Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Maatschappelijk

Spreekwoorden en gezegden met betekenis en herkomst

Spreekwoorden en gezegden zijn vaste uitdrukkingen met een figuurlijke betekenis. Lees het verschil en waar de bekendste vandaan komen.

Gepubliceerd op 12 minuten lezen
Opa vertelt aan de keukentafel iets aan zijn kleindochter die met een glimlach luistert naast een open oud boek

Een spreekwoord is een hele zin met een levenswijsheid, zoals ‘Na regen komt zonneschijn’. Een gezegde is juist geen zin, maar een vaste woordgroep als ‘met hart en ziel’. Zo maakt Genootschap Onze Taal het onderscheid. Onze Taal is de vereniging die taaladvies geeft. Het klassieke Nederlandse naslagwerk over de herkomst is van de taalkundige F.A. Stoett. De vierde druk, uit 1923 en 1925, bespreekt bijna 2.700 spreekwoorden en uitdrukkingen, met de oudste teksten waarin ze voorkomen. Dankzij die vindplaatsen kun je een herkomstverhaal controleren. Dat is nodig, want niet elk verhaal dat rondgaat, houdt stand. Meer over taal en samenleving staat in het kennisgebied Maatschappelijk.

Vier soorten vaste uitdrukkingen

Genootschap Onze Taal onderscheidt vier soorten: spreekwoord, zegswijze, gezegde en uitdrukking. In het dagelijks leven lopen die namen door elkaar. Het onderscheid is handig als je op school of in een taalcursus moet zeggen wat iets is. In de tabel hieronder staan ze, met het kenmerk waaraan je ze herkent en een voorbeeld.

SoortKenmerkVoorbeeld
SpreekwoordVaste zin en een mededeling, meestal een levenswijsheidNa regen komt zonneschijn
ZegswijzeKan een zin zijn; onderwerp en tijd mag je aanpassenHet lawaai liep de spuigaten uit
GezegdeVaste woordgroep zonder werkwoord, geen hele zinmet hart en ziel
UitdrukkingVerzamelnaam voor alle vaste woordgroepen met een figuurlijke betekenisalle drie hierboven
Bron: Genootschap Onze Taal, verschil tussen spreekwoord, zegswijze, gezegde en uitdrukking.

Een vuistregel die je soms leest, is dat een spreekwoord altijd een werkwoord heeft. Dat klopt niet helemaal. ‘Oost west, thuis best’ heeft geen werkwoord en is volgens Onze Taal toch een spreekwoord: een vaste zin met een les. De betere toets heeft twee vragen. Is het een hele zin, dan is het een spreekwoord; een losse woordgroep is een gezegde. En mag je de woorden aanpassen aan je zin, dan is het een zegswijze.

Twee betekenissen van het woord gezegde

Het woord gezegde zelf zorgt voor verwarring. Op school leer je het ook bij het ontleden, het benoemen van de delen van een zin. Daar is het gezegde het zinsdeel met de werkwoorden. In ‘Ik heb een fiets gekocht’ is ‘heb gekocht’ het werkwoordelijk gezegde. Die betekenis kom je tegen in de ezelsbruggetjes voor de Nederlandse taal waarmee je het lijdend voorwerp vindt. Met een vaste uitdrukking heeft dat niets te maken. Een woord met twee betekenissen noem je op school een homoniem. Wat dat is, staat in het verschil tussen synoniem en homoniem.

Ook onderzoekers houden de grens niet overal aan. De Groningse taalwetenschappers Jacolien van Rij en Simone Sprenger noemen ‘in de gaten houden’ een gezegde, omdat je het in een lopende zin inbouwt. Volgens de indeling van Onze Taal is dat een zegswijze, want er zit een werkwoord in dat je vervoegt. In een gesprek maakt dat weinig uit. Bij een taaltoets wel, dus vraag dan welke indeling de docent gebruikt.

Bekende spreekwoorden en hun herkomst

Veel bekende spreekwoorden zijn eeuwen oud, en sommige gaan terug op de Bijbel of de Grieken en Romeinen. Stoett zocht bij elk spreekwoord de oudste plek waar het voorkomt. Zijn boek staat gratis in de DBNL, de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren. De tabel hieronder geeft vijf voorbeelden.

SpreekwoordBetekenisHerkomst volgens Stoett
Beter een goede buur dan een verre vriendEen buur helpt je sneller dan iemand ver wegGedachte uit het Bijbelboek Spreuken; vriend betekende familielid
Boontje komt om zijn loontjeWie iets fout doet, krijgt zijn strafUit het sprookje van erwtje, boontje, strootje en kooltje vuur
Het hemd is nader dan de rokJe zorgt eerst voor jezelf en je familieAl bij de Romeinse toneelschrijver Plautus
Die zwijgt stemt toeWie niets zegt, gaat akkoordAl bij de Griekse filosoof Plato en toneelschrijver Euripides
Na regen komt zonneschijnNa tegenspoed komt voorspoedAl in de middeleeuwen, ook in het Latijn: post nubila Phoebus, na de wolken de zon
Bron: F.A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden, vierde druk, 1923-1925.

De gedachte is vaak ouder dan onze taal zelf. Hoe het Nederlands ontstond, lees je in waar de Nederlandse taal vandaan komt. Woorden veranderen in die eeuwen van betekenis. In de oude bijbeltekst die Stoett aanhaalt, staat geen verre vriend maar ‘een broeder die verre is’. En boontje is geen jongen maar een boon. In het sprookje lacht hij zo hard om het ongeluk van een ander dat hij barst.

Bekende uitdrukkingen en waar ze vandaan komen

Bij zegswijzen zit de herkomst vaak in een beeld uit het leven van vroeger. De tabel hieronder geeft vijf voorbeelden die je nog dagelijks hoort.

UitdrukkingBetekenisHerkomst volgens Stoett
Met de deur in huis vallenMeteen zeggen waar het om gaatBinnenstappen zonder te kloppen, in een huis waar de voordeur direct in de kamer uitkomt
De kat uit de boom kijkenAfwachten hoe iets aflooptEen hond die onder de boom wacht tot de kat naar beneden komt
Oude koeien uit de sloot halenOude ruzies weer oprakelenKoeien die al lang verdronken zijn uit de gracht trekken
Iemand een hart onder de riem stekenIemand moed gevenSoldatentaal: hart is moed, de riem liep schuin over de borst
Naar iemands pijpen dansenDoen wat een ander wilDansen op de muziek van de fluitspeler, al in de zestiende eeuw
Bron: F.A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden, vierde druk, 1923-1925.

Een aantal van deze beelden bestaat ook in onze buurtalen. Duitsers zeggen ‘mit der Tür ins Haus fallen’, en een Engelsman kijkt ‘which way the cat jumps’. Stoett noemt bij veel uitdrukkingen zulke tegenhangers in het Fries, Duits, Frans of Engels.

Zo toets je een herkomstverhaal

Geloof een herkomstverhaal pas als er een oude vindplaats bij staat, een tekst waarin de uitdrukking echt voorkomt. Dat is ons oordeel, want over veel uitdrukkingen gaat een mooi verhaal rond. Soms klopt het, vaak weet niemand het zeker. Een verhaal zonder vindplaats is zelf een soort spreekwoord geworden. Het klinkt waar omdat iedereen het herhaalt.

Neem ‘de kogel is door de kerk’, voor een besluit dat na lang twijfelen is gevallen. De bekende uitleg is dat legers vroeger kerken spaarden, en dat wie toch op een kerk schoot, niets meer ontzag. Die uitleg komt van Carolus Tuinman, die in 1726 een boek over de herkomst van spreekwoorden uitgaf. Stoett vindt haar zonder bewijs niet aannemelijk. Volgens hem staat de kerk er waarschijnlijk alleen voor het beginrijm: kogel en kerk beginnen allebei met een k.

Twee verklaringen voor door de mand vallen

Bij ‘door de mand vallen’, ontmaskerd worden, houdt Stoett het op een oude straf. Iemand werd in een mand boven het water gehangen en bekogeld, tot hij het touw doorsneed en in het water viel. Hij noemt ook de uitleg van anderen: een meisje stuurde een vrijer die ze niet wilde een mand zonder bodem. Bij een verwante uitdrukking, een korf krijgen, beschrijft hij een gebruik uit de zestiende eeuw. Een meisje haalde zo’n vrijer op in een mand met een zwakke bodem, zodat hij erdoor viel. Een oude tekst die de ene of de andere uitleg bewijst, geeft hij niet. Wel staat vast dat de uitdrukking al in de late middeleeuwen in de huidige betekenis voorkwam.

Soms verandert een uitdrukking onderweg. ‘Iemand een riem onder het hart steken’ is volgens Stoett een latere vorm, ontstaan onder invloed van ‘het hart zinkt hem in de schoenen’. Voor ‘een kat in de zak kopen’ gaan verhalen rond, maar Stoett heeft er geen verhaal voor nodig. Voor de bontwerker, die kleding van pels maakte, hadden alleen zwarte katten waarde. Wie de zak niet opendeed, wist dus niet wat hij kocht.

Welke uitdrukkingen jongeren nog kennen

Jongeren kennen minder uitdrukkingen dan ouderen, en dat komt vooral doordat je ze later leert dan gewone woorden. Zegt een opa aan tafel ‘dat is een vlag op een modderschuit’, dan kijkt een tiener vaak glazig. Een modderschuit is een platte boot om modder af te voeren. De uitdrukking betekent iets moois op iets lelijks, zoals een dure jas op een slordige broek. In 2019 zetten Van Rij en Sprenger van de Rijksuniversiteit Groningen tijdens het Weekend van de Wetenschap een online test over uitdrukkingen open. Volgens NEMO Kennislink, het wetenschapsplatform van museum NEMO, deden 12.941 mensen mee, vooral uit Nederland en Vlaanderen.

De eerste uitkomsten verschenen in 2021, toen het onderzoek nog niet helemaal was afgesloten. Onze woordenschat is rond ons twintigste redelijk op niveau, maar voor uitdrukkingen moet je er tien jaar bij optellen. Vooral tussen je twintigste en je dertigste leer je er veel bij. De onderzoekers denken dat dat komt doordat je dan het huis uit gaat en met mensen van alle leeftijden omgaat. Tieners die veel contact hadden met ouderen, kenden ook meer uitdrukkingen.

Lichaamsdelen blijven en schepen verdwijnen

Niet elke uitdrukking veroudert even snel. Uitdrukkingen met lichaamsdelen, zoals ‘met beide benen op de grond staan’, scoorden heel goed. Uitdrukkingen uit de scheepvaart scoorden daarentegen slecht, al deden ouderen het beter. Van Rij denkt dat dat komt doordat woorden als modderschuit onbekend zijn geworden. Bijbelse uitdrukkingen kenden vooral ouderen. En Nederlanders kenden bijna geen Vlaamse uitdrukkingen.

De echte spreekwoorden, de tegeltjeswijsheden, lijken wel op hun retour. Zelfs ouderen hadden er in het onderzoek vaker moeite mee. Sprenger denkt dat zo’n spreekwoord iets belerends heeft, terwijl je een zegswijze ongemerkt in een zin verwerkt.

Dezelfde groep deed eerder onderzoek met twee vragenlijsten, de grootste met 257 deelnemers van 12 tot 86 jaar. Daaruit bleek dat leeftijd het verschil maakt en opleiding niet. Hoe vaker een uitdrukking in teksten voorkomt, hoe groter de kans dat iemand hem kent. Wie een uitdrukking vaak tegenkomt, leert hem dus, of hij nu gestudeerd heeft of niet.

Het schilderij met meer dan honderd spreekwoorden

Op het schilderij ‘De Nederlandse spreekwoorden’ van Pieter Bruegel de Oude staan voor het eerst meer dan 100 spreekwoorden en zegswijzen samen. Bruegel schilderde het in 1559, op een paneel van eikenhout van 117 bij 164 centimeter. Het hangt in de Gemäldegalerie in Berlijn. Volgens dat museum was het Nederlands in zijn tijd rijker aan spreekwoorden dan nu. Dat spreekwoorden terrein verliezen, is dus niet nieuw.

Bruegel kwam waarschijnlijk uit Breda en werkte in Antwerpen en Brussel. In het midden hangt een jonge vrouw haar oude man een blauwe mantel om, een oud beeld voor bedrog. Daarom heette het werk vroeger ook de blauwe mantel. Een wereldbol die op zijn kop hangt, gaf het een tweede oude naam: de verkeerde wereld.

Zo’n mantel heette een huik: een lange mantel zonder mouwen. Het woord leeft nog in ‘de huik naar de wind hangen’, meewaaien met wie de macht heeft. Stoett merkte een eeuw geleden al op dat sommigen er ‘de huig naar de wind hangen’ van maken, omdat ze het woord huik niet meer kennen. Zo gaat het met veel uitdrukkingen. Het beeld verdwijnt, maar de betekenis blijft. De Groningse onderzoekers verwachten ook niet dat uitdrukkingen uit onze taal verdwijnen. Ze komen in alle talen voor en geven ruimte om iets minder letterlijk te zeggen.

Veelgestelde vragen over spreekwoorden en gezegden

Wat is het bekendste Nederlandse spreekwoord?

Een onderzoek dat één bekendste spreekwoord aanwijst, hebben we niet gevonden. De Rijksuniversiteit Groningen hield in 2019 een groot publieksonderzoek met 12.941 deelnemers. Daaruit bleek vooral dat echte spreekwoorden, de tegeltjeswijsheden, op hun retour lijken: zelfs ouderen kenden ze minder goed. Bij de bredere groep uitdrukkingen scoorden die met lichaamsdelen het best, zoals ‘met beide benen op de grond staan’. Dat is geen spreekwoord maar een zegswijze.

Hoeveel spreekwoorden heeft het Nederlands?

Niemand heeft ze allemaal geteld. Het naslagwerk van de taalkundige F.A. Stoett, waarvan de vierde druk in 1923 en 1925 verscheen, telt 2.688 genummerde trefwoorden, vrijwel allemaal spreekwoorden en uitdrukkingen. Stoett schreef zelf dat het Nederlands duizenden uitdrukkingen en gezegden kent en dat hij ze niet allemaal kon opnemen. Sindsdien zijn er nieuwe bijgekomen en oude in onbruik geraakt.

Wat is het verschil tussen een gezegde en een zegswijze?

Een gezegde is volgens Genootschap Onze Taal, de vereniging die taaladvies geeft, een vaste woordgroep zonder werkwoord, zoals ‘met hart en ziel’. Een zegswijze kan een hele zin zijn, en daarin pas je het onderwerp en de tijd aan. ‘Het loopt de spuigaten uit’ wordt dan bijvoorbeeld ‘het lawaai liep de spuigaten uit’. Spuigaten zijn de gaten in de rand van een schip waardoor water wegloopt.

Op welke leeftijd leer je spreekwoorden?

Later dan je denkt. Uit Gronings onderzoek blijkt dat je woordenschat rond je twintigste redelijk op niveau is. Vooral tussen je twintigste en je dertigste leer je veel uitdrukkingen bij. Daarna groeit de kennis langzaam door, tot minstens je 55ste. Twintigers en dertigers die veel lezen, en tieners die veel met ouderen praten, kennen er meer.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.

Bronnen

Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.

Schrijft over Maatschappelijk, Ondernemen, Producten en Marketing.

Verder lezen in Maatschappelijk

Alle artikelen in Maatschappelijk