Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Maatschappelijk

Kapitalisme uitgelegd, met Nederland in cijfers

Kapitalisme is een economie waarin bedrijven van particulieren zijn en winst het doel is. Hoe werkt het, en hoe zit dat in Nederland?

Gepubliceerd op 14 minuten lezen
Klant krijgt een papieren zak met brood aangereikt bij een broodkraam op een Nederlandse weekmarkt

Bijna elk land had in 2015 een vorm van kapitalisme, schreef het Internationaal Monetair Fonds, het IMF. In dat fonds waken landen samen over de wereldeconomie. Zuiver is het systeem echter zelden, want meestal stuurt de overheid bij. Zo gaf de Nederlandse overheid in 2025 een bedrag uit van 45,2 procent van wat het land verdiende. Dat is ruim 45 cent op elke verdiende euro. Het voorlopige cijfer komt van het Centraal Bureau voor de Statistiek, het CBS. Dat bureau maakt de officiële cijfers over Nederland. Meer uitleg over politiek en samenleving staat in het kennisgebied Maatschappelijk.

Je koopt op zaterdagochtend een brood bij de bakker. Hij bakt het niet om jou een plezier te doen. Hij wil eraan verdienen, en jij wilt brood. Met dat voorbeeld legde de Schotse denker Adam Smith de markt al in 1776 uit.

Wat kapitalisme betekent

Kapitalisme is een economisch systeem waarin de bedrijven van particulieren zijn. Denk aan fabrieken, mijnen en spoorwegen. Particulieren zijn gewone mensen, dus niet de overheid. De eigenaar beslist zelf wat hij met zijn bedrijf doet.

Wat een brood of een fiets kost, ligt aan vraag en aanbod. Dat is hoeveel mensen iets willen kopen en hoeveel ervan te koop is. Zo omschrijft het IMF het in een uitleg uit juni 2015. Het belangrijkste kenmerk is volgens die uitleg de wens om winst te maken.

Neem een fietsenmaker met twee man personeel. De werkplaats en het gereedschap zijn van hem. Zijn personeel krijgt loon, en de winst is voor hem.

De zes kenmerken volgens het IMF

Het IMF noemt zes pijlers waarop kapitalisme rust.

  • Privébezit. Je mag dingen bezitten, zoals een huis, grond of aandelen.
  • Eigenbelang. Mensen doen wat voor henzelf het beste is.
  • Concurrentie. Iedereen mag een bedrijf beginnen en er ook weer mee stoppen.
  • De markt bepaalt de prijs. Kopers en verkopers doen dat samen, zonder baas erboven.
  • Vrijheid om te kiezen. Een klant kan naar een andere winkel en een werknemer naar een andere baas.
  • Een beperkte rol voor de overheid. Zij beschermt de rechten van burgers en bewaart de orde.

Hoe sterk elke pijler is, verschilt per land, schrijft het IMF.

Waar het woord vandaan komt

Het woord kapitaal komt van het Latijnse caput, dat hoofd betekent. Kapitaal was eerst de hoofdsom: het geld dat je tegen rente uitleent. Zo staat het in de Etymologiebank van het Instituut voor de Nederlandse Taal. Die databank verzamelt woordenboeken over de herkomst van woorden. In een Nederlandse tekst is kapitaal al in 1526 gevonden.

Het woord kapitalisme is veel jonger. De Etymologiebank noemt het samen met communisme, marxisme en socialisme. Die namen komen uit de tweede helft van de negentiende eeuw.

Bij Adam Smith vonden wij het woord niet. Wij doorzochten zijn boek The Wealth of Nations uit 1776 bij Project Gutenberg. Dat is een digitale bibliotheek met gratis oude boeken. In ongeveer 380.000 Engelse woorden telden wij capitalism nul keer. De beroemde onzichtbare hand staat er precies één keer in. Daarmee bedoelde Smith dat wie zijn eigen voordeel zoekt, vaak ook anderen helpt.

Het oudste aandeel ter wereld kostte 150 gulden

Het oudste bekende aandeel ter wereld is Nederlands en komt uit 1606. Een aandeel is een bewijs dat een deel van een bedrijf van jou is.

Dit aandeel hoort bij de Verenigde Oost-Indische Compagnie, de VOC. Dat was het eerste internationale bedrijf waarvan je de aandelen vrij kon doorverkopen. In 1602 kon iedereen er geld in steken. Dat schrijft het Westfries Archief in Hoorn. Het bewaart de oude papieren van de West-Friese gemeenten.

Ook Pieter Harmensz deed mee. Hij was bode van de stad Enkhuizen en hielp daar de burgemeesters. Voor zijn aandeel betaalde hij 150 gulden, en dat mocht in delen. Als bode kreeg hij vanaf 1590 een loon van 125 gulden per jaar. Het aandeel kostte hem volgens onze berekening dus meer dan een jaar loon.

Op 9 september 1606 betaalde hij het laatste deel. Het bewijs daarvan geldt nu als het oudste aandeel ter wereld. Een student geschiedenis vond het in 2010 in het stadsarchief van Enkhuizen.

Wat er nieuw was aan dat aandeel

Nieuw was dat je een aandeel kon doorverkopen. Bovendien kon je nooit meer kwijtraken dan je had ingelegd. De verkoop van aandelen leverde de VOC uiteindelijk zes miljoen gulden op. Uit de handel in die aandelen ontstond later de beurs van Amsterdam. Dat is volgens het archief de oudste beurs voor aandelen ter wereld.

Snel rijk werd Harmensz er niet van. De VOC betaalde namelijk pas in 1610 voor het eerst winst uit. Vaak kregen de eigenaren van aandelen specerijen in plaats van geld. Meebeslissen over het bedrijf mochten zij ook niet. Wat de handel van de VOC opleverde en wie de prijs betaalde, lees je in ons artikel over de Gouden Eeuw.

Hoe Marx naar het kapitalisme keek

Karl Marx zag het kapitalisme als een systeem dat de arbeiders uitbuit. Hoe dat volgens hem werkt, beschrijft hij in zijn boek Das Kapital. Zo vat het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, het IISG, het boek samen. Het eerste deel kwam in september 1867 van de drukker, in 1.000 exemplaren. Het instituut in Amsterdam bewaart het eigen exemplaar van Marx.

Arbeiders maken volgens Marx meer waarde dan zij aan loon krijgen. Stel dat een arbeider op een dag stoelen maakt die € 100 meer waard zijn dan het hout. Hij krijgt € 60 loon. De andere € 40 gaat dan naar de eigenaar van de fabriek. Dat leidt volgens Marx telkens tot een crisis. Op den duur zou het systeem door zijn eigen regels instorten, dacht hij.

Het verschil tussen kapitalisme en communisme

In het kapitalisme zijn de bedrijven van particulieren, in de economie uit het Communistisch Manifest van de staat. Marx schreef dat manifest in 1848 samen met Friedrich Engels. De staat bezit daarin de fabrieken, de machines en de grond. Zulke dingen, waarmee je iets maakt, heten productiemiddelen. Ook maakt de staat een plan voor de hele economie. Daarom heet dit een planeconomie.

Laat de overheid de markt bijna helemaal vrij, dan heet dat een vrije markt. Tussen de vrije markt en de planeconomie ligt de gemengde economie. Daar doet de markt het meeste werk, maar de overheid stuurt bij. Het IMF noemt vervuiling en files als voorbeeld van wat zij aanpakt. Zulke gemengde economieën kwamen in 2015 het meest voor, staat in dezelfde uitleg.

De tabel hieronder zet de drie naast elkaar. Je ziet van wie de bedrijven zijn, wat hun doel is, wie beslist en wat de overheid doet.

PuntVrije marktGemengde economiePlaneconomie
Bedrijven zijn vanParticulierenParticulierenDe staat
Doel van een bedrijfWinstWinst, binnen regelsHet algemeen belang
Wie beslistKopers en verkopersKopers en verkopersDe staat, met een plan
Taak van de overheidRechten en orde beschermenOok bijsturenBezitten en plannen
Bron: IMF, Finance & Development, juni 2015, en het dossier van het IISG voor Unesco.

Wat Marx precies wilde en wat staten daarvan maakten, lees je in ons artikel over het communisme. Daar staat ook hoe Vietnam en Laos hun economie noemen in hun grondwetten van 2013 en 2025. Ze spreken van een markteconomie met een socialistische koers. In een markteconomie bepalen kopers en verkopers wat iets kost.

Welke vormen van kapitalisme er zijn

Een eenvoudige indeling kent twee vormen van kapitalisme: de liberale en de gecoördineerde markteconomie. In de liberale vorm doet de markt het meeste werk. Het IMF noemt de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk als voorbeeld. In de gecoördineerde vorm overleggen bedrijven veel met elkaar, buiten de markt om. Duitsland en Japan zijn daarvan de voorbeelden.

Een tweede indeling kijkt naar wie voor de groei zorgt, en telt vier vormen. In de tabel hieronder staan alle zes onder elkaar.

VormWat het kenmerkt
Liberale markteconomieDe markt en de concurrentie doen het meeste werk
Gecoördineerde markteconomieBedrijven overleggen via vakbonden en clubs van werkgevers
Door de staat geleidDe overheid kiest welke sectoren groeien
OligarchischHet systeem beschermt en verrijkt een kleine groep
Grote bedrijvenGrote aantallen maken, en daardoor goedkoper
OndernemendNieuwe bedrijven komen met uitvindingen als de auto en de telefoon
Bron: IMF, Finance & Development, juni 2015.

Een mix van de laatste twee lijkt volgens het IMF het beste te werken.

Waar Nederland bij hoort

Nederland lijkt volgens onze lezing het meest op de gecoördineerde markteconomie, de vorm met veel overleg. Werkgevers en werknemers praten hier op drie niveaus met elkaar.

In een bedrijf praat de ondernemingsraad met de directie. In die raad zitten werknemers van het bedrijf. Per branche onderhandelen vakbonden en werkgevers over de cao. Daarin staan de afspraken over loon en werktijden. Voor het hele land is er de Sociaal-Economische Raad, de SER.

In de SER zitten ondernemers, werknemers en onafhankelijke deskundigen. De SER noemt al dat overleg samen de overlegeconomie. Het IMF noemt Nederland zelf niet.

Hoe kapitalistisch Nederland is

Nederland is een gemengde economie, met markt en overheid naast elkaar. De overheid gaf in 2025 volgens het CBS ruim 529 miljard euro uit. Dat is 45,2 procent van wat het land dat jaar verdiende. Economen noemen dat laatste het bruto binnenlands product, het bbp. Dat cijfer is nog voorlopig.

Niet al dat geld besteedt de overheid zelf. Er zitten ook uitkeringen in, geld dat zij doorgeeft aan burgers.

De cijfers van het CBS beginnen in 1995, met 54,8 procent. Daarna bleef het deel van de overheid tussen 42 en 49 procent, zo lazen wij in die cijfers. De mix van markt en overheid schommelt in Nederland dus al 30 jaar binnen die grenzen.

Vermogen is schever verdeeld dan inkomen

De rijkste 10 procent van de huishoudens bezat in 2024 ruim de helft van al het vermogen. Volgens onze berekening met voorlopige cijfers van het CBS is dat 56,1 procent. Vermogen is wat je bezit min je schulden. Het CBS telt onder meer spaargeld, aandelen, het eigen huis en een eigen bedrijf mee.

In de tabel hieronder zie je hoe inkomen en vermogen zijn verdeeld. De Gini is een cijfer tussen 0 en 1. Bij 0 heeft elk huishouden evenveel, bij 1 is de verdeling volkomen ongelijk.

MaatInkomenVermogen
Deel van de rijkste 10%25,6%56,1%
Deel van de rijkste 1%9,2%24,1%
Gini0,3080,725
Middelste huishouden€ 36.500€ 135.500
Bron: CBS, Ongelijkheid in inkomen en vermogen, voorlopige cijfers over 2024. De percentages zijn berekend door Kennisdomein.

Het inkomen is in Nederland dus veel gelijker verdeeld dan het bezit. Een kwart van de huishoudens had in 2024 volgens het CBS hoogstens € 5.700 aan vermogen. Bij inkomen gaat het om wat een huishouden overhoudt om uit te geven. Het CBS rekent dat om naar een huishouden van één persoon.

Zulke cijfers van het CBS wisselen per jaar. In 2022 kreeg de rijkste 1 procent volgens onze berekening 6,3 procent van het inkomen.

Wat het heeft opgeleverd en wat de kritiek is

Voorstanders van het kapitalisme wijzen op groei, critici op ongelijkheid. De economie groeide onder het kapitalisme mogelijk veel sneller dan onder andere systemen, schrijft het IMF voorzichtig. Ongelijkheid blijft echter volgens dezelfde uitleg een van de meest omstreden kanten.

Wat groei kan doen, laten cijfers over armoede zien. In 1990 leefden ongeveer 2,3 miljard mensen in extreme armoede. In 2025 waren het er 831 miljoen. Dat is volgens onze berekening ruim 60 procent minder.

Wie extreem arm is, leeft van minder dan 3 dollar per dag. De cijfers komen van de Wereldbank. Dat is een bank van landen die armoede bestrijdt met leningen en kennis.

De daling kwam volgens de Wereldbank vooral door brede economische groei in Oost- en Zuid-Azië. Bewijs voor één systeem is dat niet, want de bank noemt groei en geen stelsel. In de laatste tien jaar is de daling bovendien sterk vertraagd. Groei alleen is volgens de bank ook niet genoeg. Een land moet daarnaast geld steken in wegen, in mensen en in goed bestuur.

Drie punten van kritiek

De drie punten van kritiek zijn crises, ongelijkheid en de macht van grote bedrijven. Zo lezen wij de uitleg van het IMF.

Eerst de crises. In de jaren dertig van de vorige eeuw raakten in de rijke landen massa’s mensen hun werk kwijt. De Britse econoom John Maynard Keynes schreef in 1936 dat een markt daar niet vanzelf uit komt. Daarom moest de overheid volgens hem bijspringen: minder belasting vragen en zelf meer uitgeven. Afschaffen wilde Keynes de markt niet, schrijft het IMF.

Ongelijkheid is het tweede punt. De econoom Thomas Piketty concludeerde in 2014 dat bezit vaak meer oplevert dan de economie groeit. Wie al aandelen of ander bezit heeft, loopt dan steeds verder uit op wie van loon leeft. Zijn studie heeft volgens het IMF evenveel critici als bewonderaars.

Macht is het derde punt. Bedrijven die al groot zijn, kunnen regels naar hun hand zetten. Zo houden ze de vrije markt tegen waar ze zelf groot door werden. De economen Raghuram Rajan en Luigi Zingales willen die vrije markt juist beschermen. Daarom schreven zij in 2003 dat de samenleving het kapitalisme moet redden van de kapitalisten.

De vraag achter voor of tegen

Voor of tegen kapitalisme is volgens ons een te grove vraag, want de meeste landen hebben een mengvorm. De keuze die er werkelijk toe doet, is de mix van markt en overheid. Neem de dokter, de school en de trein. Betaal je die zelf, of regelt de overheid dat met belastinggeld? En hoe verdeel je wat er verdiend wordt? Daarover gaan verkiezingen.

Later in het najaar van 2026 komt het CBS met nieuwe cijfers over inkomen en vermogen in Nederland.

Veelgestelde vragen over kapitalisme

Is kapitalisme rechts?

Kapitalisme is geen politieke stroming en dus niet links of rechts. Het is een manier om de economie in te richten. Linkse en rechtse partijen verschillen wel over de mix van markt en overheid. Links wil een overheid die veel doet in de economie, terwijl rechts minder overheid wil. Hoe die indeling werkt, lees je in ons artikel over links en rechts in de politiek. Kapitalisme is ook iets anders dan het liberalisme. Dat is een politieke stroming die vrijheid centraal stelt.

Wat betekent kapitalist?

Een kapitalist is iemand die kapitaal bezit, zoals een bedrijf, grond of aandelen. De Etymologiebank, een databank over de herkomst van woorden, omschrijft hem als een rijk persoon die kapitaalgoederen bezit. Bij Karl Marx is de kapitalist de eigenaar van de fabriek, voor wie arbeiders tegen loon werken.

Hoe leg je kapitalisme uit aan een kind?

Kapitalisme leg je een kind uit met een kraampje met limonade. De kan, de bekers en de tafel zijn van jou. Jij bepaalt de prijs, en wat je overhoudt, mag je houden. Verkoopt de buurjongen lekkerdere limonade, dan moet jij iets beters verzinnen.

Wat is het tegenovergestelde van kapitalisme?

Het tegenovergestelde van kapitalisme is een economie waarin de staat de bedrijven bezit. Het Internationaal Monetair Fonds, een organisatie van landen, noemt dat socialisme. Bedrijven van de staat werken volgens het IMF voor het algemeen belang en niet voor de winst. In Nederland betekent socialisme echter meestal iets milders. Wat precies, lees je in ons artikel over het socialisme en de sociaaldemocratie.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.

Bronnen

Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.

Schrijft over Maatschappelijk, Wereld, Ondernemen en Producten.

Verder lezen in Maatschappelijk

Alle artikelen in Maatschappelijk