D of t? Zo zit de werkwoordspelling in elkaar

Twijfel je tussen d, t of dt? Lees hoe je de stam maakt, wanneer er een t achter komt en hoe ‘t kofschip het voltooid deelwoord bepaalt.

Inhoudsopgave

    Al kun je nog zo goed Nederlands schrijven, een foutje met d of t is zo gemaakt. Zelfs een docent op de basisschool vergist zich weleens. Dat komt doordat je twee heel verschillende regels tegelijk moet toepassen: één voor de tegenwoordige tijd en één voor het voltooid deelwoord. Hieronder staan ze allebei, met de voorbeelden erbij.

    Kiezen kan alleen bij werkwoorden

    De keuze tussen een d en een t aan het einde van een woord bestaat alleen bij werkwoorden. Bij zelfstandige naamwoorden ligt de schrijfwijze vast, ook al hoor je hetzelfde: je schrijft hond en hand, maar spreekt ze uit met een t-klank. Twijfel je in de praktijk, dan helpt een ezelsbruggetje voor de d en de t je snel verder.

    De d en de t in de Nederlandse werkwoordspelling

    Een subject met een toestand, handeling of proces

    De eerste vraag is dus: wat is een werkwoord eigenlijk? Dat zijn alle woorden die een toestand, handeling of proces aanduiden. Denk aan doen en laten, maar ook aan fietsen, lopen, schelden, eten, gaan en omvallen.

    Een werkwoord staat altijd bij een onderwerp: een persoon, een dier of een ding. In de zin ‘De hond loopt’ is loopt het werkwoord en de hond het onderwerp. In ‘De jongens fietsen’ is fietsen het werkwoord en zijn de jongens het onderwerp. Precies dat onderwerp bepaalt of er een t bij komt.

    De vorm van het werkwoord

    Wat maakt het nu zo lastig? Een werkwoord verandert van vorm, en die vorm hangt af van twee dingen: het onderwerp en de tijd (tegenwoordige of verleden tijd).

    Neem Jaap. Als Jaap naar de snackbar gaat, zegt hij: ‘Ik fiets even naar de snackbar.’ Er staat geen t achter fiets. Dat klopt, want Jaap spreekt in de eerste persoon enkelvoud, oftewel de ik-vorm. Daar komt nooit een t achter de stam.

    Hoe maak je de stam van het werkwoord?

    Een stam klinkt ingewikkelder dan het is. Je begint bij het hele werkwoord, in vaktaal de infinitief. Bij ‘ik fiets’ is dat fietsen. De stam vind je door de laatste letters e en n weg te halen.

    Wat je doetHeel werkwoordStam (ik-vorm)
    -en erafdansen, knielen, zingenik dans, ik kniel, ik zing
    -en eraf en één dubbele medeklinker wegknippen, bellen, voetballenik knip, ik bel, ik voetbal
    -en eraf en een klinker erbijlopen, eten, horen, sturenik loop, ik eet, ik hoor, ik stuur
    Scheidbaar werkwoord: alleen het werkwoorddeel teltophangen, rondleiden, terugkrabbelenik hang op, ik leid rond, ik krabbel terug
    De stam is het startpunt voor elke vorm in de tegenwoordige tijd.

    Bij scheidbare werkwoorden let je op de woordvolgorde: het deel dat bij het onderwerp hoort, krijgt de t of juist niet. In ‘hij hangt de was op’ komt de t dus achter hang, niet achter op.

    Bij 2e en 3e persoon enkelvoud en de meervoudsvormen

    Tot nu toe ging het alleen over de ik-vorm. Daar komt geen t achter. Bij jij, u, hij, zij en het geldt de regel stam + t: ‘Jij fietst naar de snackbar’ en ‘Hij fietst naar de snackbar’. Bij de meervoudsvormen wij, jullie en zij komen de letters e en n weer terug: ‘Wij fietsen naar de snackbar’.

    Één uitzondering onthoud je makkelijk: staat jij of je achter het werkwoord, dan valt de t weg. Je schrijft dus ‘jij fietst’, maar ‘fiets jij?’. Bij u gebeurt dat niet: ‘fietst u?’ houdt de t.

    Word of wordt? Werkwoorden waarvan de stam al op een d eindigt

    Hier gaat het het vaakst mis. Bij worden, vinden, rijden en antwoorden eindigt de stam zelf al op een d. Dat verandert niets aan de regel: het onderwerp bepaalt of er een t bij komt, ook al zie je dan dt achter elkaar staan. Onze Taal formuleert het zo: pas ook bij stammen op een d gewoon ‘stam plus t’ toe.

    OnderwerpVormVoorbeeld
    ikstamik word, ik vind, ik rijd
    jij, u, hij, zij, hetstam + tjij wordt, u vindt, hij rijdt
    jij achter het werkwoordstamword jij? vind jij? rijd jij?
    wij, jullie, zijheel werkwoordwij worden, jullie vinden, zij rijden
    Bron: Onze Taal, werkwoordspelling d, t of dt.

    Het voltooid deelwoord: d of t?

    Waar komt die d dan vandaan die je zo vaak ziet? Uit het voltooid deelwoord: de vorm die je gebruikt in zinnen met hebben of zijn, zoals ‘hij heeft geschreeuwd’ en ‘ik ben verhuisd’. In de tegenwoordige tijd komt er nooit een d achter de stam; die keuze speelt alleen hier.

    Voor die keuze gebruik je ‘t kofschip. Eindigt de stam van het werkwoord op een van de medeklinkers uit dat ezelsbruggetje, dan krijgt het voltooid deelwoord een t. In alle andere gevallen wordt het een d. Dezelfde letters bepalen ook of de verleden tijd op -te of op -de eindigt.

    Stam eindigt opVerleden tijdVoltooid deelwoord
    t, k, f, s, ch of p (‘t kofschip)-te: klopte, likte, fietste-t: geklopt, gelikt, gefietst
    alle andere klanken-de: veegde, haalde, schreeuwde-d: geveegd, gehaald, geschreeuwd
    Bron: Onze Taal, de regel van ‘t kofschip. De c en de q gedragen zich als een k-klank, de x als een s-klank: gefaxt.

    Neem schreeuwen: de stam is schreeuw en de w zit niet in ‘t kofschip. Daarom schrijf je geschreeuwd. Bij fietsen eindigt de stam op een s, en die zit er wél in: gefietst.

    Als de eindletter verandert

    Let op werkwoorden op -zen en -ven. Bij verhuizen is de klank aan het eind van de stam een z, ook al schrijf je ‘ik verhuis’. Die z zit niet in ‘t kofschip, dus schrijf je ‘ik ben verhuisd’. Zo’n d achter een s ziet er gek uit, maar hij klopt. Hetzelfde geldt voor leven: de stam eindigt op een v-klank, dus wordt het geleefd. De Taalunie legt het zo uit: kijk naar de klank in het hele werkwoord, niet naar de geschreven ik-vorm.

    Veelgestelde vragen over d, t en dt

    Wanneer schrijf je word en wanneer wordt?

    Bij ik schrijf je word. Bij jij, u, hij, zij of het schrijf je wordt, ook al staat er dan dt. Staat jij achter het werkwoord, dan valt de t weg: ‘word jij’.

    Wat is de stam van een werkwoord?

    Het hele werkwoord zonder de uitgang -en. Bij een dubbele medeklinker haal je er één weg (knippen wordt knip) en soms komt er een klinker bij (lopen wordt loop).

    Welke letters zitten er in ‘t kofschip?

    De t, k, f, s, ch en p. Dat zijn stemloze klanken. Eindigt de stam daarop, dan krijgt het voltooid deelwoord een t en de verleden tijd -te.

    Waarom is het verhuisd en niet verhuist?

    Omdat je naar het hele werkwoord kijkt: verhuizen eindigt op een z-klank. Die zit niet in ‘t kofschip, dus wordt het een d. Bij ‘hij verhuist volgende week’ gaat het om de tegenwoordige tijd, en dan geldt stam + t.

    Hoe zit het met x en c?

    Je gaat af op de klank. De x klinkt als een s-klank en de c meestal als een k-klank; beide krijgen dus een t: gefaxt. Daarom noemen sommigen het ezelsbruggetje ‘t ex-kofschip.

    Bronnen

    Genootschap Onze Taal, Werkwoordspelling: d, t of dt (geraadpleegd augustus 2026).
    Genootschap Onze Taal, De regel van ‘t kofschip.
    Taalunie, D / t (voltooid deelwoord).

    Andere blogs uit deze reeks

    1. Waar komt de Nederlandse taal vandaan?
    2. De officiële taalniveaus in Nederland
    3. Hoe kundig zijn wij in de Nederlandse taal in 2021
    4. Veel gemaakte fouten in de Nederlandse taal
    5. D of t? Zo zit de werkwoordspelling in elkaar
    6. Wat zijn koppelwoorden en waarom zou je ze moeten gebruiken?
    7. Handige ezelsbruggetjes in de Nederlandse taal
    8. Het belang van goede teksten
    9. De rol van tekst op social media
    10. Waarom SEO belangrijk is
    11. Op zoek naar synoniemen
    12. Medelanders en het Nederlands

    Eerste publicatie op: 10 mei 2021
    Geschreven door: Team Kennisdomein
    Van Kennisdomein
    Team Kennisdomein bestaat uit specialisten die hun sporen hebben verdiend. Het team zorgt voor invulling van Kennisdomein vanuit de passie voor schrijven en het delen van kennis met anderen. De specialisten willen graag meer inzicht creëren in tal van onderwerpen zodat...
    Meer informatie

    Aanbevolen artikelen

    Internet of things in een afbeelding
    Maatschappelijke onderwerpen
    Het Internet der Dingen, of beter bekend als Internet of Things, is een revolutionair concept dat onze dag...
    Typisch Amerikaans beeld
    Maatschappelijke onderwerpen
    Na de grote show van de
    Vrouw die naar foto van vroeger kijkt
    Maatschappelijke onderwerpen
    Nostalgie is het warme gevoel dat opkomt als je terugdenkt aan mooie momenten van vroeger. Ontdek waar dat...
    Universiteit in Nederland
    Maatschappelijke onderwerpen
    Nederland telt 14 universiteiten, van Leiden (1575) tot Twente. Samen hebben ze ruim 330.000 studenten. Be...
    Meer artikelen over Maatschappelijke onderwerpen