Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Maatschappelijk

Kleurenblind zijn: wat je ziet en welk werk je kunt doen

Kleurenblind ben je als je sommige kleuren slecht uit elkaar houdt, meestal rood en groen. Hoe vaak komt het voor en wat kun je dan?

Gepubliceerd op 15 minuten lezen
Jongen en zijn vader aan de keukentafel met kleurpotloden en een tekening van een boom in herfstkleuren

In Noord-Europa heeft ongeveer 8 op de 100 mannen een aangeboren vorm van kleurenblindheid, tegen 1 op de 200 vrouwen. Dat schrijft het Erfocentrum, het Nederlandse kennisinstituut over erfelijkheid. Bijna altijd gaat het om rood en groen, en bijna nooit om helemaal geen kleur zien. Toch weet ongeveer 4 op de 10 jongeren met zo’n stoornis het zelf niet. Dat staat in de richtlijn waarmee consultatiebureaus en schoolartsen werken. Voor je rijbewijs maakt het niets uit, maar wie machinist of piloot wil worden, moet een kleurentest halen. Meer over gezondheid en samenleving staat in het kennisgebied Maatschappelijk.

Wat je ziet als je kleurenblind bent

Wie kleurenblind is, ziet wel kleur, maar minder verschil tussen sommige tinten. Achter in je oog zit het netvlies, de laag die het licht opvangt. Daarin zitten kegeltjes. Dat zijn cellen die bij daglicht kleur waarnemen. Er zijn drie soorten: voor rood, voor groen en voor blauw. Je hersenen mengen hun signalen tot alle kleuren die je kent. Hoe licht en kleur samenhangen, lees je in ons artikel over kleuren en hun toepassingen.

Werkt één soort kegeltje minder goed, dan lopen kleuren in elkaar over. Bij de gewone rood-groenvorm lijken rood, groen en geel op elkaar. Voor wie rood of groen helemaal mist, geven de oogartsen van oogartsen.nl een voorbeeld dat iedereen kent. Je ziet dan slecht het verschil tussen een rijpe rode aardbei en een onrijpe groene. Oogartsen.nl is een voorlichtingssite van oogartsen uit topklinische ziekenhuizen. Bij de zeldzame blauw-geelvorm zijn juist sommige blauwe en groene tinten lastig, en ook donkerblauw naast zwart.

Waarom kleurzwak een beter woord is

Eigenlijk is kleurenblind het verkeerde woord, want helemaal geen kleur zien is zeldzaam. Alleen zwart, wit en grijs zien heet achromatopsie en komt bij ongeveer 1 op de 30.000 mensen voor. Wie dat heeft, ziet ook minder scherp en is vaak gevoelig voor fel licht, schrijft het Erfocentrum. Voor alle anderen is kleurzwak een beter woord. Wij schrijven toch kleurenblind, omdat iedereen dat zegt.

Bij achromatopsie werken de kegeltjes niet en zie je alleen met de staafjes. Dat zijn de andere cellen in je netvlies. Ze helpen je zien in het donker, maar vangen geen kleur op. Daarom ziet ook iemand met gewoon kleurzien in het donker bijna geen kleur. Wat licht nog meer met je doet, van je slaap tot je stemming, staat in ons artikel over de invloed van licht op de mens.

De soorten kleurenblindheid en hoe vaak ze voorkomen

De meeste mannen met een aangeboren kleurzienstoornis, 6 van de 8 op de 100, zijn kleurzwak: ze zien rood en groen wel, maar zwakker. Oogartsen noemen dat anomale trichromasie. Mist één soort kegeltje helemaal, dan heet het dichromasie. Je ziet dan met twee soorten kegeltjes in plaats van drie.

In de tabel hieronder zie je welke vormen er zijn, wat er in het oog anders is en hoe vaak elke vorm voorkomt.

SoortWat er anders isMannenVrouwen
Groenzwak (deuteranomalie)groene kegeltjes werken zwakker5 op 100zelden
Roodzwak (protanomalie)rode kegeltjes werken zwakker1 op 100zelden
Groenblind (deuteranopie)groene kegeltjes ontbreken1 op 100zelden
Roodblind (protanopie)rode kegeltjes werken niet1 op 100zelden
Alle rood-groenvormen samenrode of groene kegeltjes8 op 1001 op 200
Blauw-geel (tritan)blauwe kegeltjes werken niet goedminder dan 1 op 10.000even vaak als mannen
Geen kleur (achromatopsie)geen enkel soort kegeltje werkt1 op 30.000 tot 40.000even vaak als mannen
Bron: oogartsen.nl en Erfocentrum.

Waarom je soms 2 op de 100 leest

Soms lees je een veel lager getal, zoals 2 op de 100. Zo’n getal telt alleen de mannen die rood of groen helemaal missen, de rood- en groenblinden uit de tabel. De oogartsen tellen daarnaast 6 op de 100 mannen die kleurzwak zijn. Samen is dat de 8 procent die het Erfocentrum en de jeugdgezondheidszorg noemen.

Hoeveel Nederlanders kleurenblind zijn

Omgerekend naar de Nederlandse bevolking gaat het om ongeveer 700.000 mannen, eerder iets minder, en tienduizenden vrouwen. Het CBS, het statistiekbureau van de overheid, telde op 1 januari 2026 in totaal 18.130.208 inwoners. Daarvan waren 9.025.827 man en 9.104.381 vrouw.

In de tabel hieronder staan de aandelen uit de vorige tabel, vermenigvuldigd met die aantallen. Het is onze eigen rekensom en afgerond, dus een orde van grootte en geen telling.

GroepAandeelAantal in Nederland
Mannen met een rood-groenvorm8 op 100ongeveer 720.000
Waarvan rood- of groenblind2 op 100ongeveer 180.000
Vrouwen met een rood-groenvorm1 op 200ongeveer 45.000
Mensen zonder kleurzien1 op 30.000ongeveer 600
Bron: eigen berekening met CBS StatLine, bevolking op 1 januari 2026, en de aandelen van oogartsen.nl en het Erfocentrum.

De 8 procent geldt voor mensen van Noord-Europese afkomst. Bij andere herkomst ligt het lager, dus het echte aantal ligt waarschijnlijk iets onder deze uitkomst.

In een schoolklas met 15 jongens zit dus gemiddeld ongeveer één jongen die kleurenblind is. Is dat jouw kind, laat het de leerkracht dan weten. Kaarten, grafieken en kleurcodes in lesboeken zijn voor hem anders lastig te lezen, en hij heeft zelf misschien niet door waarom.

Hoe een kleurentest werkt

De bekendste test is de Ishihara-test, een boek met gekleurde platen. Op elke plaat staat een cirkel van stippen in allerlei tinten, met daarin een cijfer in een andere kleur. De oogartsen geven een voorbeeld. Waar iemand met gewoon kleurzien 74 leest, ziet iemand met een rood-groenstoornis 21. Op andere platen zie je dan helemaal geen cijfer.

Een test in een app of op een website thuis is hooguit een eerste aanwijzing. Bij de keuringen voor het spoor en de luchtvaart telt de gedrukte Ishihara-test, en bij piloten daarna een erkende vervolgtest. Wil je zeker weten wat je hebt, dan stelt een oogarts het vast. Die kan bij twijfel ook andere tests doen, zoals de anomaloscoop, een apparaat waarin je twee lichtkleuren gelijk moet maken.

Bij het consultatiebureau en de schoolarts hoort een kleurentest niet bij het vaste oogonderzoek. De richtlijn voor de jeugdgezondheidszorg zegt alleen dat een kind naar de oogarts gaat als het er last van heeft. Een kind kan pas vanaf ongeveer 3 jaar kleuren vergelijken en benoemen. Het is dus aan jou om het te laten testen als je twijfelt.

Welke beroepen een kleurentest vragen

Machinisten, rangeerders, treindienstleiders en piloten moeten een kleurentest halen; voor de auto, vrachtwagen en bus stelt de wet geen eisen. Zak je voor die test, dan is dat bij spoor en luchtvaart niet meteen het einde. In de tabel hieronder staat per rijbewijs of beroep welke test er is en wat er gebeurt als je hem niet haalt.

Rijbewijs of beroepTestAls je hem niet haalt
Auto, vrachtwagen en busgeen test op kleurziengeen gevolgen
Machinist en rangeerderIshihara, uitgave met 38 platenverder onderzoek door een arts-deskundige
TreindienstleiderIshihara, uitgave met 38 platenpraktijktest op de werkplek
BeroepspilootIshihara, 24 platenandere tests; slaag je niet, dan ben je ongeschikt
PrivépilootIshihara, 24 platenandere tests; anders alleen overdag vliegen
Bron: Regeling eisen geschiktheid 2000, Regeling spoorwegpersoneel 2011 en EASA, Part-MED.

Rijbewijs zonder kleurentest

De eisen voor het rijbewijs staan in de Regeling eisen geschiktheid 2000 van de minister. Het CBR, de instantie die rijexamens afneemt en beoordeelt of je rijgeschikt bent, werkt met die regeling. Bij het onderdeel kleurenzien staat daar in twee woorden: geen eisen. Dat geldt voor de auto en ook voor vrachtwagen en bus.

Machinist en treindienstleider

Wie een trein bestuurt of rangeert, moet een kleurentest halen die in de Regeling spoorwegpersoneel 2011 staat. De keuring gebruikt de Ishihara-test in de uitgave met 38 platen. Van de 16 platen die meetellen, mag je er hoogstens 3 fout hebben. Maak je er meer, dan beslist een arts-deskundige na verder onderzoek. Dat is een arts die zich in deze keuringen heeft gespecialiseerd. Een gekleurde bril of gekleurde lenzen mag je bij de test niet dragen. Een treindienstleider regelt het treinverkeer vanaf een post. Die krijgt bij meer dan 3 fouten een praktijktest op de plek waar hij of zij gaat werken.

Piloot

Een piloot heeft een medische verklaring nodig: het bewijs van een keuringsarts dat je gezond genoeg bent om te vliegen. Daarvoor gelden Europese regels. Ze komen van EASA, het agentschap van de Europese Unie voor veiligheid in de luchtvaart. Bij de eerste keuring doet iedereen de Ishihara-test met 24 platen. De eerste 15 platen, in willekeurige volgorde, moet je zonder fout lezen. Lukt dat niet, dan volgen andere tests, zoals een lamp met gekleurde lichtjes of een test op de computer.

Een beroepspiloot moet normaal kleuren zien of kleurveilig zijn. Kleurveilig betekent dat je de kleuren die er bij het vliegen toe doen, goed herkent. Wie een brevet als privépiloot wil en de extra tests niet haalt, mag nog wel vliegen, maar alleen overdag.

Ons advies: twijfel je, laat je kleurzien dan testen voordat je aan een opleiding tot piloot of machinist begint. Een afwijzing bij de keuring na maanden voorbereiding is een dure manier om erachter te komen.

Waarom vooral mannen kleurenblind zijn

Mannen hebben maar één X-chromosoom, en juist daarop liggen de genen voor de rode en groene kegeltjes, zegt het Erfocentrum. Een chromosoom is een pakketje erfelijk materiaal dat in elke cel zit. Vrouwen hebben twee X-chromosomen, mannen een X en een Y. Rood-groen kleurenblindheid gaat dus via het X-chromosoom van ouder op kind.

Heeft een man daar een fout, dan is er geen tweede X die het werk overneemt. Een vrouw met één fout X ziet meestal gewoon goed, want haar andere X doet het werk. Ze heet dan draagster: ze ziet zelf goed, maar kan de fout doorgeven. Deze manier van erven heet X-gebonden recessief. Recessief betekent dat één goede kopie van het gen genoeg is om gewoon te zien. De blauw-geelvorm erft anders. Dat gen ligt op chromosoom 7, dus mannen en vrouwen krijgen die vorm even vaak.

Van wie je het erft

In de tabel hieronder zie je hoe groot de kans is dat een kind het krijgt, in de drie situaties die het vaakst voorkomen.

OudersZonenDochters
Vader kleurenblind, moeder ziet goed en is geen draagstergeen enkele zoon kleurenblindalle dochters draagster
Moeder draagster, vader ziet goedkans van 1 op 2kans van 1 op 2 dat ze draagster is
Moeder draagster, vader kleurenblindkans van 1 op 2kans van 1 op 2, anders draagster
Bron: Erfocentrum, X-gebonden recessieve overerving; de derde rij is daaruit afgeleid.

Een vader geeft kleurenblindheid dus nooit door aan zijn zoon, want een zoon krijgt van zijn vader het Y-chromosoom. Zijn dochters krijgen de fout wel mee, als draagster. Zo lijkt het vaak een generatie over te slaan: een jongen kan het via zijn moeder van zijn opa hebben, zeggen de oogartsen. Is de vader van je moeder kleurenblind, dan is je moeder zeker draagster. Als zoon heb je dan een kans van 1 op 2.

Hoeveel vrouwen draagster zijn

Ongeveer 1 op de 7 vrouwen is naar schatting draagster. Dat is onze eigen rekensom met een vaste regel uit de erfelijkheidsleer, en geen meting. De redenering gaat zo. Als 8 op de 100 mannen een fout X-chromosoom heeft, draagt ook ongeveer 8 procent van alle X-chromosomen die fout. Een vrouw heeft er twee. De kans dat precies één daarvan fout is, is twee keer 0,08 keer 0,92. Dat is bijna 15 procent.

De kans dat allebei fout zijn, is ongeveer 0,08 keer 0,08, iets meer dan 0,6 procent. Omdat rood en groen twee aparte genen zijn, ligt het echte getal iets lager. Dat past bij de 0,5 procent vrouwen die het Erfocentrum noemt. Het verklaart ook waarom het verschil tussen mannen en vrouwen zo groot is: een vrouw heeft twee keer pech nodig, een man één keer.

Later in je leven anders kleuren zien

Een kleurzienstoornis die pas later ontstaat, heeft een andere oorzaak dan de aangeboren vorm. Die aangeboren vorm wordt je hele leven niet erger en niet beter, schrijven de oogartsen. Ze noemen de late vorm een verworven kleurzienstoornis. Die is vaker een blauw-geelstoornis en komt bij mannen en vrouwen even vaak voor. Kleuren lijken dan anders of minder fel dan eerst.

De oogartsen noemen onder meer een ontsteking van de oogzenuw, de zenuw die beelden van je oog naar je hersenen brengt. Ook sommige erfelijke netvliesziekten kunnen het geven. Bij kegeldystrofie bijvoorbeeld werken de kegeltjes in de loop van de jaren steeds slechter. Ook de medicijnen chloroquine en hydroxychloroquine kunnen in een hoge dosis je kleurzien aantasten. Het Erfocentrum noemt daarnaast schade aan het oog, andere ziekten en sommige giftige stoffen.

Merk je dat kleuren ineens anders of fletser zijn? Dat past niet bij aangeboren kleurenblindheid. Laat het daarom nakijken bij je huisarts. Gebruik je een van die medicijnen, bespreek het dan met de arts die ze voorschrijft, want het gaat om een hoge dosis.

Hulp met een bril of een app

Er zijn brillen, contactlenzen en apps die helpen, maar aangeboren kleurenblindheid gaat er niet mee over, schrijft het Erfocentrum. Een speciale bril of lens maakt het verschil tussen sommige kleuren voor een deel van de mensen groter. Er zijn ook apps en kleine apparaten die een kleur voor je herkennen.

Toch geeft zo’n bril je geen normaal kleurzien. Bij de keuring voor het spoor mag je hem niet eens dragen. Bij het kiezen van kleding of het lezen van een kleurcode kan een app wel helpen.

Kleur gebruiken zodat iedereen het ziet

Wie een website, formulier of grafiek maakt, hoort kleur nooit als enige signaal te gebruiken. Dat is de kern van eis 1.4.1 in de WCAG. Dat zijn de internationale richtlijnen voor toegankelijke websites van het W3C, de organisatie die de standaarden van het web beheert. De eis staat bovendien op niveau A, het basisniveau dat elke website hoort te halen.

Het W3C noemt zelf ook voorbeelden van informatie die alleen in kleur zit. Denk aan verplichte velden in rood, een fout die alleen rood kleurt, of de verkoop van Mary in rood en die van Tom in blauw. Wie kleuren slecht ziet, zoals veel ouderen, of een scherm zonder kleur gebruikt, mist die informatie dan. Voor iemand met een rood-groenstoornis gaat het vooral mis als rood en groen het verschil moeten maken, zoals bij een rode en een groene knop. Zet er dus een woord of teken bij.

Denk daarom aan je eigen publiek. Van elke 1.000 mannen die je webwinkel bezoeken, hebben er ongeveer 80 moeite met het verschil tussen rood en groen. Welke gevoelens kleuren oproepen en waarom merken ze zo zorgvuldig kiezen, lees je in ons artikel over kleurenpsychologie en de betekenis van kleuren.

Veelgestelde vragen over kleurenblindheid

Welke kleuren zie je niet als je kleurenblind bent?

Bijna iedereen die kleurenblind is, ziet wel kleur, maar houdt sommige tinten slecht uit elkaar. Bij de gewone rood-groenvorm lijken rood, groen en geel op elkaar, schrijft het Erfocentrum, het Nederlandse kennisinstituut over erfelijkheid. Bij de zeldzame blauw-geelvorm zijn sommige blauwe en groene tinten lastig. Alleen zwart, wit en grijs zien komt bij ongeveer 1 op de 30.000 mensen voor.

Kan een vrouw kleurenblind zijn?

Ja, maar veel minder vaak dan een man: ongeveer 1 op de 200 vrouwen tegen 8 op de 100 mannen in Noord-Europa, volgens het Erfocentrum. Een vrouw heeft twee X-chromosomen en moet op allebei de fout hebben. Met één fout X-chromosoom ziet ze meestal gewoon goed, maar kan ze het doorgeven aan haar zonen. Naar onze eigen schatting is ongeveer 1 op de 7 vrouwen zo’n draagster.

Mag je autorijden als je kleurenblind bent?

Ja. De Regeling eisen geschiktheid 2000, waar het CBR mee werkt, zegt bij kleurenzien: geen eisen. Dat geldt voor de auto en ook voor de vrachtwagen en de bus. Voor machinisten en piloten is er wel een kleurentest.

Is kleurenblindheid te genezen?

Nee. Aangeboren kleurenblindheid gaat niet over en verandert je leven lang niet, zeggen het Erfocentrum en de oogartsen. Een speciale bril of een app kan helpen om sommige kleuren beter te onderscheiden, maar geeft geen normaal kleurzien. Ziet iemand later ineens kleuren anders, dan is er een andere oorzaak. Laat het daarom nakijken bij de huisarts.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.

Bronnen

Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.

Schrijft over Maatschappelijk, Ondernemen, Producten en Wereld.

Verder lezen in Maatschappelijk

Alle artikelen in Maatschappelijk