Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Financieel

Rente op rente berekenen met formule, tabel en regel van 72

Rente op rente is rente over je inleg en over de rente die je eerder kreeg. Zo reken je het uit, met tabel en de regel van 72.

Gepubliceerd op 13 minuten lezen
Drie glazen potten met steeds meer munten op een houten vensterbank in laag herfstlicht

Je geld groeit elk jaar iets harder, omdat de rente van vorig jaar meetelt. Op een spaarrekening gaat dat langzamer dan een rekenvoorbeeld met 7 procent laat zien. Stel dat je begin 2006 € 1.000 spaarde tegen de gemiddelde spaarrente. Twintig jaar later stond er volgens onze berekening ongeveer € 1.290. We rekenden met de cijfers van de Europese Centrale Bank (ECB). Dat is de centrale bank van de eurolanden. De prijzen stegen in die tijd harder dan je saldo. Meer over sparen, lenen en belasting staat in het kennisgebied Financieel.

Wat rente op rente is

Rente op rente betekent dat je rente krijgt over je inleg en ook over de rente die er al bij kwam. Een ander woord is samengestelde rente. Het tegenovergestelde is enkelvoudige rente. Dan krijg je elk jaar alleen rente over het bedrag waarmee je begon.

Een voorbeeld laat het verschil zien. Je zet € 1.000 op een spaarrekening met 2 procent rente. Na een jaar krijg je € 20 rente. Laat je die staan, dan rekent de bank het tweede jaar met € 1.020. De rente is dan € 20,40. Het derde jaar is het € 20,81.

Die dubbeltjes lijken weinig. Na tien jaar staat er € 1.219. Zonder rente op rente was het € 1.200 geweest. Wie de rente elk jaar opneemt, mist het effect helemaal.

De formule voor rente op rente

De formule is: eindbedrag is inleg keer 1 plus de rente, tot de macht het aantal jaren. De rente schrijf je als kommagetal. Bij 2 procent is dat 0,02. Je rekent dan met 1,02. Tot de macht 10 betekent dat je tien keer achter elkaar met 1,02 vermenigvuldigt.

Neem het voorbeeld van hierboven, met tien jaar. De som wordt dan 1.000 keer 1,02 tot de macht 10. De uitkomst is € 1.218,99.

Tabel voor een bedrag ineens

In de tabel hieronder zie je wat € 1.000 wordt als je er niets bij stort en niets opneemt. In elke rij staat een andere rente.

Rente per jaarNa 10 jaarNa 20 jaarNa 30 jaar
1%€ 1.105€ 1.220€ 1.348
2%€ 1.219€ 1.486€ 1.811
3%€ 1.344€ 1.806€ 2.427
4%€ 1.480€ 2.191€ 3.243
5%€ 1.629€ 2.653€ 4.322
7%€ 1.967€ 3.870€ 7.612
Bron: eigen berekening met de formule voor rente op rente, afgerond op hele euro’s. De rente is een aanname en blijft in dit rekenvoorbeeld alle jaren gelijk.

Heb je een ander bedrag, dan reken je mee: bij € 5.000 neem je elk getal keer vijf.

De rijen met 5 en 7 procent zijn rekenvoorbeelden. Zo’n hoge gemiddelde spaarrente kwam de afgelopen twintig jaar in geen enkele maand voor. In augustus 2026 was het gemiddelde 1,26 procent, meldt de ECB.

Met een vast bedrag per maand

Stort je elke maand een vast bedrag, dan krijgt elke storting haar eigen rente op rente. De eerste € 100 groeit het langst, de laatste bijna niet.

In de tabel hieronder zie je wat € 100 per maand wordt. In de bovenste rij staat wat je zelf hebt ingelegd.

Rente per jaarNa 10 jaarNa 20 jaarNa 30 jaar
Alleen je inleg€ 12.000€ 24.000€ 36.000
1%€ 12.623€ 26.566€ 41.968
2%€ 13.282€ 29.472€ 49.207
4%€ 14.718€ 36.503€ 68.751
7%€ 17.202€ 51.041€ 117.606
Bron: eigen berekening. Je stort aan het begin van elke maand en de rente komt er elke maand bij. De jaarrente is omgerekend naar een maandrente, zodat je over een jaar precies op het genoemde percentage uitkomt. De rente is een aanname en blijft alle jaren gelijk. Afgerond op hele euro’s.

Bij 2 procent heb je na dertig jaar € 49.207. Zelf legde je € 36.000 in. De rest, ruim € 13.000, is rente en rente op rente. De eerste tien jaar is dat verschil nog klein: € 1.282.

De regel van 72

Met de regel van 72 schat je uit je hoofd hoe lang het duurt tot je geld is verdubbeld. Je deelt 72 door het rentepercentage. Bij 4 procent deel je 72 door 4. De uitkomst is 18 jaar.

In de tabel hieronder staat de regel naast de precieze uitkomst.

Rente per jaarRegel van 72Precies gerekend
1%72 jaar69,7 jaar
2%36 jaar35,0 jaar
4%18 jaar17,7 jaar
6%12 jaar11,9 jaar
8%9 jaar9,0 jaar
12%6 jaar6,1 jaar
Bron: eigen berekening. Precies gerekend is het aantal jaren waarna een bedrag met rente op rente is verdubbeld.

Rond 8 procent klopt de regel bijna precies. Bij een lage rente schat hij te ruim. Delen door 70 komt dan dichter in de buurt, volgens onze berekening. Bij de gemiddelde spaarrente van augustus 2026 duurt verdubbelen volgens onze berekening ruim 55 jaar.

Voor prijzen werkt dezelfde som. Inflatie is de stijging van de prijzen in een jaar. Bij 3 procent inflatie zijn de prijzen na ruim 23 jaar verdubbeld.

Rente per maand of per jaar

Hoe vaak de rente wordt bijgeschreven, maakt uit voor het eindbedrag. Komt de rente elke maand bij je saldo, dan krijg je binnen het jaar al rente over rente. Een rente van 1 procent per maand is daardoor geen 12 procent per jaar. Volgens onze berekening is het 12,68 procent.

Wie rentes vergelijkt, heeft dus het meest aan het percentage per jaar. DUO, de Dienst Uitvoering Onderwijs die de studieleningen regelt, laat zien hoe je precies omrekent. De rente op een studieschuld wordt elke maand berekend. Daarom rekent DUO het jaarpercentage eerst om naar een kleiner maandpercentage. In 2027 is de rente voor de meeste studenten 2,70 procent. Per maand rekent DUO dan met 0,222 procent. Gewoon delen door twaalf zou 0,225 procent geven. Door die omrekening kom je over een heel jaar precies op 2,70 procent uit. Deel je de jaarrente gewoon door twaalf, dan wordt 4 procent over een jaar volgens onze berekening 4,07 procent.

Wat een spaarrekening in twintig jaar opleverde

Spaargeld kreeg van 2006 tot en met 2025 volgens onze berekening gemiddeld 1,28 procent rente per jaar. De prijzen stegen in die jaren gemiddeld 2,33 procent per jaar. Wij telden dat zo. De ECB publiceert elke maand de gemiddelde rente op Nederlands spaargeld met een opzegtermijn tot drie maanden. Dat is vooral de gewone spaarrekening. Van die maandcijfers namen we per jaar het gemiddelde. De inflatie komt van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het statistiekbureau van de overheid.

Daarna lieten we € 1.000 twintig jaar staan, met rente op rente. In de tabel hieronder zie je per vijf jaar de rente en de inflatie. De laatste kolom zegt wat je saldo aan het eind van die jaren nog kon kopen, gerekend in prijzen van begin 2006.

JarenSpaarrente per jaarInflatie per jaarKoopkracht van € 1.000
2006 tot en met 20102,52%1,54%€ 1.049
2011 tot en met 20151,64%1,78%€ 1.042
2016 tot en met 20200,20%1,46%€ 979
2021 tot en met 20250,78%4,59%€ 814
Bron: eigen berekening met de rentestatistiek van de ECB voor Nederlandse spaartegoeden met een opzegtermijn tot drie maanden en de inflatiecijfers van het CBS. Inflatie als jaargemiddelde. Rente zonder aftrek van belasting.

Wat er van duizend euro overbleef

Eind 2025 stond er € 1.290 op de rekening. Om hetzelfde te kopen als begin 2006 had je volgens onze berekening ongeveer € 1.586 nodig. Je spaargeld kon dus zo’n 19 procent minder kopen, ondanks twintig jaar rente op rente.

De eerste vijf jaar won de rente het van de prijzen. Tot en met 2016 hield je saldo de prijzen ongeveer bij. Daarna niet meer. Van 2017 tot en met 2022 lag de gemiddelde spaarrente per jaar onder een kwart procent. Over heel 2022 kwam ze volgens onze berekening zelfs net onder nul uit. In dat jaar stegen de prijzen 10 procent, het hoogste cijfer van deze twintig jaar.

Dit is een gemiddelde over al het spaargeld bij alle banken, waarin elke euro even zwaar telt. Jouw rente kan dus hoger of lager zijn geweest. In de cijfers zit ook spaargeld van bedrijven, dat de ECB bij de huishoudens telt. Voor het hele eurogebied schatte de ECB dat deel in 2017 op ongeveer 5 procent. Toch is de les duidelijk: rente op rente werkt ook voor de prijzen. Hoe dat komt, lees je in ons artikel over waarom alles steeds duurder wordt.

Wat 100.000 euro spaargeld aan rente oplevert

Op € 100.000 krijg je bij de gemiddelde spaarrente van augustus 2026 ongeveer € 1.260 rente in een jaar. Laat je alles staan, dan heb je na tien jaar ruim € 113.000. Dat is een rekenvoorbeeld, want een bank kan haar rente tussentijds aanpassen.

Wat box 3 ervan afhaalt

Over een deel van die rente betaal je belasting in box 3. Dat is het deel van de inkomstenbelasting over je spaargeld en beleggingen. De Belastingdienst rekent over 2026 met een vaste opbrengst van 1,28 procent op spaargeld. Dat percentage is nog voorlopig. Van je vermogen is € 59.357 vrijgesteld. Over de opbrengst van de rest betaal je 36 procent.

Stel dat je € 100.000 spaargeld hebt en geen partner. Je betaalt dan belasting over een voordeel van € 520, volgens onze berekening. De belasting over 2026 is dan ongeveer € 187. Van je € 1.260 rente houd je dan € 1.073 over. Boven de vrijstelling kost elke euro spaargeld je 0,46 procent per jaar. Van 1,26 procent rente blijft op dat deel dus 0,8 procent over. Kreeg je in een jaar minder rente dan dat voordeel? Dan is het volgens de Belastingdienst gunstiger om je echte rente door te geven. Bij 1,26 procent rente is dat niet zo.

Voor volgend jaar ligt er een wetsvoorstel, maar op 8 oktober 2026 stond nog niets vast. De Tweede en de Eerste Kamer moeten nog stemmen over de belastingplannen. De stand lees je in ons artikel over box 3 in 2027.

Rente op rente bij een schuld

Bij een schuld werkt rente op rente tegen je: je betaalt rente over de rente die je nog niet hebt afgelost. Lenen kost bovendien meestal meer rente dan sparen oplevert. Daardoor merk je het effect hier het sterkst.

DUO schrijft het zonder omweg op zijn site: wie een studieschuld terugbetaalt, betaalt rente op rente. De rente komt elke maand bij je schuld. Los je minder af dan de rente van die maand, dan groeit je schuld. Of het loont om je studieschuld extra af te lossen, hebben we apart uitgerekend.

Voor de rente op een geldlening noemt de Rijksoverheid een wettelijk maximum: de maximale kredietvergoeding. Die is sinds 1 januari 2026 12 procent per jaar. Stel dat je € 1.000 leent tegen dat maximum en niets aflost. Dan is je schuld na vijf jaar € 1.762. Na ruim zes jaar is zij verdubbeld. Het is een rekenvoorbeeld, want bij een lening betaal je normaal elke maand rente en aflossing. Zo werkt ook een hypotheek, en hoe een annuïteitenhypotheek of een lineaire hypotheek dat verdeelt, hebben we apart uitgerekend.

Ook de wet rekent met rente op rente

Betaal je een rekening te laat, dan mag de schuldeiser wettelijke rente vragen. De schuldeiser is degene die nog geld van je krijgt. Voor consumenten is die rente 4 procent per jaar. Ook dat percentage geldt sinds 1 januari 2026.

In het Burgerlijk Wetboek staan de regels voor afspraken tussen mensen en bedrijven. Daar staat dat de wettelijke rente na elk jaar bij het bedrag wordt geteld. Het jaar daarna betaal je dus ook rente over die rente. Zo rekent de wet zelf met rente op rente. Neem een rekening van € 1.000 die vijf jaar openstaat. Blijft de rente 4 procent, dan groeit het bedrag naar € 1.217. Zonder rente op rente was het € 1.200 geweest.

Rente op rente bij beleggen

Bij beleggen bestaat geen vaste rente, dus ook geen vaste rente op rente. Wat groeit, is je rendement. Rendement is de opbrengst van een belegging, zoals koerswinst en uitkeringen die je opnieuw belegt. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) is de toezichthouder op de financiële markten. Zij schrijft dat beleggen meer kan opleveren dan sparen. Daar staat tegenover dat het rendement kan verschillen en dat je inleg meestal niet is gegarandeerd.

De rij met 7 procent in de tabellen is daarom geen voorspelling. Een slecht beursjaar vlak voor je het geld nodig hebt, geeft een heel andere uitkomst. De AFM raadt aan om genoeg spaargeld als buffer te houden. Waar je verder op let, lees je in ons artikel over beginnen met beleggen.

Eerst de dure schuld en dan de spaarrekening

Ons oordeel: op een spaarrekening is rente op rente een kleiner wonder dan een rekenvoorbeeld met 7 procent laat zien. Het sterkst werkt het bij een dure schuld, en daar werkt het tegen je. Wie een lening van 12 procent heeft, verdient aan aflossen veel meer dan aan sparen tegen ruim 1 procent.

Je kent het moment in januari. De bank schrijft de rente bij en je ziet een paar tientjes verschijnen. Wie er drie cijfers naast legt, ziet meer. Het gaat om de rente op je spaarrekening, de rente op je schulden en de inflatie van het afgelopen jaar. Is de rente op een schuld het hoogst, dan levert aflossen je het meest op. Met de formule reken je daarna je eigen bedrag door, met de rente die je nu echt krijgt.

Veelgestelde vragen over rente op rente

Wat wordt bedoeld met rente op rente?

Met rente op rente wordt bedoeld dat je rente krijgt of betaalt over je beginbedrag en over de rente die er eerder bij kwam. Het bedrag waarover de rente wordt berekend, groeit dus elk jaar mee.

Hoe noem je rente op rente?

Rente op rente heet ook samengestelde rente of samengestelde interest. DUO, de dienst die studieleningen regelt, gebruikt dat laatste woord. In het Engels heet het compound interest. Rente die alleen over het beginbedrag wordt berekend, heet enkelvoudige rente.

Wat is het rente-op-rente-effect?

Het rente-op-rente-effect is de extra groei die ontstaat doordat rente zelf weer rente oplevert. Het wordt groter als de looptijd langer en de rente hoger is. Neem € 1.000 en 4 procent rente. Na dertig jaar staat er € 3.243. Zonder dit effect was het € 2.200 geweest, volgens onze berekening.

Hoeveel rente krijg ik op 100.000 euro?

Bij 1,26 procent rente krijg je op € 100.000 in een jaar € 1.260. Dat percentage was in augustus 2026 de gemiddelde spaarrente in Nederland, volgens de Europese Centrale Bank. Heb je geen partner en geen ander vermogen, dan betaal je over 2026 volgens onze berekening ongeveer € 187 belasting in box 3. Je houdt dan € 1.073 over.

Hoe bereken je rente op rente in Excel?

In Excel of een ander rekenblad typ je in een cel =1000*1,02^10. Daarin is 1000 je inleg, 1,02 staat voor 2 procent rente en 10 is het aantal jaren. Het sterretje betekent keer en het dakje tot de macht. De uitkomst is 1218,99. Vervang de getallen door je eigen bedrag, rente en looptijd.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.

Bronnen

Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.

Schrijft over Maatschappelijk, Wereld, Producten en Ondernemen.

Verder lezen in Financieel

Alle artikelen in Financieel