De geschiedenis van telefonie: van 1876 tot glasvezel en 5G
De geschiedenis van telefonie loopt van Bell en Meucci tot glasvezel en 5G. Je leest hoe telefoneren werkt en hoe mobiel bellen en videobellen ontstonden.

Telefonie is het overbrengen van spraak over afstand door geluid om te zetten in een elektrisch of digitaal signaal. Die techniek is nog geen anderhalve eeuw oud: het eerste patent dateert van 1876. Sindsdien is er veel veranderd. We belden eerst via een telefoniste, daarna via een automatische centrale, vervolgens mobiel en tegenwoordig grotendeels via internet. Hieronder lees je hoe die ontwikkeling verliep, hoe telefoneren technisch werkt en waar mobiel bellen en videobellen vandaan komen.
Hoe het begon
De geschiedenis van telefonie begint in 1876, als Alexander Graham Bell patent op de telefoon aanvraagt. Hij is niet de bedenker van het toestel: dat was de Italiaanse Amerikaan Antonio Meucci, die zijn telettrofono al in 1860 demonstreerde. Meucci had het geld niet om zijn vinding definitief te laten vastleggen, Bell wel. Het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden erkende Meucci’s aandeel pas in 2002 alsnog.
Vijf jaar na Bells patent, in 1881, opent in Amsterdam de eerste Nederlandse telefooncentrale, met ongeveer vijftig abonnees. Elk gesprek loopt daar via een telefoniste die de stekkers met de hand verbindt. Naarmate het aantal abonnees groeit, wordt dat onhoudbaar. Nederland automatiseert het net daarom stap voor stap, en op 22 mei 1962 sluit in het Groningse Warffum de laatste handbediende centrale. Daarmee was Nederland na Zwitserland het tweede land ter wereld met een volledig geautomatiseerd telefoonnet. Vanaf dat moment kies je zelf een nummer met de draaischijf, zonder tussenkomst van een ander.
De werking van een telefoon
Hoe kan het dat mensen die telefoneren elkaar verstaan, soms op zeer grote afstand? Op het moment dat iemand praat ontstaan er luchttrillingen: onze stem. Een microfoon zet die trillingen om in een elektrisch signaal. Dat signaal reist via een kabel of via een radioverbinding naar de ontvanger, waar een luidspreker er weer luchttrillingen van maakt. Rechtstreeks naar de andere kant van de lijn, of via een centrale die de verbinding legt.
Het verschil met vroeger zit in de vorm van dat signaal. In het analoge net was het een doorlopende elektrische golf die de stem nabootste. Tegenwoordig wordt je stem duizenden keren per seconde gemeten en omgezet in getallen. Die pakketjes data reizen over hetzelfde netwerk als je e-mail en je video’s, en worden aan de andere kant weer tot geluid gemaakt. Dat is ook waarom bellen via internet technisch nauwelijks verschilt van bellen via je mobiel.
Mobiel bellen
De jongste grote ontwikkeling in de geschiedenis van de telefonie is het mobiel bellen. In maart 1980 ging in Nederland het autotelefoonnet ATF open: bellen kon voortaan ook onderweg. Het grote voordeel was – en is – dat je niet meer naar een vast punt hoeft. Niet naar kantoor, niet naar huis en niet naar een telefooncel. Het kan op het water, in de bergen of op een bankje in het park. Alleen waar geen zendmast in de buurt staat, blijft het stil.
Mobiel bellen bracht nog een verandering: in plaats van draaien aan een schijf gingen we drukken op knopjes. Het verschil zit in het signaal dat naar de centrale gaat. De draaischijf stuurde korte stroomonderbrekingen, de drukknoppen sturen toontjes. Daarna volgden de netwerken elkaar in hoog tempo op.
| Generatie | In Nederland vanaf | Wat het bracht |
|---|---|---|
| 1G (analoog, ATF) | maart 1980 | Bellen vanuit de auto; de ATF-netten gingen in 1999 uit |
| 2G (GSM) | 1 juli 1994 | Digitaal bellen en de sms |
| 3G (UMTS) | begin jaren 2000 | Mobiel internet dat bruikbaar werd |
| 4G (LTE) | rond 2013 | Video, muziek en apps zonder wachten |
| 5G | vanaf 2020 | Meer capaciteit en minder vertraging |
ADSL, ISDN en glasvezel
Toen internet in de jaren negentig thuis kwam, belde je in met een modem over je gewone telefoonlijn. Traag, en je kon niet tegelijk bellen en internetten: wie de telefoon oppakte, gooide de verbinding eruit. ISDN maakte die aansluiting halverwege de jaren negentig digitaal en splitste hem in kanalen, waardoor bellen en internetten naast elkaar konden. Pas daarna kwam ADSL, dat over datzelfde koperen net veel meer data haalde en het inbellen definitief overbodig maakte. Dat het altijd aan stond, was minstens zo belangrijk als de snelheid. In deze jaren ontstond ook de concurrentie tussen internetaanbieders, waarbij niet alleen de prijs telde maar ook de snelheid.
Het meest recent is glasvezel. Glasvezel bestaat uit haardunne, buigzame vezels van zuiver glas, waarover licht in plaats van stroom reist. Daarmee zijn veel hogere snelheden mogelijk dan over koper, en de snelheid hangt nauwelijks af van de afstand tot de wijkkast. Het koper verdwijnt daardoor langzaam: KPN wil in 2026 zo’n 80% van de huishoudens op glasvezel hebben aangesloten en zet een koperlijn pas uit als de glasvezelverbinding werkt.
Verbindingstechnieken telefonie
Telefoneren kan nog steeds op verschillende manieren, met verschillende technieken:
- Vaste kabels. Eerst koper, nu steeds vaker glasvezel. Betrouwbaar en snel, maar gebonden aan een adres.
- Mobiele netwerken. Je toestel praat met de dichtstbijzijnde zendmast. Dit is voor de meeste mensen inmiddels de standaard.
- Straalverbinding. Een gerichte radioverbinding tussen twee vaste punten, vooral gebruikt om zendmasten onderling te koppelen op plekken waar kabels lastig liggen.
- Satellietverbinding. Lang te duur en te traag voor gewoon bellen. Met de nieuwe netwerken van laagvliegende satellieten verandert dat: de eerste telefoons kunnen inmiddels rechtstreeks via een satelliet berichten versturen op plekken zonder bereik.
Videobellen
Behalve elkaar horen willen we elkaar ook graag zien; dat verhoogt het gevoel van nabijheid. De eerste ideeën daarover zijn oud. Rond 1900 fantaseerden uitvinders over de telectroscoop, een soort elektronische verrekijker waarmee je iemand ver weg zou kunnen zien. In de jaren twintig volgde de gedachte aan de Televisor: elkaar zien via de telefoon. In 1927 was het zover. Herbert Hoover sprak vanuit Washington en zijn gezicht was daarbij te zien bij Bell Telephone Laboratories in New York. Het onderzoek ging daarna door, maar sterk vertraagd, waarschijnlijk door de Tweede Wereldoorlog.
Op 1 juli 1970 bracht AT&T de Picturephone als betaalde dienst op de markt in Pittsburgh. Een succes werd het niet: in Pittsburgh stonden er op het hoogtepunt 32 toestellen en in Chicago liep dat begin 1973 op tot 453. Datzelfde jaar trok AT&T de stekker eruit. Videobellen bleek veel minder gewenst dan verwacht. Er waren technische bezwaren, de dienst was duur, en veel mensen voelden schroom om in beeld te komen. Toen de fax verscheen, raakte beeldbellen helemaal op de achtergrond. Alleen voor vergaderen en voor contact met ouderen bleef er belangstelling.
Het internet maakte een aparte beeldtelefoon overbodig. Met een computer, een verbinding en een webcam kon iedereen opeens videobellen, en met de smartphone zit de camera al in je hand. Skype was jarenlang het gezicht van die omslag, maar Microsoft zette de dienst op 5 mei 2025 definitief uit en verwees gebruikers naar Teams. Videobellen zelf is niet verdwenen: het zit nu ingebouwd in WhatsApp, FaceTime, Teams, Zoom en Google Meet, en is sinds de coronajaren voor werk en familie doodgewoon geworden. Wie er zakelijk mee werkt, komt verder met een paar praktische afspraken vooraf; die staan in onze tips voor digitaal vergaderen.
Een tijdlijn van de telefonie
| Jaar | Wat er gebeurde |
|---|---|
| 1860 | Antonio Meucci demonstreert zijn telettrofono |
| 1876 | Alexander Graham Bell vraagt patent aan op de telefoon |
| 1881 | Amsterdam krijgt de eerste Nederlandse telefooncentrale, met ongeveer vijftig abonnees |
| 1927 | Eerste openbare demonstratie van beeldtelefonie: Hoover spreekt in Washington en is te zien in New York |
| 1962 | Op 22 mei sluit in Warffum de laatste handbediende centrale; het Nederlandse net is volledig automatisch |
| 1970 | AT&T brengt de Picturephone op de markt in Pittsburgh |
| 1973 | AT&T stopt met de Picturephone |
| 1980 | Het autotelefoonnet ATF start: mobiel bellen komt naar Nederland |
| 1994 | Op 1 juli gaat het eerste Nederlandse GSM-netwerk in de lucht |
| 2020 | De eerste 5G-netwerken in Nederland |
| 2025 | Skype gaat op 5 mei uit; videobellen loopt via andere apps |
Veelgestelde vragen over de geschiedenis van telefonie
Wie heeft de telefoon uitgevonden?
Alexander Graham Bell kreeg in 1876 het patent en geldt daardoor lang als de uitvinder. Antonio Meucci demonstreerde zijn telettrofono echter al in 1860, maar kon het patent niet betalen. Het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden erkende Meucci’s aandeel in 2002 alsnog. Beide namen horen dus bij het antwoord.
Wanneer kwam de telefoon naar Nederland?
In 1881 opende in Amsterdam de eerste Nederlandse telefooncentrale, met ongeveer vijftig abonnees. Elk gesprek liep via een telefoniste. Dat handwerk verdween pas op 22 mei 1962, toen in Warffum de laatste handbediende centrale sloot.
Hoe werkt telefoneren technisch?
Een microfoon zet de luchttrillingen van je stem om in een signaal. Dat signaal gaat via een kabel of via de lucht naar de ontvanger, waar een luidspreker er weer geluid van maakt. Vroeger was dat een doorlopende elektrische golf; tegenwoordig wordt je stem gemeten en als datapakketjes verstuurd, net als de rest van het internetverkeer.
Wat is het verschil tussen ISDN en ADSL?
ISDN kwam eerst en maakte de gewone telefoonlijn digitaal, opgesplitst in kanalen, zodat bellen en internetten tegelijk konden. ADSL volgde daarna en haalde over datzelfde koperen net veel meer snelheid, met een verbinding die permanent aanstond. Beide zijn inmiddels op hun retour: glasvezel neemt het over.
Sinds wanneer bestaat videobellen?
De eerste openbare demonstratie was in 1927. De eerste betaalde dienst was de Picturephone van AT&T, vanaf 1 juli 1970 in Pittsburgh, die in 1973 alweer werd gestopt. Pas met internet, webcams en later de smartphone werd videobellen echt gemeengoed.
Hoe we dit artikel hebben gemaakt
Eerste publicatie op , laatst bijgewerkt op . Geschreven door onze eigen redactie en nagelopen op feiten, cijfers en bronnen.
Klopt er iets niet, of mis je iets? Laat het ons weten. We lopen het na en passen het artikel aan.
Bronnen
NPO Radio 1 – Laatste handbediende telefooncentrale stopt (Warffum, 22 mei 1962)
Engineering and Technology History Wiki – Picturephone (AT&T, 1970-1973)
Microsoft – Skype wordt in mei 2025 buiten gebruik gesteld
KPN – Glasvezel vervangt koper (geraadpleegd op 28 augustus 2026)
Geschreven door
Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein en geen persoon. De kern wordt gevormd door Chadli Hachani en Sonja Schwedersky, aangevuld met vaste schrijvers en meelezers per onderwerp.
Verder lezen in Producten
Is 5G gevaarlijkEen actuele vraag: is 5G gevaarlijk? We lezen de laatste tijd (april 2020) veel over zendmasten die opzettelijk in brand worden...
Wat is Google Lens? Zo werkt de visuele zoekmachineGoogle Lens is de visuele zoekfunctie van Google waarmee je informatie vindt via foto's en je camera. Zo werkt Google Lens en dit kun je ermee.
Wat valt onder grensoverschrijdend gedragGrensoverschrijdend gedrag is meer dan seksueel gedrag: ook pesten, discrimineren en machtsmisbruik horen erbij. Je leest waar de grens ligt.
Schrijf je in en win een tekstschrijver!Bij Kennisdomein stond in 2021 de hele maand mei in het teken van de Nederlandse taal.Reacties
- Pingback: Internationale Telefonie – Historie, Innovatie En Impact - AlexandervanDijl.nl - Bel 020 262 1789
