Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Wereld

Wat is impressionisme? Kenmerken, schilders en Nederland

Impressionisme is een Parijse schilderstijl die het licht van één moment vastlegt, voor het eerst getoond in 1874. Wie hoort erbij?

Gepubliceerd op 14 minuten lezen
Oudere vrouw en tienermeisje bekijken in een stille museumzaal van dichtbij een schilderij met losse penseelstreken

Het impressionisme begon niet als kunststroming, maar als een tentoonstelling waar je entree betaalde en die verlies draaide. In april 1874 hingen 31 kunstenaars zo’n 200 werken op in een oud fotoatelier in Parijs. Ongeveer 3.500 mensen kwamen kijken, er werd weinig verkocht en de vereniging achter de tentoonstelling werd opgeheven. Dat schrijft het Musée d’Orsay, het grote Parijse museum voor kunst uit de negentiende eeuw, dat in 2024 een jubileumtentoonstelling over dat voorjaar maakte. Zeven van de 31 deelnemers noemt het museum bij naam als de impressionisten van het eerste uur. Meer over kunst, geschiedenis en de rest van de wereld staat in het kennisgebied Wereld.

Wat er in 1874 in Parijs gebeurde

Op 15 april 1874 openden 31 kunstenaars in Parijs hun eigen tentoonstelling, buiten de officiële Salon om. Wie in Parijs als schilder wilde slagen, moest op de Salon hangen. Dat was de grote jaarlijkse tentoonstelling van de staat. Een jury koos er de werken uit, en al twee eeuwen hing de carrière van een kunstenaar ervan af. Werk dat te vers en te vrij geschilderd was, werd in de jaren 1860 soms geweigerd.

Eind jaren 1860 wilde een groep jonge schilders daarom een eigen tentoonstelling. Monet, Sisley, Renoir, Degas, Pissarro en Bazille zaten erbij. De oorlog tussen Frankrijk en Pruisen van 1870 zette het plan stil, en Bazille sneuvelde. Drie jaar later richtten de anderen een eigen vereniging op. Die kreeg de zakelijke naam Société anonyme, in het Nederlands een naamloze vennootschap van schilders, beeldhouwers en graveurs.

Degas vond een plek bij de nieuwe Opera: het oude atelier van de fotograaf Nadar, aan de Boulevard des Capucines. Er waren zeven of acht zalen op twee verdiepingen. Nieuw was dat de tentoonstelling ook ’s avonds open was, bij gaslicht, om een breder publiek te trekken.

Wat er echt aan de muur hing

De kunstenaars hadden de zo’n 200 werken zelf gekozen en zelf opgehangen, zonder jury en zonder kunsthandelaar. De 31 deelnemers hadden vooral gemeen dat ze hun contributie hadden betaald. Naast vlot geschetste landschappen hingen er jachttaferelen, paardenrennen en een borstbeeld van de schilder Ingres.

Het museum geeft nog een verhouding die je zelden ziet. Er hingen half zo veel schilderijen als werken op papier, waaronder een veertigtal prenten, en verder een tiental beelden en een paar emailwerken. Reken je dat na, dan kom je op ongeveer 60 schilderijen. Op de Salon, die op 1 mei 1874 opende, hingen er bijna 2.000. Op de beroemdste tentoonstelling uit de kunstgeschiedenis hingen dus ruim dertig keer zo weinig schilderijen.

Het werd geen succes. Zo’n 3.500 bezoekers kwamen, alleen een handvol schilderijen van Sisley, Monet, Renoir en Cézanne vond een koper, en de vereniging maakte verlies. Een criticus spotte met de grote hoeveelheid knoeiwerk. Andere critici zagen er zeven of acht durfals.

Het Musée d’Orsay noemt zeven namen als de impressionisten van het eerste uur: Monet, Renoir, Degas, Morisot, Pissarro, Cézanne en Sisley. Dat is minder dan een kwart van de deelnemers. Édouard Manet, die vaak in één adem met hen wordt genoemd, deed niet mee. Hij bleef liever op de Salon, omdat hij dat het enige echte slagveld vond. Twaalf deelnemers hingen voor de zekerheid op allebei de tentoonstellingen.

Waar de naam impressionisme vandaan komt

De naam begon als spotnaam van de journalist Louis Leroy. Hij maakte er het woord impressionist van, als grap over de nieuwe schilderkunst. Hij haalde het uit de titel van een doek van Monet, Impression, soleil levant. Dat is Frans voor indruk, opkomende zon. Ook andere landschappen van Monet, Pissarro en Sisley zetten hem op het idee.

Je leest weleens dat juist dat schilderij in 1874 het mikpunt van spot was. Het Musée d’Orsay nuanceert dat. Afgezien van die ene grap van Leroy viel het doek in 1874 nauwelijks op. Het werd pas aan het begin van de twintigste eeuw beroemd. Ook het woord bleef eerst niet hangen. Pas bij de derde tentoonstelling, in april 1877, noemden de kunstenaars zichzelf impressionisten. Dat deden ze voor het eerst en voor het laatst, en ze gaven zelfs een krant uit met die naam. Er hingen toen 245 werken van 18 kunstenaars, onder wie twee vrouwen: Berthe Morisot en de markiezin de Rambures.

Tussen 1874 en 1886 waren er in totaal acht tentoonstellingen. Het was nooit een groep met een programma. Het museum noemt de impressionisten eigenzinnige kunstenaars die niets met theorie hadden.

De kenmerken van impressionisme

Je herkent het impressionisme aan licht van één moment, een snelle losse toets, heldere kleuren en het leven van nu als onderwerp. Een vijfde kenmerk gaat over het exposeren: tekeningen hingen naast schilderijen. In de tabel hieronder zie je wat je ziet en waarom de schilders dat deden.

KenmerkWat je zietWaarom
Licht van één momentZon, mist of wisselend weerEen vluchtig effect van licht telde meer dan de plek zelf
Snelle, losse toetsZichtbare streken, geen gladde afwerkingZo blijft de eerste indruk vers
Heldere kleurenLichte, stralende doekenZe schilderden wat ze zagen, zoals ze het zagen
Het leven van nuBoulevards, danseressen, theaterpubliek, uitgaanZe wilden hun eigen tijd schilderen
Tekening naast schilderijPastels en schetsen in dezelfde zaalOp de Salon hingen die niet samen
Bron: Musée d’Orsay, zaalteksten bij Paris 1874. Inventer l’impressionnisme (2024).

Buiten geschilderd en binnen afgemaakt

Het beeld van de schilder die in één middag buiten een doek afmaakt, klopt maar half. Buiten schilderen deden schilders al sinds het eind van de achttiende eeuw, als oefening of als eerste schets. De impressionisten maakten van die schets de kern van het echte werk. Maar hun schilderijen maakten ze niet helemaal buiten af, schrijft het Musée d’Orsay. Ook Impression, soleil levant kostte meerdere sessies.

Waar het wel om ging: de frisheid van de eerste blik bewaren, ook als het doek in het atelier verder werd bewerkt. Het museum noemt dat de indruk van een indruk geven. Dat is een betere samenvatting van het impressionisme dan buiten schilderen alleen.

Van Parijs naar Nederland in jaartallen

Het impressionisme kwam laat naar Nederland. In de tabel hieronder staan de jaren die ertoe doen, van de eerste tentoonstelling in Parijs tot het jubileum in Amsterdam.

JaarStadWat er gebeurde
1874ParijsEerste tentoonstelling, 31 kunstenaars
1877ParijsDerde tentoonstelling, de groep noemt zich impressionist
1886ParijsAchtste en laatste tentoonstelling, Van Gogh trekt in bij zijn broer Theo
1886AmsterdamRijksmuseum koopt De Gele Rijders van Breitner
1889AmsterdamBreitner gaat fotograferen voor zijn schilderijen
1894AmsterdamBreitner schildert Meisje in witte kimono, Israels schildert Etalage
1910LondenRoger Fry bedenkt het woord postimpressionisme
2024AmsterdamVan Gogh Museum toont de beste impressionisten uit Nederlandse collecties
Bron: Musée d’Orsay, Tate, Van Gogh Museum en Rijksmuseum.

Het jaar 1886 is het scharnierpunt. In Parijs houdt de groep op met samen exposeren, terwijl Vincent van Gogh er in februari net aankomt. In Amsterdam koopt het Rijksmuseum, het nationale museum van Nederland, datzelfde jaar De Gele Rijders van George Hendrik Breitner. Het museum noemt dat het eerste schilderij uit de moderne richting dat het aankocht.

Waarom zo laat? Nederlandse critici vonden het impressionisme te fel van kleur en te schetsmatig, en de onderwerpen waren hun te alledaags. Dat schrijft het Van Gogh Museum, het museum in Amsterdam dat het werk van Vincent van Gogh beheert. Ze hadden bovendien hun eigen Haagse School. Een paar vooruitstrevende kunstliefhebbers, zoals Theo van Gogh en Helene Kröller-Müller, kochten toch Franse impressionisten. Aan hen is het te danken dat die nu in Nederlandse musea hangen.

Is Van Gogh een impressionist?

Nee, al heeft hij er in Parijs dicht tegenaan gezeten. Het Van Gogh Museum schrijft dat hij nooit een zuivere impressionist werd. Hij nam over wat hem boeide en maakte er een eigen stijl van.

Het begon met een misverstand. Na De aardappeleters van 1885, een doek in aardkleuren, spoorde Theo hem aan om kleurrijker en minder donker te schilderen. Vincent snapte niet goed wat zijn broer bedoelde. In Nederland was het impressionisme toen nog nauwelijks bekend. Pas toen hij in februari 1886 bij Theo in Parijs ging wonen, zag hij de schilderijen zelf. Aan zijn zus Willemien schreef hij dat je bij de eerste aanblik ‘bitter en bitter teleurgesteld’ bent. Je vindt het ‘slordig, leelijk, slecht geschilderd’. Dat was volgens hem ook zijn eigen eerste indruk toen hij in Parijs kwam.

Daarna sloeg het om. Van Gogh ging met heldere kleuren en korte streken werken, en boeren op het land maakten plaats voor cafés, boulevards en bloemen. Het museum trekt de grens zo. De impressionisten legden een vluchtige indruk van buiten vast. Van Gogh gebruikte kleur en streek steeds meer om van binnenuit een gevoel te laten zien.

Het woord postimpressionisme

Kunsthistorici rekenen hem daarom tot het postimpressionisme. Dat woord bedacht de Britse kunstcriticus Roger Fry in 1910 voor zijn tentoonstelling Manet and the Post-Impressionists. Dat schrijft de Tate, de Britse museumgroep voor nationale en moderne kunst. Het slaat op de schilders die vanaf ongeveer 1886 het impressionisme elk een eigen kant op trokken. Meestal zijn dat er vier: Cézanne, Gauguin, Seurat en Van Gogh.

In ons overzicht van de bekendste kunstenaars aller tijden staat Van Gogh daarom bij het postimpressionisme en Monet bij het impressionisme. Het woord kwam pas ruim twintig jaar nadat hij in Parijs ging wonen, dus zelf gebruikte hij het niet.

Wat daarna kwam

Wie de lijn doortrekt, komt bij het expressionisme. Daar gaat het niet meer om wat het oog ziet, maar om wat de maker voelt, ook als de kleuren en vormen daarvoor moeten wijken. Het impressionisme kijkt naar buiten, het expressionisme naar binnen.

Impressionisme in Nederland

De Nederlandse impressionisten zaten in Amsterdam: George Hendrik Breitner en Isaac Israels. In dezelfde jaren schilderde in Den Haag een groep die er op het eerste gezicht op lijkt, maar er niet bij hoort.

De Haagse School is geen impressionisme

Het Van Gogh Museum beschrijft de Haagse School als een beweging die het Nederlandse landschap in zachte tinten grijs liet zien. Het museum zet twee schilderijen uit hetzelfde jaar naast elkaar. Anton Mauve, een van de schilders van de Haagse School, schilderde in 1881 Huiswaarts, dat nu in De Mesdag Collectie in Den Haag hangt. Monet schilderde datzelfde jaar zijn Papaverveld. Het eerste is ingetogen en grijs, het tweede fel van kleur. Voor de Nederlandse kritiek van toen was dat verschil juist een reden om het Franse werk af te wijzen.

Breitner en Israels in Amsterdam

Breitner en Israels legden met vlotte streken het snelle leven van de stad vast. Dat leverde ze de naam Amsterdamse impressionisten op, aldus het Rijksmuseum.

Breitner, van 1857 tot 1923, kwam uit Rotterdam en wilde de schilder van het gewone volk zijn: arbeiders, dienstmeisjes, bewoners van volkswijken. Vanaf 1889 fotografeerde hij, vooral om studiemateriaal te hebben voor zijn schilderijen. Tussen 1893 en 1896 maakte hij een reeks van een meisje in een kimono. Het model was de 16-jarige dienstmeid Geesje Kwak.

Isaac Israels, van 1865 tot 1934, was de zoon van de schilder Jozef Israëls. Hij signeerde zonder trema, om los van zijn vader een eigen naam op te bouwen. In Parijs zag hij werk van Manet en Degas. Hij was volgens het Rijksmuseum een van de weinige Nederlandse schilders die de heldere kleuren van de Franse impressionisten gebruikte. Zijn Etalage uit 1894 laat een winkelraam met elektrisch licht zien, toen nog een nieuwigheid.

Sta je in het Rijksmuseum voor een Breitner, kijk dan van dichtbij. Je ziet grote, soms grove streken; het museum noemt het meer suggestie dan precieze weergave. Dat Israels een van de weinigen was met heldere kleuren, zegt ook iets over de rest. Het Nederlandse impressionisme is daardoor meestal donkerder dan het Franse; dat is eerder een eigen smaak dan een gebrek.

Waar je impressionisme in Nederland ziet

Impressionisme zie je onder meer in het Rijksmuseum in Amsterdam en het Kröller-Müller Museum in Otterlo. Ook De Mesdag Collectie in Den Haag en Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam hebben het in hun collectie. Franse landschappen van de impressionisten zijn goed vertegenwoordigd in Nederlandse musea, schrijft het Van Gogh Museum. Er zitten ook gaten in. Werk van vrouwelijke impressionisten ontbreekt grotendeels. En Nederland heeft binnen zijn grenzen geen enkel schilderij van Degas. In de tabel hieronder staan voorbeelden die het Van Gogh Museum en het Rijksmuseum noemen.

MuseumPlaatsVoorbeeld
RijksmuseumAmsterdamBreitner, Israels en Monet, La Corniche bij Monaco, 1884
Kröller-Müller MuseumOtterloPissarro, De regenboog, Pontoise, 1877
Museum Boijmans Van BeuningenRotterdamMonet, Papaverveld, 1881
De Mesdag CollectieDen HaagMauve, Huiswaarts, 1881
Bron: Van Gogh Museum en Rijksmuseum.

Niet alles hangt altijd op zaal. Het museumgebouw van Boijmans in Rotterdam is dicht voor een renovatie, en het museum verwacht in 2030 weer open te gaan. Kijk daarom vooraf op de site van het museum waar een werk nu te zien is. Hoeveel musea in Nederland er zijn en wat een kaartje gemiddeld kost, lees je in een apart artikel.

Ons advies: begin in Amsterdam, waar het Van Gogh Museum en het Rijksmuseum vlak bij elkaar liggen. In één dag zie je dan hoe het werk van Van Gogh na 1886 veranderde. En je ziet hoe Breitner en Israels hetzelfde idee in hun eigen stad uitwerkten.

Veelgestelde vragen over impressionisme

Wie is de grondlegger van het impressionisme?

Er is niet één grondlegger. Eind jaren 1860 werkten Monet, Sisley, Renoir, Degas, Pissarro en Bazille samen aan een nieuwe manier van schilderen, schrijft het Musée d’Orsay in Parijs. De naam komt van de journalist Louis Leroy. Hij spotte in 1874 met de titel van een doek van Monet, Impression, soleil levant, en met andere landschappen van Monet, Pissarro en Sisley. Degas regelde de zaal voor de eerste tentoonstelling.

Wat is het verschil tussen impressionisme en postimpressionisme?

Impressionisten legden vast wat het oog op één moment ziet, met snelle streken en helder licht. Postimpressionisten namen dat vanaf ongeveer 1886 als vertrekpunt en gingen elk een eigen kant op, zo legt de Tate, de Britse museumgroep, uit. Cézanne schilderde naar de natuur maar strenger, en Seurat maakte er een wetenschappelijke methode van. Gauguin schilderde uit zijn verbeelding. Van Gogh schilderde naar de natuur, maar liet met kleur en streek vooral zien wat hij voelde. Het woord bestaat pas sinds 1910.

Welke Nederlandse schilders waren impressionist?

De bekendste zijn George Hendrik Breitner en Isaac Israels, die het Rijksmuseum de Amsterdamse impressionisten noemt. Ze schilderden rond 1890 het drukke leven in Amsterdam met losse streken. De Haagse School met Anton Mauve lijkt erop, maar schilderde in zachte grijze tinten in plaats van heldere kleuren. Van Gogh telt als postimpressionist.

Hoeveel impressionistische tentoonstellingen waren er?

Acht, tussen 1874 en 1886. Alleen bij de derde, in 1877, noemden de kunstenaars zichzelf impressionisten, met 245 werken van 18 deelnemers. Dat meldt het Musée d’Orsay, het Parijse museum voor kunst uit de negentiende eeuw.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.

Bronnen

  • Musée d’Orsay, Paris 1874. Inventer l’impressionnisme, zaalteksten in grote letters, maart 2024. De tentoonstelling van 15 april 1874 met 31 kunstenaars, zo’n 200 werken en ongeveer 3.500 bezoekers, de Salon met bijna 2.000 schilderijen, de spotnaam van Louis Leroy, en de derde tentoonstelling van 1877 met 245 werken van 18 kunstenaars.
  • Tate, Post-impressionism. Het woord van Roger Fry uit 1910, de vier schilders en de grens rond 1886.
  • Van Gogh Museum, Impressionisme in Nederland en Frankrijk, eerste aflevering van de impressionisme-special bij 150 jaar impressionisme. De Nederlandse kritiek, de Haagse School in grijs, Theo van Gogh en Helene Kröller-Müller, Huiswaarts van Mauve naast het Papaverveld van Monet uit 1881, de voorbeelden uit 1877 en 1884, en het ontbreken van een schilderij van Degas.
  • Van Gogh Museum, Vincent van Gogh en het impressionisme, tweede aflevering van dezelfde special. Theo’s advies na De aardappeleters, de verhuizing naar Parijs in februari 1886, de brief aan Willemien en de grens tussen buiten en binnen.
  • Rijksmuseum, George Hendrik Breitner. De aankoop van De Gele Rijders in 1886, de foto’s vanaf 1889 en de kimonoreeks van 1893 tot 1896.
  • Rijksmuseum, Isaac Israels. De naam Amsterdamse impressionisten en de heldere kleuren die weinig Nederlanders gebruikten.
  • Museum Boijmans Van Beuningen, Renovatie. De renovatie van het museumgebouw en de verwachte heropening in 2030.
Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.

Schrijft over Maatschappelijk, Ondernemen, Producten en Marketing.

Verder lezen in Wereld

Alle artikelen in Wereld