Veelgemaakte taalfouten in het Nederlands
De meeste Nederlandse taalfouten komen uit een handjevol categorieën: d en t, de en het, spatiefouten en zinsbouw. Hier zie je hoe je ze voorkomt.

Niemand spreekt en schrijft een taal foutloos. Toch zijn de meeste taalfouten eenvoudig te voorkomen, omdat ze steeds terugkomen in dezelfde paar categorieën. Je kunt de spellingregels leren, maar je kunt ook je voordeel doen met handige ezelsbruggetjes. In dit artikel lees je welke fouten het vaakst voorkomen, hoe je ze herkent en hoe erg het eigenlijk is als je er een maakt.
Is het maken van taalfouten erg?
Ja en nee. Het hangt af van hoeveel fouten je maakt, in wat voor tekst je ze maakt en wie hem leest. App je met familie en vrienden, dan maakt het weinig uit. Sterker nog, veel mensen maken daar juist expres foutjes. Voor de lol, of omdat het sneller typt. Zo wordt wacht in de app vaak w8 en toch gewoon tog.
Vervelender is het als je fouten maakt terwijl je dat niet wilt. In een sollicitatiebrief bijvoorbeeld, in een memo die het hele kantoor doorgaat of in een verslag voor school. Als jij jezelf presenteert, wil je dat zo goed mogelijk doen. Je trekt immers ook nette kleren aan voor een sollicitatiegesprek.
Tegelijk bestaat perfect werk niet en is één taalfout niet het einde van de wereld. Ook wij als tekstschrijvers van Team Kennisdomein en de Schrijverije maken er wel eens een. Misschien vind je er zelfs één in dit artikel.
Welke soorten veelgemaakte taalfouten zijn er?
Vrijwel alle veelgemaakte taalfouten vallen in vier groepen.
- Werkwoordspelling. De bekendste is de keuze tussen d, t en dt. Waar die d en t vandaan komen en waarom ze zo lastig zijn, lees je in het artikel over de d en de t.
- Lidwoorden en verwijswoorden. De of het, en daarmee ook die of dat. Voor wie het Nederlands niet als moedertaal heeft is dit lastig, omdat er nauwelijks een regel voor bestaat. Je leert het per woord.
- Fouten die in de taal zijn geslopen. Veel mensen zeggen veels te veel, terwijl het woord veels niet bestaat. Juist is veel te veel. Ook de spatiefout hoort hier: opzoek aan elkaar in plaats van op zoek. Die fout is begrijpelijk, want opzoeken bestaat wél. Dan gaat het om iets naslaan.
- Zinsbouw. Hier gaat het niet om losse woorden maar om de volgorde. Zie de volgende paragrafen.
De meestgemaakte taalfouten op een rij
Deze fouten kom je in Nederlandse teksten het vaakst tegen.
| Fout | Juist | Waarom |
|---|---|---|
| Ik ben opzoek naar een fiets | Ik ben op zoek naar een fiets | Opzoeken bestaat wel, maar betekent iets naslaan |
| Veels te veel | Veel te veel | Het woord veels bestaat niet |
| Een meisje die ging winkelen | Een meisje dat ging winkelen | Die hoort bij de-woorden, dat bij het-woorden |
| Het touw is langer als de lat | Het touw is langer dan de lat | Als vergelijkt, dan drukt een verschil uit |
| Me moeder belde | Mijn moeder belde | Me is spreektaal; schrijf mijn of m’n |
| Hij vertelde tegen mij | Hij vertelde mij, of hij zei tegen mij | Verhaspeling van vertellen aan en zeggen tegen |
| Ik wordt gebeld | Ik word gebeld | De ik-vorm is de stam, zonder t |
| Tenslotte kwam hij toch | Ten slotte kwam hij toch | Ten slotte is als laatste; tenslotte betekent immers |
Daarnaast zijn er woorden die op twee manieren geschreven kunnen worden, met een andere betekenis: pijl en peil, ligt en licht, wand en want, houd en hout. Twijfel je, zoek het woord dan even op. Voor een aantal daarvan bestaat een ezelsbruggetje dat je het meteen laat onthouden.
Zinsbouw
Een fout die veel wordt gemaakt heeft niets met spelling te maken, maar met zinsbouw. Vaak komt dat doordat iemand tijdens het schrijven nog iets bedenkt en dat achteraan de zin plakt. Een voorbeeld: Piet ging naar school gisteren. Beter is: Piet ging gisteren naar school.
Zo’n verkeerde volgorde leidt soms tot hilarische zinnen. Een meisje schreef haar opa eens een kaart met daarop: een dikke kus voor opa, de dikste. Het lijkt alsof opa de dikste opa ter wereld is, terwijl het meisje bedoelde dat zij hem de dikste kus stuurt.
Ook uitdrukkingen worden geregeld verhaspeld. Op een website stond ooit: Bemachtigt u het Nederlands niet? Daar lopen twee dingen door elkaar: de Nederlandse taal machtig zijn, en het werkwoord bemachtigen.
Nog een voorbeeld uit de praktijk: we werkten eens een processtuk uit voor een advocaat. Het ging over een rechtszaak rond vervuild slib. De advocaat, die overigens uitstekend Nederlands schreef, had het consequent over vervuilde slip. Gelukkig konden we het stuk aanpassen voordat het de rechter onder ogen kwam.
Taalfouten op je website
Taalfouten op je website werken tegen je. Misschien denk je dat het niet uitmaakt, omdat het toch om de boodschap gaat. Je weet alleen nooit wie er meeleest. Een klant die wél verstand van taal heeft, ziet ze meteen. Veel fouten maken een slordige indruk, en die indruk straalt af op je werk. Het gaat om vertrouwen: wie zorgvuldig overkomt, krijgt sneller een opdracht gegund.
En Google? Zoekmachines noemen spelling nergens als rankingfactor. In zijn richtlijn voor nuttige content stelt Google wel de vraag of een tekst spel- of stijlfouten bevat, als onderdeel van de beoordeling of een pagina zorgvuldig is gemaakt. Slordige teksten vallen dus op, maar één taalfout kost je geen posities.
Belangrijker dan foutloosheid is dat je tekst te begrijpen is voor je lezer. Welk taalniveau je publiek aankan, bepaalt hoeveel je kunt vragen van je zinnen en je woordkeuze.
Hoe voorkom je taalfouten?
- Lees je tekst hardop. Kromme zinnen hoor je eerder dan je ze ziet.
- Laat hem een nacht liggen. Met afstand lees je je eigen tekst als een vreemde.
- Gebruik een ezelsbruggetje bij twijfel in plaats van je gevoel te volgen.
- Let op je verbindingen. Een tekst zonder koppelwoorden is grammaticaal correct en toch moeilijk te volgen.
- Laat meelezen. Gaat het om een tekst die ertoe doet, vraag dan iemand met taalgevoel om een laatste blik.
Veelgestelde vragen
Wat is de meestgemaakte taalfout in het Nederlands?
De werkwoordspelling levert de meeste fouten op: de keuze tussen d, t en dt. De fout ontstaat doordat je het verschil niet hoort. Vul in gedachten het werkwoord lopen in en je hoort meteen of er een t achter hoort.
Wanneer schrijf je die en wanneer dat?
Die hoort bij de-woorden en dat bij het-woorden. Het meisje dat ging winkelen, de jongen die ging winkelen. Twijfel je, zet dan het lidwoord voor het woord waarnaar je verwijst.
Is het langer als of langer dan?
Langer dan. Je gebruikt als wanneer je twee dingen gelijkstelt en dan wanneer je een verschil uitdrukt. Het touw is net zo lang als de lat, maar het touw is langer dan de lat.
Schrijf je op zoek los of aan elkaar?
Los: ik ben op zoek naar een nieuwe fiets. Opzoeken aan elkaar bestaat ook, maar dat betekent iets naslaan of iemand bezoeken. Dit is een van de bekendste spatiefouten in het Nederlands.
Hoe erg is een taalfout in een zakelijke tekst?
Een enkele fout kost je zelden een opdracht. Veel fouten wel: ze maken een slordige indruk en die indruk straalt af op je werk. Laat teksten die ertoe doen daarom altijd door iemand anders nalezen.
Hoe we dit artikel hebben gemaakt
Eerste publicatie op , laatst bijgewerkt op . Geschreven door onze eigen redactie en nagelopen op feiten, cijfers en bronnen.
Klopt er iets niet, of mis je iets? Laat het ons weten. We lopen het na en passen het artikel aan.
Bronnen
- Nederlandse Taalunie, Taaladvies.net – adviezen over onder meer ten slotte, die en dat, en als en dan.
- Google Search Central, Creating helpful, reliable, people-first content, bijgewerkt 10 december 2025.
Andere blogs uit deze reeks
1. Waar komt de Nederlandse taal vandaan?
2. De officiële taalniveaus in Nederland
3. Hoe taalvaardig is Nederland?
4. Veelgemaakte taalfouten in het Nederlands
5. De d’s en de t’s, waar komen ze vandaan?
6. Wat zijn koppelwoorden en waarom zou je ze moeten gebruiken?
7. Handige ezelsbruggetjes in de Nederlandse taal
8. Het belang van goede teksten
9. De rol van tekst op social media
10. Waarom SEO belangrijk is
11. Op zoek naar synoniemen
12. Medelanders en het Nederlands
Geschreven door
Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein en geen persoon. De kern wordt gevormd door Chadli Hachani en Sonja Schwedersky, aangevuld met vaste schrijvers en meelezers per onderwerp.
Verder lezen in Maatschappelijk
Synoniemen: betekenis, voorbeelden en een handige lijstEen synoniem is een woord met vrijwel dezelfde betekenis als een ander woord. Lees wat synoniemen zijn, waarom je ze gebruikt en bekijk een handige lijst.
Handige ezelsbruggetjes in de Nederlandse taalTwijfel je tussen d en t, jou en jouw of ligt en licht? Deze bekende ezelsbruggetjes voor de Nederlandse taal helpen je het meteen te onthouden.
Wat zijn koppelwoorden en waarom zou je ze moeten gebruiken?Koppelwoorden of signaalwoorden leggen verbanden tussen zinnen. Hier zie je per tekstverband welke woorden je gebruikt, met voorbeelden uit de praktijk.
D of t? Zo zit de werkwoordspelling in elkaarTwijfel je tussen d, t of dt? Lees hoe je de stam maakt, wanneer er een t achter komt en hoe 't kofschip het voltooid deelwoord bepaalt.