Naar de inhoud

Kennis die je verder helpt.

KPI - key performance indicator

Wat is een KPI? Betekenis, voorbeelden en tips

Door Bijgewerkt op

Een KPI (Key Performance Indicator) is een meetbare indicator waarmee je de prestaties van je bedrijf volgt en bijstuurt.

Het idee is ouder dan de afkorting. Bedrijfskundige V. F. Ridgway beschreef in 1956 al wat er gebeurt zodra je mensen op één getal afrekent: ze gaan dat getal verbeteren en niet hun werk. Dat stond in Administrative Science Quarterly, een wetenschappelijk tijdschrift over organisaties. De keuze van je KPI weegt daarom zwaarder dan het meten zelf. Hieronder lees je welke KPI bij welk doel hoort en wat je per KPI vastlegt. Daarna: waar het misgaat zodra iedereen op het getal gaat sturen, en hoe je dat voorkomt.

Wat een KPI onderscheidt van een gewoon getal

Een webwinkel meet honderden getallen. Bezoekers, bestellingen, retouren, hoeveel mensen de nieuwsbrief openen. Dat zijn prestatiecijfers. Ze vertellen je iets, maar je stuurt er niet allemaal op.

Een KPI is het handjevol getallen waar je wel op let en waar je je werk op aanpast. Ze zitten vast aan een doel dat je hebt opgeschreven. Key betekent hier hoofdzaak. Haal je die getallen niet, dan haal je je doel niet. De rest van je cijfers is achtergrond: nuttig als je wilt begrijpen waarom een KPI beweegt, maar geen stuurmiddel.

Daarnaast bestaat de kritieke succesfactor, en die wordt vaak met een KPI verward. Een succesfactor is geen getal maar een voorwaarde: iets wat op orde moet zijn om het doel te halen. Snel leveren is de voorwaarde, de gemiddelde levertijd in werkdagen is de KPI die erbij hoort. Wil je je doelen scherp opschrijven voordat je gaat meten, lees dan hoe je een doel SMART formuleert.

Welke KPI past bij welk doel

Bij vijf gangbare doelen hoort elk een passende KPI, met de plek waar je dat getal ophaalt.

DoelKPIWaar het getal vandaan komt
Meer klanten wervenAantal nieuwe klanten per maandJe klantenbestand of de boekhouding
Omzet laten groeienOmzetgroei in procenten per kwartaal, dus van € 200.000 naar € 210.000 is 5 procentDe boekhouding
Sneller leverenGemiddelde levertijd in werkdagenJe bestelsysteem
Minder klachtenAantal klachten per 1.000 bestellingenDe klantenservice
Meer halen uit je websiteBestellingen gedeeld door bezoeken, in procentenJe statistiekenpakket
Kennisdomein koppelde vijf gangbare doelen aan een passende KPI. De eerste vier getallen komen uit je eigen administratie, het laatste uit je statistiekenpakket.

Reken zo’n verhouding wel om naar jouw omvang. Heb je 250 bestellingen per maand, dan zegt het aantal klachten per 1.000 bestellingen pas na vier maanden iets. Tel dan per 100.

Neem het laatste getal uit de tabel. Een webwinkel met 40.000 bezoeken per maand en 800 bestellingen zit op 2 procent. Gaat dat naar 2,5 procent, dan zijn dat 200 bestellingen extra per maand, zonder één bezoeker meer. Bij een gemiddelde bestelling van € 45 is dat € 9.000 per maand, en over een heel jaar € 108.000. Pas als je die som hebt gemaakt, weet je of dit getal je aandacht waard is. Wil je het omhoog krijgen, dan is de landingspagina waar bezoekers binnenkomen meestal de eerste plek om te kijken.

Welke KPI past, hangt ook af van de fase waarin je klant zit. Iemand die je merk pas net kent, ga je niet afrekenen op bestellingen. Hoe die fases lopen, staat in ons artikel over de vier fases van de klantreis.

Vijf dingen die je vastlegt voordat je gaat meten

Een KPI die alleen als woord in een presentatie staat, levert ruzie op zodra iemand hem naslaat. Wie telt er als nieuwe klant? Telt een bestelling mee die later wordt geretourneerd? Spreek daarom per KPI vooraf af wat je opschrijft. Hieronder staat één voorbeeld helemaal uitgewerkt.

OnderdeelWat je opschrijftVoorbeeld
DefinitieWat je telt en wat nietEen nieuwe klant is iemand die voor het eerst betaalt, niet iemand die een account aanmaakt
BronUit welk systeem het getal komtDe boekhouding, niet de webwinkel
NormWelk getal goed genoeg is120 nieuwe klanten per maand
PeriodeOver welke tijd je meetPer kalendermaand
EigenaarWie het getal elke maand aanlevertDe teamleider verkoop
Kennisdomein werkte de afspraken per KPI uit, met één KPI als voorbeeld.

Hoe NS en het ministerie het vastleggen

Zo werkt het ook buiten het bedrijfsleven. De Nederlandse Spoorwegen moeten van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, dat de vergunning voor het treinvervoer verleent, elk jaar een aantal prestaties halen. Die eisen staan in de Concessie voor het Hoofdrailnet 2025-2033, het document waarin het ministerie precies vastlegt wat NS moet leveren. Het algemeen klantoordeel moet minimaal een 7,5 zijn en in 2029 een 7,7. De punctualiteit heet daar reizigerspunctualiteit 3 minuten. Dat is het aandeel reizigers dat met minder dan drie minuten vertraging aankomt op het eindstation van de reis. De ondergrens daarvoor is 84,4 procent van de reizen. Die drie minuten zijn het hele punt: zonder zo’n definitie blijf je over de uitkomst discussiëren.

Let ook op wie het getal aanlevert. Het klantoordeel komt niet van NS zelf, maar uit de OV-Klantenbarometer, het jaarlijkse reizigersonderzoek van kennisplatform CROW. Ruim 115.000 reizigers vulden daarvoor in 2025 een vragenlijst in, en zij gaven het Nederlandse openbaar vervoer gemiddeld een 7,8. Of NS zijn eigen norm haalt, staat in het jaarverslag van NS, en dat is dus de opgave van het bedrijf dat wordt beoordeeld. Bij elke KPI is dat de vraag die je stelt voordat je iets van het cijfer vindt: wie meet het, en heeft die er belang bij?

Hoeveel KPI heb je nodig

Minder dan je denkt. Ridgway liet in 1956 zien dat elke gangbare vorm zijn eigen bijwerking heeft. Stuur je op één getal, dan gaan mensen dat ene getal opzoeken en laten ze de rest liggen. Zijn voorbeeld was een medewerker van een arbeidsbureau die gesprekken afraffelde, omdat hij werd afgerekend op het aantal gesprekken per dag. Stuur je op een rij losse getallen, dan weet niemand nog of winst op het ene getal het verlies op het andere waard is. Tel je alles op tot één rapportcijfer, dan verschuift de discussie naar de weging.

Drie tot vijf KPI per team, elk met een eigenaar. Heb je er meer, dan heb je nog niet gekozen. En een KPI die niemand aanlevert, verdwijnt binnen een kwartaal. Hang hem daarom aan een bestaand overleg of aan een vaste stap in je werkprocessen. De doelen eronder leg je vast in een plan dat op één A4 past.

Wat er misgaat zodra iedereen op het getal stuurt

Er is een regel die je herkent zodra je hem hoort: zodra een meting een doel wordt, is het geen goede meting meer. Antropoloog Marilyn Strathern schreef die zin in 1997 op pagina 308 van het tijdschrift European Review. Het was haar korte samenvatting van een gedachte van de Britse econoom Charles Goodhart. Sindsdien heet hij de wet van Goodhart, terwijl de formulering dus van Strathern komt.

Een klantenservice die stuurt op de gemiddelde gespreksduur krijgt kortere gesprekken. Niet omdat vragen sneller worden opgelost, maar omdat medewerkers eerder ophangen. Het getal verbetert en de klant belt de volgende dag terug.

Twee dingen helpen daartegen. Zet naast een KPI die snelheid meet altijd een KPI die de kwaliteit meet, bijvoorbeeld het aandeel klanten dat binnen een week opnieuw belt over dezelfde vraag. En bespreek een KPI die niet gehaald wordt eerst als vraag en pas daarna als beoordeling.

In Google Analytics heet een doel nu een belangrijke gebeurtenis

Meet je online, dan loop je tegen een naamswijziging aan die veel Nederlandse uitleg nog niet heeft verwerkt. In Google Analytics 4 heet een actie die voor jouw bedrijf telt een belangrijke gebeurtenis: iemand die het contactformulier verstuurt, bijvoorbeeld. Het woord conversie bestaat nog, maar staat nu voor de versie van die gebeurtenis waarmee je in Google Ads je campagnes bijstuurt. Die twee omschrijvingen komen uit de eigen hulppagina’s van Google; het is dus de woordkeuze van de leverancier van het meetprogramma, en die kan opnieuw veranderen. Zet er in je eigen rapportage bij welk van de twee je bedoelt, anders vergelijk je volgende maand twee verschillende getallen met elkaar. Datzelfde pakket meet ook een betrokken sessie, en dat is de bodem onder elk cijfer over engagement.

Veelgestelde vragen over KPI

Waar staat de afkorting KPI voor?

KPI staat voor Key Performance Indicator. In het Nederlands: kritieke prestatie-indicator. Het is een getal waarop je stuurt, omdat het vastzit aan een doel dat je hebt opgeschreven.

Wat is het verschil tussen een KPI en een kritieke succesfactor?

Een kritieke succesfactor is een voorwaarde, een KPI is het getal waarmee je die voorwaarde meet. Snel leveren is de voorwaarde; de gemiddelde levertijd in werkdagen is de KPI. Je hebt ze allebei nodig: zonder voorwaarde weet je niet waarom je meet, zonder getal weet je niet of het lukt.

Hoeveel KPI houdt een klein bedrijf bij?

Drie tot vijf per team is werkbaar, elk met iemand die het getal aanlevert. Meer dan dat betekent meestal dat er nog niet gekozen is. Het maandelijkse overleg gaat dan over het opzoeken van cijfers in plaats van over het werk.

Kan een KPI ook over iets anders gaan dan geld?

Ja. Een klanttevredenheidscijfer, een levertijd of het aantal medewerkers dat binnen een jaar vertrekt zijn even goede KPI. Een bekend voorbeeld is de Net Promoter Score: hoeveel meer klanten je zouden aanbevelen dan afraden. De Nederlandse Spoorwegen moeten bijvoorbeeld een algemeen klantoordeel van minimaal een 7,5 halen, een getal waar geen euro in zit. Dat cijfer staat als eis in de vervoerconcessie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en wordt gemeten in de OV-Klantenbarometer, het jaarlijkse reizigersonderzoek van kennisplatform CROW.

Delen
WhatsApp Facebook LinkedIn X E-mail

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op , laatst bijgewerkt op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan.

Bronnen (4)
  • V. F. Ridgway, Dysfunctional Consequences of Performance Measurements, Administrative Science Quarterly 1(2), september 1956, pagina 240 tot 247. Waarom sturen op één getal, op losse getallen en op een samengesteld rapportcijfer alle drie hun eigen bijwerking hebben.
  • Marilyn Strathern, Improving ratings: audit in the British University system, European Review 5(3), juli 1997, pagina 305 tot 321. Op pagina 308 staat de zin waarmee de wet van Goodhart bekend werd.
  • Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Concessie voor het Hoofdrailnet 2025-2033, bijlage 1 en de artikelen 14 en 24. De bodemwaarde van 7,5 voor het algemeen klantoordeel en de 7,7 voor 2029, de bodemwaarde van 84,4 procent voor de reizigerspunctualiteit 3 minuten, en de definitie van die punctualiteit als aankomst met minder dan drie minuten vertraging op het eindstation.
  • CROW, OV-Klantenbarometer 2025. Dat het klantoordeel uit een onafhankelijk reizigersonderzoek komt en niet van de vervoerder zelf: ruim 115.000 ingevulde vragenlijsten en een gemiddeld cijfer van 7,8 voor het Nederlandse openbaar vervoer.

Gebruik je dit artikel in een werkstuk?

Bekijk de bronvermelding (APA)

Kennisdomein. (2026, 13 september). Wat is een KPI? Betekenis, voorbeelden en tips. https://www.kennisdomein.nl/marketing/wat-is-een-kpi/

In je tekst verwijs je zo: (Kennisdomein, 2026). De volledige vermelding zet je in je literatuurlijst.

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.

Schrijft over Maatschappelijk, Wereld, Ondernemen en Financieel.

Meer in Marketing

Alle artikelen in Marketing