Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Maatschappelijk

Wat is een schooltuin en hoe ziet het tuinjaar eruit

In een schooltuin verzorgt een kind een jaar lang zijn eigen stukje grond. Lees hoe zo’n seizoen verloopt.

Bijgewerkt op 6 minuten lezen
Werken in een schooltuin

Schooltuinen bestaan in Nederland ruim honderd jaar, maar lang niet elk kind komt er een tegen. Meedoen is voor een school vrijwillig en de gemeente betaalt, dus het aanbod verschilt sterk per plaats. Er is wel beweging de goede kant op. Onderzoeksbureau DUO Onderwijsonderzoek en Advies vroeg het aan leerkrachten in het basisonderwijs: 19 procent werkte in 2021 actief met een schooltuin, tegen 27 procent in 2025.

Wat een schooltuin precies is

Een schooltuin is een stuk grond waar kinderen onder schooltijd hun eigen gewassen kweken. Meestal ligt dat niet bij de school, maar op een schooltuincomplex: een terrein met tientallen tuintjes naast elkaar, waar verschillende scholen om de beurt naartoe gaan.

Elk kind krijgt een eigen lapje grond van ongeveer 1,5 bij 3 meter. Dat is nog geen 5 vierkante meter, iets kleiner dan een parkeerplek voor een auto. De kinderen die meedoen zitten meestal in groep 5 of 6 en zijn dus 8 tot 10 jaar.

Er zijn ook scholen die een moestuin naast het schoolplein aanleggen. Dat werkt, maar een gemeentelijk complex heeft meer ruimte, beter gereedschap en vaste begeleiding. In sommige gemeenten staan de schooltuinen naast een kinderboerderij, zodat beide dezelfde schuur, kraan en werkplek gebruiken.

Hoe een schooltuinjaar verloopt

Het seizoen begint in maart of april. De klas komt lopend of op de fiets naar een omgeploegd stuk land. Daar staan stokjes in de grond, met daartussen de lapjes die de medewerkers al hebben uitgezet. Bij 25 kinderen liggen er dus 25 tuintjes naast elkaar, met een paadje ertussen.

Vaak zijn de kinderen er een week eerder met hun ouders geweest om een houten bordje te schilderen met hun naam erop. Dat bordje gaat bij het eerste bezoek de grond in. In diezelfde eerste les gaan de eerste pootaardappels erin, na uitleg van de beheerder of een vrijwilliger.

Daarna komt de klas elke week. Buiten die lessen om mogen kinderen zelf langs: water geven als het warm is, onkruid wieden als het hard groeit. Aan het einde van het seizoen oogsten ze wat ze hebben geplant, en krijgen ze op veel complexen recepten mee naar huis.

Niet alles lukt. Een gewas dat te lang droog staat mislukt, en vogels zien hun kans. Een goede beheerder houdt daarom een apart veld met dezelfde gewassen aan, zodat een kind met een mislukte oogst op de oogstdag toch een krop sla mee naar huis neemt.

Wie het betaalt en waarom het per gemeente verschilt

Schooltuinen zijn geen onderdeel van het lesprogramma dat het Rijk betaalt. Het geld komt uit de gemeentekas, en een school beslist zelf of ze meedoet. Die twee dingen samen verklaren waarom het ene kind vier maanden in de aarde wroet en het andere nooit een schooltuin ziet.

Het aantal complexen schommelt al een eeuw mee met de bedoeling die eraan werd gegeven. Na de Eerste Wereldoorlog hielpen schooltuinen bij de voedselvoorziening van arme gezinnen. Later werd het natuur- en milieueducatie, en nu is gezonde voeding het argument. Een telling uit 2018 kwam uit op ongeveer 480 complexen. Een recenter landelijk aantal is er niet, en dat is veelzeggend voor een voorziening die niemand centraal bijhoudt.

Ons oordeel: dit is een goede voorziening met een zwakke basis. Zolang de schooltuin een keuze van de gemeente en de school blijft, hangt hij af van je postcode en van de gemeentebegroting van dat jaar. Vraag bij de aanmelding van je kind gewoon of de school meedoet, want scholen zetten het zelden op hun website.

Wat kinderen er leren

Het duidelijkst is de herkomst van eten. Veel kinderen kennen sla uit het schap en melk uit een pak. In de schooltuin zien ze dat er vier maanden tussen zaaien en oogsten zit, en dat een gewas zonder water niets wordt. Zelf kweken is bovendien een van de manieren om goedkoper te eten.

Daarnaast leren ze de bodem kennen. In een handvol aarde zitten wormen, pissebedden en springstaarten, de kleine dieren die plantenresten afbreken tot voeding voor de volgende plant. Zonder dat bodemleven groeit er niets.

Groente leren eten

En er zit een gezondheidskant aan. Het Voedingscentrum, de voorlichtingsorganisatie over voeding die door de overheid wordt betaald, adviseert kinderen van 9 tot 13 jaar 150 tot 200 gram groente per dag. Zelf kweken en proeven helpt om een nieuwe groente te leren eten. Wageningen University en Research doet promotieonderzoek naar precies die vraag: verandert schooltuinieren het eetgedrag van kinderen op de lange termijn? Dat onderzoek loopt nog, dus wie nu al zegt dat schooltuinen kinderen blijvend gezonder laten eten, loopt op de uitkomst vooruit.

Dat laatste raakt aan een hardnekkig beeld: dat gezond eten duur is. Wie dat beeld wil toetsen, leest waarom zogenaamde gezonde producten zo veel kosten. Meer hierover staat in onze artikelen over voeding.

Het minst besproken punt is de tegenslag. Een kind dat zijn eigen bedje vier maanden verzorgt en toch een mislukte oogst heeft, leert iets wat in een werkboek niet past. Daarom is dat reserveveld van de beheerder ook geen wegmoffelen van de mislukking, maar het verschil tussen thuiskomen met lege handen en thuiskomen met een verhaal.

Veelgestelde vragen over schooltuinen

Wanneer begint het schooltuinseizoen

In maart of april, zodra de grond is omgeploegd en de vorst eruit is. Daarna gaat de klas elke week naar het complex, tot de oogst aan het einde van het seizoen. De precieze startdatum bepaalt het schooltuincomplex zelf, want die hangt af van het weer en van de grondsoort.

Hoe groot is een schooltuintje

Ongeveer 1,5 bij 3 meter per kind, dus net geen 5 vierkante meter. Dat is groot genoeg voor een rij aardappels, wat sla, worteltjes en een paar bloemen, en klein genoeg om in een uur bij te houden.

Waarom heeft niet elk kind een schooltuin

Omdat meedoen vrijwillig is en de gemeente de kosten draagt. Waar de gemeente bezuinigt of geen complex heeft, is er geen aanbod. In 2025 werkte 27 procent van de leerkrachten in het basisonderwijs met een schooltuin, dus ongeveer een kwart van de kinderen krijgt er les.

Mag mijn kind buiten schooltijd naar de schooltuin

Op de meeste complexen wel, in de openingstijden. Dat is ook de bedoeling: water geven bij warm weer en onkruid wieden kan niet wachten tot de wekelijkse les. Vraag bij de beheerder na wanneer het terrein open is en of een ouder mee moet komen.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op , laatst bijgewerkt op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.

Bronnen

  • Alliantie Schooltuinen, het samenwerkingsverband van schooltuinorganisaties in Nederland. Draagt het onderzoek van DUO Onderwijsonderzoek en Advies onder leerkrachten, met 19 procent in 2021 en 27 procent in 2025.
  • Wageningen University en Research, de Nederlandse universiteit voor voeding en leefomgeving. Draagt het lopende promotieonderzoek naar wat schooltuinieren doet met het eetgedrag en de ontwikkeling van basisschoolkinderen.
  • Voedingscentrum, de door de overheid gefinancierde voorlichtingsorganisatie over voeding. Draagt de dagelijkse hoeveelheid groente voor kinderen en het effect van zelf kweken en proeven.
  • Gemeente Amsterdam, schooltuinen, een van de grootste schooltuinorganisaties van het land. Draagt de opbouw van een seizoen, de leeftijdsgroep en de bekostiging door de gemeente.
Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.

Schrijft over Maatschappelijk, Wereld, Ondernemen en Financieel.

Verder lezen in Maatschappelijk

Alle artikelen in Maatschappelijk