Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Wereld

Kunststromingen op een tijdlijn, met kenmerken per stroming

Kunststromingen zijn groepen kunstenaars met dezelfde aanpak in dezelfde tijd. Hier staan de 15 bekendste op een tijdlijn.

Gepubliceerd op 14 minuten lezen
Bezoeker staat met de rug naar de camera in een lichte museumzaal voor een rij ingelijste schilderijen

Een kunststroming heeft geen officiële begindatum en geen einddatum. Het Rijksmuseum laat de barok lopen van ongeveer 1600 tot 1750. Dat museum in Amsterdam is het nationale museum van Nederland. Tate noemt de barok de stijl van de 17de eeuw. Tate is de Britse museumgroep voor Britse en moderne kunst. Toch zijn zulke verschillen geen fouten. Een stroming begint namelijk per land op een ander moment, en de naam kwam er vaak pas later bij. Leer de jaartallen daarom niet uit je hoofd. Ken je de volgorde en per stroming twee kenmerken, dan herken je in een museum het meeste. Meer over kunst en geschiedenis lees je in het kennisgebied Wereld.

Wat is een kunststroming?

Een kunststroming is een groep kunstenaars die in dezelfde tijd op een vergelijkbare manier werkt, vaak vanuit hetzelfde idee over kunst. Soms hadden ze een eigen tijdschrift. Soms plakten anderen er later één naam op.

Stel, je staat in het Rijksmuseum voor een schilderij van een strand met drie ruiters. Het is Morgenrit langs het strand van Anton Mauve, dat daar op 5 oktober 2026 op zaal hing. Het museum rekent Mauve tot de Haagse School. Een schoolgebouw is dat niet. Het is de naam voor schilders die tussen ongeveer 1860 en 1900 in Den Haag werkten. Zo’n naam vertelt dus in twee woorden wat je kunt verwachten: een Nederlands landschap, losse verfstreken en vaak zilvergrijs licht.

Een stroming is geen stijl en geen periode

Een stijl zie je aan het werk zelf, een periode is een stuk tijd en een stroming is een groep mensen die samen iets wil. Toch lopen de drie woorden door elkaar, ook bij musea. Zo noemt het Rijksmuseum de gotiek een bouwstijl. De Gouden Eeuw is een periode.

Neem Cobra. Dat woord staat volgens het Rijksmuseum voor een tijdschrift, voor de groep en ook voor de stijl. In een lijst met kunststromingen staan dus ook stijlen en periodes. Op deze pagina ook, want zo zoek je ze op.

De 15 bekendste kunststromingen op een tijdlijn

Hieronder staan 15 kunststromingen op volgorde, van de gotiek tot pop art. De keuze is van ons. Bij elke stroming staat één werk uit een Nederlands museum.

Van gotiek tot Haagse School

De eerste tabel loopt van de gotiek tot en met de Haagse School. Bij elke stroming staan de periode, twee kenmerken en een werk uit het Rijksmuseum.

StromingPeriodeZo herken je hetWerk uit het Rijksmuseum
Gotiekca. 1150 tot kort na 1500spitsbogen, gekleurd glasKerstwieg, ca. 1500 tot 1510
Renaissance15de en 16de eeuwperspectief, ideale verhoudingenJan van Scorel, Maria Magdalena
Barokca. 1600 tot 1750drama, licht naast donkerAnthony van Dyck, Maria Stuart en Willem II
Rococojaren 1720 tot jaren 1770lichte kleuren, gebogen vormenAmsterdamse grachtenkamer
Romantiektop ca. 1780 tot 1830gevoel, woeste natuurWijnand Nuijen, Schipbreuk op een rotsachtige kust
Haagse Schoolca. 1860 tot 1900losse streken, grijs lichtAnton Mauve, Morgenrit langs het strand
Bron: Rijksmuseum, stijlen en scholen in de collectie, en Tate, uitleg van kunsttermen. Gelezen op 5 oktober 2026.

Van impressionisme tot pop art

De tweede tabel loopt van het impressionisme tot pop art, met bij elke stroming een werk en het museum dat het bezit. Kröller-Müller is het museum voor moderne kunst op de Veluwe, Boijmans het kunstmuseum van Rotterdam.

StromingPeriodeZo herken je hetIn een Nederlandse collectie
Impressionismetentoonstellingen 1874 tot 1886heldere kleuren, korte losse strekenClaude Monet, La Corniche bij Monaco, Rijksmuseum
Postimpressionismevanaf ca. 1886eigen kleur en streek vol gevoelVincent van Gogh, Caféterras bij nacht, Kröller-Müller
Art nouveauca. 1890 tot 1914vloeiende lijnen, bloemen, insectenLucien Gaillard, Haarkam in de vorm van twee libellen, Rijksmuseum
Expressionismebegin 20ste eeuwfelle kleuren, vervormde figurenEgon Schiele, Portret van Edith, Kunstmuseum Den Haag
Kubismeca. 1907 tot 1914één ding van meer kanten tegelijkPablo Picasso, Viool, Kröller-Müller
De Stijl1917 tot 1931rechte lijnen, rood, geel en blauwPiet Mondriaan, Compositie met groot rood vlak, Kunstmuseum Den Haag
Surrealismevanaf 1924dromen en het absurdeRené Magritte, Op de drempel van de vrijheid, Boijmans
Cobra1948 tot 1951spontaan, kleurig, vol fantasieKarel Appel, Vierkante man, Rijksmuseum
Pop artjaren 1950 en 1960reclame, strips en filmAndy Warhol, The Kiss, Boijmans
Bron: Tate, Rijksmuseum, Kunstmuseum Den Haag, Kröller-Müller Museum en Museum Boijmans Van Beuningen. Gelezen op 5 oktober 2026.

In de collectie is niet altijd op zaal

Een werk dat een museum bezit, hangt niet altijd aan de muur. De werken in de tabellen zitten in de collectie van het museum dat erbij staat. Het Rijksmuseum zet op de pagina van een werk de zaal waar je het ziet.

Het gebouw van Museum Boijmans Van Beuningen is sinds 2019 dicht. Het museum verwacht in 2030 weer open te gaan. De collectie staat tot die tijd in het depot, dat je wel kunt bezoeken. Het Kunstmuseum Den Haag richtte begin oktober 2026 de zalen met Mondriaan opnieuw in. De nieuwe opstelling is er volgens het museum vanaf 10 oktober te zien. Kijk dus vooraf op de site van het museum of jouw werk te zien is.

Het Kunstmuseum Den Haag bezit Portret van Edith van Egon Schiele. Volgens het museum is dat het enige schilderij van Schiele in Nederland. Wie Schiele was, lees je bij de schilders van het expressionisme.

Waarom de jaartallen per bron verschillen

De jaartallen verschillen omdat de ene bron het begin telt en de andere het hoogtepunt. Ook komt een stroming niet overal tegelijk aan. In de tabel hieronder staan vier stromingen met de tijd die twee musea noemen.

StromingRijksmuseumTate
Renaissance15de en 16de eeuwvanaf ca. 1400, top van 1500 tot 1530
Barokca. 1600 tot 175017de eeuw, top in Rome van 1630 tot 1680
Romantiekde 19de eeuwtop van ca. 1780 tot 1830
Impressionismenaam uit begin jaren 1870ontwikkeld vanaf begin jaren 1860
Bron: Rijksmuseum, stijlen en scholen, en Tate, uitleg van kunsttermen. Gelezen op 5 oktober 2026.

Twee verklaringen voor het verschil

Twee dingen verklaren het verschil: de plek en wat je telt. Eerst de plek. Het rococo ontstond in de jaren 1720 in Frankrijk. In Nederland werd het pas vanaf 1740 populair, schrijft het Rijksmuseum. Voor de renaissance zetten we vier bronnen naast elkaar in ons artikel over wanneer de renaissance in Nederland begon.

Dan wat je telt. Bij de romantiek noemt het Rijksmuseum de eeuw en Tate alleen het hoogtepunt. Bij het impressionisme kijkt het Rijksmuseum naar het moment van de naam. Tate begint al begin jaren 1860, toen Monet en anderen zo gingen schilderen.

Harde jaartallen beloven te veel

Ons oordeel: een overzicht dat de barok in één bepaald jaar laat ophouden, belooft meer dan het weet. Stromingen lopen namelijk over elkaar heen. Monet schilderde zijn kust bij Monaco in 1884. De Haagse School was toen nog niet voorbij. Op 5 oktober 2026 hing die Monet in het Rijksmuseum zelfs in dezelfde zaal als Mauve. Wijnand Nuijen schilderde zijn schipbreuk rond 1837. Dat is na het hoogtepunt van de romantiek dat Tate noemt. Een eeuw is daarom vaak eerlijker dan een jaartal.

Wie de namen van kunststromingen bedacht

Veel namen van kunststromingen komen niet van de kunstenaars zelf, maar van een criticus of uit een latere tijd. Een criticus schrijft voor een krant of blad over kunst. Vaak was de naam als spot bedoeld. Wij kozen tien bekende namen waarvan een museum de herkomst geeft. Ze staan op volgorde van jaar.

NaamVan wieWanneer
Baroklater bedacht, betekent grillig of bizareind 18de eeuw
Realismeromanschrijver Champfleuryjaren 1840
Impressionismecritici, als belediging1874
Fauvismecriticus Louis Vauxcelles1905
Kubismecriticus Louis Vauxcelles1908
Postimpressionismecriticus Roger Fry1910
Dadaoprichter Hugo Ball1916
De Stijlde kunstenaars zelf, als tijdschrift1917
Surrealismedichter Apollinaire, daarna de groep zelf1917 en 1924
Cobrade kunstenaars zelf, als tijdschrift1948
Bron: Tate, Rijksmuseum en Museum Boijmans Van Beuningen; eigen keuze van tien namen. Gelezen op 5 oktober 2026.

Wat ons rijtje van tien laat zien

Volgens onze telling kwamen vijf van de tien namen van een criticus of uit een latere tijd. Die vijf zijn allemaal van vóór 1911. Drie namen kozen de kunstenaars zelf: dada, De Stijl en Cobra. Die zijn van 1916 of later. Twee namen bedacht een schrijver: realisme en surrealisme. De Franse romanschrijver Champfleury gebruikte het woord realisme voor het werk van zijn vriend, de schilder Gustave Courbet.

In ons rijtje komen de vroege namen dus van buitenstaanders en de late van de kunstenaars zelf. Een vaste regel is dat niet. Het futurisme kreeg zijn naam al in 1909 van zijn eigen oprichter. Dat was de Italiaanse dichter Marinetti.

Eén criticus en twee namen

De Franse criticus Louis Vauxcelles gaf twee stromingen hun naam. In 1905 zag hij in Parijs het felle werk van Henri Matisse en André Derain. Hij noemde de schilders wilde beesten, in het Frans fauves. In 1908 zag hij schilderijen van Georges Braque. Die brachten volgens hem alles terug tot kubussen. Zo kwam het kubisme waarschijnlijk aan zijn naam, schrijft Tate.

Ook het impressionisme begon als scheldwoord. Hoe dat ging, staat in ons artikel over de kenmerken van het impressionisme. Het maniërisme, de stijl tussen renaissance en barok, kreeg zijn naam ook pas later. Gemaniëreerd betekent gekunsteld. Zo’n naam zegt dus meer over wie hem gaf dan over de kunstenaars.

Wat Nederland aan de kunststromingen bijdroeg

Twee stromingen met Nederlandse oprichters werden ook buiten Nederland bekend: De Stijl en Cobra. Cobra begon wel samen met Denen en Belgen. De Haagse School en de schilders van Tachtig zijn volgens ons vooral hier bekend.

Waarom Rembrandt niet zomaar barok is

Staat Rembrandt in een lijst onder de barok, dan klopt dat volgens ons maar half. De barok werd in Nederland namelijk nauwelijks omarmd, schrijft het Rijksmuseum. Op dezelfde pagina staat dat hier vanaf 1620 het classicisme de toon aangaf. Die stijl neemt de oude Grieken en Romeinen als voorbeeld.

Rembrandt keek wel naar de Italiaanse schilder Caravaggio. Die werkte met fel licht naast diep donker. Zelf is Rembrandt nooit in Italië geweest. Zijn leven staat in ons artikel over Rembrandt van Rijn en De Nachtwacht.

Haagse School en de schilders van Tachtig

De schilders van de Haagse School wilden de werkelijkheid laten zien zoals ze was. Om het grijze licht in hun werk heten ze ook de grijze school.

Later kwamen de schilders van Tachtig, de Amsterdamse impressionisten. Ze werden bekend in de tweede helft van de jaren 1880. George Hendrik Breitner en Isaac Israels namen de losse verfstreken van de Haagse School over. Als onderwerp kozen ze de stad.

De Stijl en Cobra

De Stijl begon in 1917 als tijdschrift van Piet Mondriaan en Theo van Doesburg. Hun rechte lijnen kunnen streng lijken. Toch wilden de kunstenaars volgens het Kunstmuseum Den Haag optimistische kunst maken, voor een betere toekomst.

Cobra dankt zijn naam aan de steden Kopenhagen, Brussel en Amsterdam. Karel Appel, Constant en Corneille waren de Nederlandse medeoprichters. Het werk van de groep is volgens Tate geïnspireerd op kindertekeningen. Het tijdschrift stopte in 1951, maar de stijl werkt volgens het Rijksmuseum lang na.

Welke kunststromingen er nu nog zijn

Na de jaren 1970 zijn er volgens ons bijna geen stromingen meer die iedereen bij één naam kent. De laatste grote zijn pop art, minimal art en conceptuele kunst. Ze bloeiden tussen de jaren 1950 en de jaren 1970. Tate noemt daarna nog het neo-expressionisme van de jaren 1980.

Minimal art bestaat uit eenvoudige vormen, meestal vierkanten en rechthoeken. Bij conceptuele kunst is het idee belangrijker dan het ding dat je ziet. Een voorbeeld is de muurtekening van de Amerikaan Sol LeWitt uit de collectie van het Kröller-Müller Museum. Hij tekende haar niet zelf, want assistenten deden dat volgens zijn aanwijzingen.

Veel kunst sinds de jaren 1960 heet postmodern. Dat woord is rond 1970 voor het eerst gebruikt. Er hoort volgens Tate niet één stijl bij. Het College voor Toetsen en Examens wijst elk jaar aan waar het eindexamen kunst over gaat. Voor de tijd na 1950 spreekt het college van massacultuur. Massamedia en internet krijgen dan invloed op de kunst. Vaste regels voor wat mooi is, zijn er volgens het college niet meer.

Zelfs het woord hedendaags ligt niet vast. Een kunstinstituut in Londen laat hedendaagse kunst in 1947 beginnen, schrijft Tate. Een museum in New York kiest 1977. Zoek bij kunst van nu dus niet naar een nieuwe stroming, maar kijk naar de plek en de techniek. Straatkunst staat bijvoorbeeld op openbare plekken, meestal zonder toestemming.

Een stroming herkennen in vijf stappen

Je herkent een stroming het snelst als je in een vaste volgorde kijkt. In een bijlage bij de examenstof noemt het College voor Toetsen en Examens vijf dingen waarop je bij een beeld let. Wij maakten er vijf stappen voor het museum van.

  • Vorm. Zie je bloemen en bladeren in vloeiende lijnen, dan is het vaak art nouveau. Zijn de mensen vervormd, dan denk je aan expressionisme.
  • Ruimte. Diepte op een plat vlak heet perspectief, en dat hoort bij de renaissance. Zie je één ding van meer kanten tegelijk, dan is het kubisme.
  • Licht. Fel licht naast diep donker hoort bij de barok. Grijs daglicht past bij de Haagse School.
  • Kleur. Oker, bruin en grijs passen bij het vroege kubisme. Heldere kleuren passen bij het impressionisme.
  • Compositie. Draaiende bewegingen zijn barok. Zie je alleen liggende en staande lijnen, dan is het De Stijl.

Op school gaat het om periodes

Op het eindexamen kunst draait het niet om een lijst met stromingen. Het centraal examen op de havo gaat in 2027 over drie onderwerpen.

  • De cultuur van romantiek en realisme in de 19de eeuw.
  • De cultuur van het moderne in de eerste helft van de 20ste eeuw.
  • De massacultuur vanaf 1950.

Het college noemt die aanpak niet kunsthistorisch. Je bekijkt een werk dus vooral tegen de achtergrond van zijn tijd.

Veelgestelde vragen over kunststromingen

Welke kunststromingen waren dominant in de 20e eeuw?

De bekendste kunststromingen uit de eerste helft van de 20ste eeuw zijn het expressionisme en het kubisme. Daarna kwamen dada, De Stijl en het surrealisme. Na 1950 volgden pop art, minimal art en conceptuele kunst.

Wat zijn de 8 kunstvormen?

Een officiële lijst van acht kunstvormen hebben wij niet gevonden. Het eindexamen kunst gaat over vier soorten kunst: beeldende vormgeving, dans, drama en muziek. In een bijlage bij de examenstof komt film erbij. Bij beeldend horen daar drie vormen: beeldende kunst, architectuur en vormgeving. Tel je die apart, dan kom je volgens onze telling op zeven. Wie er acht telt, rekent er zelf een vorm bij, zoals de literatuur.

Wat is de volgorde van de kunststromingen?

De volgorde van de bekendste kunststromingen begint met gotiek, renaissance, barok en rococo. Dan komen romantiek, Haagse School, impressionisme en postimpressionisme. Daarna volgen art nouveau, expressionisme, kubisme en De Stijl. Als laatste komen surrealisme, Cobra en pop art. De gotiek begint rond 1150, pop art bloeit in de jaren 1960. Veel stromingen bestonden wel tegelijk.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.

Bronnen

Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.

Schrijft over Maatschappelijk, Wereld, Ondernemen en Producten.

Verder lezen in Wereld

Alle artikelen in Wereld