Handige ezelsbruggetjes in de Nederlandse taal

Twijfel je tussen d en t, jou en jouw of ligt en licht? Deze bekende ezelsbruggetjes voor de Nederlandse taal helpen je het meteen te onthouden.

Inhoudsopgave

    Het Nederlands is geen gemakkelijke taal, maar voor welke taal geldt dat wel? Op school leer je spelling en grammatica, en toch blijven er regels die je lastig vindt. Voor veel van die twijfelgevallen bestaat een ezelsbruggetje. Je hoeft de taalregel dan niet te kennen om het toch goed te doen. Vergeet je het bruggetje weer, dan zoek je het hier gewoon opnieuw op. We behandelen de belangrijkste: de d en de t, jou en jouw, u en uw, en die en dat.

    (S)jouwen en (D)uwen: jou en u of jouw en uw

    Jou en jouw, u en uw worden vaak verwisseld. Dat komt doordat je in de uitspraak haast geen verschil hoort. Toch zijn ze niet moeilijk uit elkaar te houden. Vergelijk deze twee zinnetjes maar eens:

    Ze hebben jou gezien. / Ze hebben jouw auto gezien.

    Hij zal u bellen. / Hij zal uw zoon bellen.

    Zie je het verschil? Achter jouw en uw komt altijd meteen een ding (auto) of een persoon (zoon). Of een dier natuurlijk: jouw hond, uw kat. Staat er zo’n woord achter, dan schrijf je het met een w: jouw en uw.

    Ezelsbruggetjes voor de Nederlandse taal

    Er is nog een tweede ezelsbruggetje voor deze taalvraag. Je vervangt u of uw eenvoudig door mij of mijn:

    Ze hebben mij (u) gezien. / Ze hebben mijn (uw) auto gezien.

    Hij zal mij (u) bellen. / Hij zal mijn (uw) zoon bellen.

    Nu hoor je het verschil wel. Past mij in de zin, dan wordt het u of jou. Past mijn, dan wordt het uw of jouw.

    Even oefenen

    1. Ik ben van plan (u of uw?) paard te kopen.
    2. Zij wil (jou of jouw?) nooit meer zien.
    3. De wereld zal (jou of jouw?) prestaties niet vergeten.
    4. De politie houdt (u of uw?) in de gaten.

    Tot slot een moeilijke:
    5. Zeggen (u of uw?) leerlingen je en (jou of jouw?) tegen (u of uw?)

    De antwoorden staan onderaan dit artikel.

    Ideetjes voor d’tjes en t’tjes

    Wat een duiveltjes zijn het, die d’s en t’s in de Nederlandse spelling. Helemaal als ze samenspannen. Toch krijg je ze klein, zeker met een handig ezelsbruggetje.

    Oké, wanneer een d, wanneer een t en wanneer dt? Dit probleem doet zich eigenlijk alleen voor bij een werkwoord met een d erin. Dus laden, raden of branden. Zit er geen d in het werkwoord, dan krijg je er ook geen te zien. Meestal althans, maar dat is van later zorg.

    Het werkwoord lopen krijgt dus geen d aan het eind:

    Ik loop / jij loopt / hij loopt

    Nu vervoegen we een werkwoord met een d erin op dezelfde manier. Het werkwoord raden:

    Ik raad / jij raadt / hij raadt

    En wat is dan het ezelsbruggetje? Twijfel je, vul dan in gedachten het werkwoord lopen in.

    Ik brand een kaars / jij brandt een kaars / hij brandt een kaars
    (ik loop / jij loopt / hij loopt)

    Nu jij, met het werkwoord braden: ik … / jij … / hij …

    Voltooid deelwoord; d of t aan het eind?

    Het volgende ezelsbruggetje gaat over het voltooid deelwoord. Zo’n deelwoord staat meestal samen met hebben, zijn of worden.

    Ik heb gekookt. / Ben je omgekeerd? / Het leed wordt gedeeld.

    Gekookt is logisch: je spreekt een t uit, dus schrijf je een t. Waarom mag dat dan niet bij omgekeerd en gedeeld? Daarvoor moet je die woorden in de verleden tijd kennen:

    Zij kookte elke dag aardappels. / Bij het eindpunt keerde ik om. / Zij deelden al zijn leed.

    Sommige werkwoorden krijgen in de verleden tijd een t en andere een d. De taalkundigen die onze spelling bedachten, vonden dat je in het voltooid deelwoord moet kunnen zien welke klank de verleden tijd vormt. Heeft de verleden tijd een d, dan staat die ook in het voltooid deelwoord. Zelfs als je hem als t uitspreekt:

    voetbalde – gevoetbald / begeleidde – begeleid

    Moet je zo’n voltooid deelwoord schrijven en twijfel je tussen d en t, maak er dan een verleden tijd van. Zet er simpelweg een -e achter en je taalgevoel doet de rest:

    Ik heb een boom omgezaag? > omzaagde > omgezaagd
    Hij heeft in zijn broek geplas? > plaste > geplast

    Onthoud je dit, dan heb je het bekendere en veel lastigere ‘t kofschip niet meer nodig. Dat bruggetje zegt je dat je na de klanken t, k, f, s, ch en p altijd een t in het voltooid deelwoord krijgt. Eindigt de stam al op een t, dan valt die tweede t weg: de Nederlandse spelling schrijft nooit twee gelijke medeklinkers aan het eind van een woord. Zo wordt het spotte > gespot en vatte > gevat.

    Een geval apart is de gebiedende wijs, waarmee je een opdracht of advies geeft: Loop naar de maan. Doe dat nou niet. Daar komt nooit een t bij, ook niet bij werkwoorden op een d:

    Raad eens wie ik ben. / Houd de dief!

    Om te oefenen

    Vul een d of een t in op de plaats van het vraagteken:

    1. Ik heb net tien kilometer geroei?.
    2. Hij heeft eindelijk eens de meubels afgestof?.
    3. Wordt dat vlees gekook? of gestoof??
    4. Hun kinderen zijn goed opgevoe? en heel beleef?.

    En hier de moeilijkste:
    5. Zij was ontsnap? en verdwaal?; ze hebben haar overal gezoch?.

    Die of dat? Het ezelsbruggetje

    Na deze zware kost nog zin in een licht toetje? Wat is het verschil tussen deze twee zinnen?

    1. Ik zie de auto van een buurmeisje, die in het water terecht is gekomen.
    2. Ik zie de auto van een buurmeisje, dat in het water terecht is gekomen.

    Het ezelsbruggetje is het lidwoord. Die slaat op een de-woord, dus in zin 1 ligt de auto in het water. Dat slaat op een het-woord, dus in zin 2 is het meisje te water geraakt. Belangrijk dus dat je ze niet door elkaar haalt, want anders bel je de verkeerde hulpdienst.

    Bekende ezelsbruggetjes op een rij

    Een groot deel van de twijfelgevallen los je op met hetzelfde trucje: verleng het woord en luister wat je hoort. Deze staan het vaakst op de lijst met veelgemaakte taalfouten in het Nederlands.

    TwijfelgevalEzelsbruggetje
    ligt of lichtKun je er liggen van maken, dan is het ligt. Gaat het over gewicht of schijnsel, dan is het licht.
    wand of wantMaak er een meervoud van: wanden met een d is een muur, wanten met een t zijn handschoenen.
    houd of houtVerleng het woord: houden wordt houd, houten wordt hout.
    pijl of peilPeil hoort bij peilen en waterpeil. Pijl hoort bij pijl-en-boog.
    jou of jouwVul mij of mijn in. Past mij, dan is het jou. Past mijn, dan is het jouw.
    d, t of dtVul in gedachten het werkwoord lopen in: jij loopt, dus jij raadt.
    die of datZet het lidwoord ervoor: de auto die, het meisje dat.
    voltooid deelwoordMaak er een verleden tijd van met -e: omzaagde, dus omgezaagd.
    de WaddeneilandenTVTAS: Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland, Schiermonnikoog.
    links- of rechtsom draaienDROL: Dicht Rechts, Open Links.
    zomertijd of wintertijdIn het voorjaar gaat de klok een uur vooruit.
    De bekendste ezelsbruggetjes in het Nederlands, gerangschikt per twijfelgeval.

    Zelf ezelsbruggetjes bedenken

    Je kunt taal ook gebruiken om zelf iets te onthouden. Sommige bruggetjes leerden we al op school en zijn we nooit meer vergeten. ‘t Kofschip bijvoorbeeld. Daar bestaan variaties op: ‘t fokschaap in het noorden van Nederland, en soft ketchup of XTC koffieshop, die ook de x en de c meenemen. Taal gaat immers graag met de tijd mee.

    Een goed ezelsbruggetje voldoet aan drie dingen: het is korter dan de regel zelf, het klinkt gek genoeg om te blijven hangen, en het geeft altijd het juiste antwoord. Voldoet je bruggetje aan alle drie, dan vergeet je het niet meer.

    Antwoorden

    Jou(w) en u(w)
    1. uw  2. jou  3. jouw  4. u  5. uw – jou – u

    Nu jij, met het werkwoord braden
    Ik braad / jij braadt / hij braadt

    Vul een d of een t in
    1. Ik heb net tien kilometer geroeid.
    2. Hij heeft eindelijk eens de meubels afgestoft.
    3. Wordt dat vlees gekookt of gestoofd?
    4. Hun kinderen zijn goed opgevoed en heel beleefd.
    5. Zij was ontsnapt en verdwaald; ze hebben haar overal gezocht.

    Veelgestelde vragen

    Wat is het ezelsbruggetje voor jou en jouw?

    Vervang jou of jouw door mij of mijn. Past mij in de zin, dan schrijf je jou: ze hebben mij gezien, dus ze hebben jou gezien. Past mijn, dan schrijf je jouw: ze hebben mijn auto gezien, dus ze hebben jouw auto gezien.

    Wanneer schrijf je d, t of dt?

    Vul in gedachten het werkwoord lopen in. Zeg je jij loopt, dan schrijf je ook jij raadt. Zeg je ik loop, dan schrijf je ik raad. Het probleem speelt alleen bij werkwoorden met een d in de stam.

    Wat betekent het kofschip?

    Het is een ezelsbruggetje voor het voltooid deelwoord. Eindigt de stam van een werkwoord op t, k, f, s, ch of p, dan krijgt het voltooid deelwoord een t. Eenvoudiger is om er een verleden tijd van te maken: omzaagde wordt omgezaagd, plaste wordt geplast.

    Is het ligt of licht?

    Kun je er liggen van maken, dan schrijf je ligt: het boek ligt op tafel. Gaat het over gewicht of over schijnsel, dan schrijf je licht: de tas is licht, het licht is aan.

    Wat is een ezelsbruggetje precies?

    Een ezelsbruggetje is een geheugensteun waarmee je een regel onthoudt zonder de regel zelf te kennen. Een goed bruggetje is korter dan de regel, blijft hangen doordat het gek klinkt, en geeft altijd het juiste antwoord.

    Bronnen

    • Nederlandse Taalunie, Taaladvies.net – adviezen over werkwoordspelling, die en dat, en jou en jouw.

    Andere blogs uit deze reeks

    1. Waar komt de Nederlandse taal vandaan?
    2. De officiële taalniveaus in Nederland
    3. Hoe taalvaardig is Nederland?
    4. Veelgemaakte taalfouten in het Nederlands
    5. De d’s en de t’s, waar komen ze vandaan?
    6. Wat zijn koppelwoorden en waarom zou je ze moeten gebruiken?
    7. Handige ezelsbruggetjes in de Nederlandse taal
    8. Het belang van goede teksten
    9. De rol van tekst op social media
    10. Waarom SEO belangrijk is
    11. Op zoek naar synoniemen
    12. Medelanders en het Nederlands

    Eerste publicatie op: 19 mei 2021
    Geschreven door: Team Kennisdomein
    Van Kennisdomein
    Team Kennisdomein bestaat uit specialisten die hun sporen hebben verdiend. Het team zorgt voor invulling van Kennisdomein vanuit de passie voor schrijven en het delen van kennis met anderen. De specialisten willen graag meer inzicht creëren in tal van onderwerpen zodat...
    Meer informatie

    Aanbevolen artikelen

    Internet of things in een afbeelding
    Maatschappelijke onderwerpen
    Het Internet der Dingen, of beter bekend als Internet of Things, is een revolutionair concept dat onze dag...
    Typisch Amerikaans beeld
    Maatschappelijke onderwerpen
    Na de grote show van de
    Vrouw die naar foto van vroeger kijkt
    Maatschappelijke onderwerpen
    Nostalgie is het warme gevoel dat opkomt als je terugdenkt aan mooie momenten van vroeger. Ontdek waar dat...
    Universiteit in Nederland
    Maatschappelijke onderwerpen
    Nederland telt 14 universiteiten, van Leiden (1575) tot Twente. Samen hebben ze ruim 330.000 studenten. Be...
    Meer artikelen over Maatschappelijke onderwerpen