordt gekozen, per staat, door de leden van de betreffende partij. Dit worden de voorverkiezingen genoemd of primaries
  • Ronde 2: de Amerikanen gaan naar de stembus. Zij stemmen per staat en per district op een kiesman. Er zijn 538 kiesmannen in de VS, verdeeld over alle staten. De partij die de meeste kiesmannen wint in een staat, wint alle kiesmannen in die staat. Het is dus alles of niets. De presidentskandidaat met de meeste kiesmannen, wint de verkiezingen. 

Kiesmannen kunnen ook vrouwen zijn. 

De inspraak van de Amerikaanse burger bij presidentverkiezingen

Door het systeem met kiesmannen vragen mensen zich weleens af of de Amerikaanse burger wel genoeg invloed heeft op de presidentsverkiezingen. Die invloed van de burger is een beetje verpakt en in ieder geval anders dan hier in Nederland. Hoe meer de burger betrokken is bij de verkiezingen, hoe groter zijn of haar invloed. Daarom zien we in Amerika een grote betrokkenheid en zijn veel meer mensen lid van een politieke partij. Je ziet op televisie mensen tot op de laatste minuut voor de verkiezingen langs deuren gaan om stemmen voor hun favoriet te winnen. Hoe zit dat?

In de eerste ronde worden de presidentskandidaten gekozen per partij. Voorbeeld: de democraten hebben 11 presidentskandidaten voor de verkiezingen van 2020. Tijdens de voorverkiezingen wordt bepaald wie van hen uiteindelijk dé presidentskandidaat wordt voor de democraten. Als je lid bent van de democratische partij, dan mag je hierover meestemmen. De kandidaat wordt immers gekozen door de leden. Het loont dus zeker om lid te zijn van een partij als je in de VS invloed wilt uitoefenen op de keuze van de presidentskandidaat. 

Het verloop van de voorverkiezingen

Zoals gezegd worden tijdens de voorverkiezingen de presidentskandidaten gekozen per partij. Dit gebeurt door de leden van de partij. Deze verkiezingen nemen maanden in beslag. In 2020 is de eerste verkiezingsdag 3 februari en 6 juni de laatste. Op deze pagina vind je een handige kalender voor de primaries in de 50 staten van de VS in 2020. Je ziet op welke datum in welke staat voorverkiezingen worden gehouden. 

De kiesmannen

De kiesmannen vormen te samen het kiescollege. Er zijn 538 kiesmannen en het kiescollege is als volgt samengesteld:

  • Senatoren: 100
  • Afgevaardigden in het huis: 435

Voor het District of Colombia, Washington DC komen hier nog 3 kiesmannen bij omdat zij bij geen enkele staat horen. 

Het aantal kiesmannen per staat kan behoorlijk verschillen. Om te beginnen heeft elke staat 2 senatoren (vandaar dat er 100 senatoren zijn). Het maakt daarbij niet uit hoe groot de staat is en hoeveel inwoners er zijn. Het aantal afgevaardigden verschilt echter wel en is afhankelijk van het aantal inwoners van een staat. Californië heeft bijvoorbeeld 53 afgevaardigden en Montana maar één. Uiteindelijk betekent dit 55 kiesmannen voor Californië en 3 voor Montana. 

Kleine, dunbevolkte staten hebben hierdoor veel invloed. Zij hebben weliswaar minder kiesmannen maar altijd 2 senatoren. 

Amerikaanse presidentsverkiezingen: méér stemmen maar toch verliezen

In Amerika is het mogelijk: de meeste stemmen krijgen maar toch de verkiezingen verliezen. Het is al meerdere malen gebeurd, recent nog in 2000 en in 2016. In 2000 behaalde Al Gore meer stemmen dan Bush, maar toch won Bush. In 2016 had Hillary Clinton meer stemmen dan Trump, maar toch won Trump. Hoe kan dat?

Dit is het gevolg van het systeem met de kiesmannen. Het is namelijk zo dat als een kandidaat de meerderheid haalt in een bepaalde staat, deze alle kiesmannen krijgt. Wint een kandidaat bijvoorbeeld met 30 kiesmannen in Californië dan krijgt deze de overige 25 er voor niets bij. Het mag duidelijk zijn dat het heel belangrijk is juist in de grotere staten met veel kiesmannen te winnen. De stemmen van de andere partij gaan dan verloren. Winnen in Montana en andere kleine staten levert niet zoveel op, ondanks het feit dat een kandidaat daar heel veel stemmen kan hebben binnengehaald. Het kan ook gebeuren dat een kandidaat slechts een paar stemmen tekort komt voor de winst maar dus toch alle kiesmannen aan zich voorbij ziet gaan. 

Uiteindelijk wint de presidentskandidaat met de meerderheid van kiesmannen. 

Hoe word je kiesman (of kiesvrouw)

Kiesmannen worden per partij genomineerd via systemen die per staat verschillen. Soms zijn er een soort verkiezingen, soms zijn er partijconventies. Dit gebeurt in de zomer voorafgaande aan de verkiezingen. Elke partij draagt binnen een partij kiesmannen aan. De kiesmannen zullen op hun beurt later hun stem uitbrengen op een presidentskandidaat. Op wie zij van plan zijn te gaan stemmen moet natuurlijk vooraf duidelijk zijn. Het systeem is niet waterdicht want niemand kan garanderen dat een kiesman ook daadwerkelijk zal stemmen op de kandidaat die hij vooraf heeft aangegeven. De partijen kiezen natuurlijk voor kiesmannen die betrouwbaar zijn maar soms gaat het toch nog wel eens mis. In 1988 was een kiesman van Dukakis zo kwaad over de slechte campagne van zijn partij, dat hij anders stemde dan hij had beloofd. 

Het belang van de campagnes

Veel meer dan in Nederland zie je in de VS uitgebreide verkiezingscampagnes. Hiervoor zijn grote hoeveelheden geld nodig. Zonder campagnes is het vrijwel niet mogelijk om de presidentsverkiezingen te winnen. In het verleden hebben we gezien dat kandidaten die het meeste geld uitgaven aan hun campagne de meeste kans hadden om te winnen. Al sinds 1860 worden er pogingen ondernomen om de invloed van geld op het verloop van campagnes te verminderen. Een meest recente wet hierover bepaalt dat kandidaten moeten aangeven welke financiële bronnen zij hebben en hoe zij het geld uitgeven. 

Geld ophalen blijft lastig. Tegenwoordig lukt dat een beetje via internet maar van oudsher zijn de republikeinen vooral afhankelijk van donaties uit het bedrijfsleven. De democraten moeten het hebben van georganiseerde arbeid. Beide partijen maken gebruik van rijke donoren en organisaties. Dit laatste roept veel weerstand op en er zijn dan ook wetten die het sponsoren van campagnes beperkingen opleggen. 

Bekijk het schandaal omtrent de verkiezingen over datamisbruik.

Bekijk ook onderstaande video als je meer wilt weten over de vraag hoe de Amerikaanse verkiezingen werken. 

Lees ook deze blogs

Delen wordt gewaardeerd!

Reader Interactions

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.