Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Marketing

Betekenis marketing afkortingen: 56 termen uitgelegd

Marketing afkortingen zijn korte codes uit online marketing en webtechniek. Lees wat SEO, SEA, CPC, CTR, ROI en 51 andere betekenen.

Bijgewerkt op 22 minuten lezen
Losse gekleurde plastic letters door elkaar

SEO staat voor zoekmachineoptimalisatie, CPC voor de prijs die je per klik betaalt en CTR voor het deel van de kijkers dat doorklikt. De 56 afkortingen staan in drie groepen: algemene, technische en overige marketing afkortingen. Elke groep begint met een overzichtstabel; daaronder staat per afkorting de volledige uitleg.

Algemene marketing afkortingen

Algemene marketing afkortingen kom je overal tegen, ook buiten de marketingafdeling. De meeste komen uit het online adverteren: in Google Ads, in Bing en op sociale media zoals Facebook en YouTube. Het zijn steeds afkortingen van een Engels begrip. De meest gebruikte lichten we hieronder toe.

Wil je eerst weten hoe je die kanalen praktisch inzet? Lees dan hoe je marketing kunt inzetten voor je bedrijf.

De algemene afkortingen op een rij

AfkortingVoluitWaarvoor je het gebruikt
CPSCost Per SaleAfrekenen per verkoop, vooral in affiliate marketing
CPCCost Per ClickAfrekenen per klik op een advertentie
CPMCost Per MilleAfrekenen per 1.000 vertoningen, vaak bij banners
CPACost Per AcquisitionAfrekenen per actie op de site van een adverteerder
CPVCost Per ViewAfrekenen per weergave, vaak bij video
CPDCost Per DownloadAfrekenen per download, vaak bij apps
CPLCost Per LeadAfrekenen per verkoopkans
CPXCost Per ActionVerzamelnaam voor afrekenen per willekeurige actie
CPICost Per InstallAfrekenen per installatie van een app of programma
Fixed feeVast bedragEen vaste prijs voor een afgesproken periode
CTRClickthrough RateMeten welk deel van de kijkers doorklikt
SEASearch Engine AdvertisingBetaald adverteren in zoekmachines
SEOSearch Engine OptimizationOnbetaald hoger komen in zoekmachines
IABInteractive Advertising BureauBrancheorganisatie en standaarden voor online advertenties
SEMSearch Engine MarketingVerzamelnaam voor SEA en SEO samen
PPVPay Per ViewAfrekenen per weergave van een advertentie
ROIReturn On InvestmentBerekenen wat een investering oplevert
ROASReturn On Advertising SpendBerekenen wat je advertentiebudget oplevert
SERPSearch Engine Results PageDe resultatenpagina van een zoekmachine
ASOApp Store OptimizationBeter vindbaar worden in de app stores
ALT-tagAlternatieve tekstEen afbeelding beschrijven voor zoekmachines en screenreaders
Opt-inToestemming voorafAantoonbaar toestemming krijgen om e-mail te sturen
eCPMEffective Cost Per MilleKosten omrekenen naar prijs per 1.000 weergaven
PFPPay For PerformanceBetalen op basis van geleverde prestatie
CTACall To ActionDe lezer aanzetten tot een concrete actie
H1, H2 en H3Heading tagsKoppen waarmee je een tekst structureert
Overzicht van de algemene marketing afkortingen.

CPS

Cost Per Sale. Dit zijn de verkoopkosten per transactie via de eigen website. Was een derde partij bij de verkoop betrokken, bijvoorbeeld via een affiliate netwerk, dan krijgt die een percentage van het verkoopbedrag. CPS is het meest gebruikte verdienmodel binnen affiliate marketing.

CPC

Cost Per Click. Betaling voor elke klik op de advertentie. De gemiddelde CPC is wat je gemiddeld per klik betaalt. Doel is het opwekken van interesse. Ook dit verdienmodel is populair.

CPM

Cost Per Mille. Kosten per 1000 vertoningen. Adverteerders gebruiken dit afrekenmodel vooral bij banneradvertenties. Doel is het product of de dienst bekendheid te geven. Hoe meer mensen de advertentie zien, hoe meer mensen het product kennen en er over zullen praten of het besluiten aan te schaffen.

CPA

Cost Per Acquisition. Kosten per acquisitie. De verkoop, lead, views of andere actie wordt niet op de eigen site gerealiseerd maar op die van een adverteerder (affiliate marketing). Deze derde doet dus moeite voor de verkoop van een product of dienst van iemand anders en ontvangt daarvoor een beloning.

CPV

Cost Per View. Kosten per weergave. Je ziet deze methode vooral bij video’s. Hoewel het bekijken van een video op zich niets zegt zal een veelbekeken video toch de verkoopkans vergroten, een product meer bekendheid geven of leads opleveren.

CPD

Cost Per Download. Kosten per download van een product. Je ziet dit model bijvoorbeeld bij advertenties voor apps. In feite is hier al sprake van verkoop van een product of dienst.

CPL

Cost Per Lead. Een lead is een verkoopkans. Leads worden voorafgegaan door marketinginspanningen. Dit kan ook een affiliate zijn die voor de verkoper adverteert op de eigen website. In dat geval levert de affiliate een geïnteresseerde die bijvoorbeeld een nieuwsbrief of proefpakket wil ontvangen.

CPX

Cost Per Action is een minder gebruikte marketing afkorting. De kosten per actie kunnen betrekking hebben op van alles: een betaling, een click, een retweet of inschrijving op een nieuwsbrief bijvoorbeeld. De kosten die moeten worden gemaakt om een gewenst resultaat te bereiken worden vertaald naar de Cost Per Action.

CPI

Cost per install. Je komt de afkorting vooral tegen bij mobiele apps en pc-software. Net als bij CPD (Cost Per Download) betreft het hier in feite een gerealiseerde verkoop.

Fixed fee

Een vast bedrag voor een bepaalde periode. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op het weergeven van een advertentie voor een bepaalde periode of het recht hebben op een bepaald aantal clicks of views gedurende een bepaalde periode.

CTR

Clickthrough Rate, in het Nederlands klikfrequentie. De CTR laat zien welk deel van de mensen die je advertentie of zoekresultaat zag er ook daadwerkelijk op klikte. Je rekent hem uit door het aantal klikken te delen door het aantal vertoningen en dat maal honderd te doen. Honderd vertoningen met twee klikken geeft dus een CTR van 2 procent.

SEA

Search Engine Advertising. In het Nederlands zoekmachine adverteren. Vaak denk je bij SEA aan Google Ads, maar ook in Bing kun je adverteren. Door SEA in te zetten kan je meer verkeer naar je website trekken, bijvoorbeeld door advertenties, afbeeldingen, teksten of video’s te plaatsen, tegen betaling. Hoe dat precies werkt, lees je in ons artikel over SEA; hoe je zoekmachine adverteren rendabel maakt in een apart artikel.

SEO

Search Engine Optimization. In het Nederlands zoekmachine optimalisatie. SEO is een van de belangrijkste afkortingen binnen de marketing. Door SEO in te zetten kan je een hogere positie in de zoekmachines krijgen zonder dat je hiervoor, zoals bij SEA, hoeft te betalen. Ook wel organische zoekresultaten genoemd. SEO bestaat onder meer uit het plaatsen van content (teksten en afbeeldingen) waarbij de teksten op de juiste manier moeten zijn geschreven met gebruikmaking van de juiste zoekwoorden op de juiste plekken. Ook technische aspecten zijn belangrijk, waaronder de laadsnelheid van de betreffende website. Lees ook hoe je met SEO een hoge positie in zoekmachines krijgt en waarom SEO belangrijk is.

IAB

Interactive Advertising Bureau. Het IAB is een internationale brancheorganisatie op het gebied van digitale advertenties en interactieve marketing. In Nederland hebben Nederlandse bedrijven zich verenigd in het IAB Nederland: adverteerders, media-exploitanten, reclamebureaus en mediabureaus. Het IAB houdt zich onder meer bezig met het verrichten van onderzoek, het leveren van juridische standaarden en het ontwikkelen van standaarden voor creatieve media. Dit zijn de meest gebruikte online bannerformaten, in pixels:

  • billboard, 970 bij 250;
  • medium rectangle, 300 bij 250;
  • leaderboard, 728 bij 90;
  • mobile banner, 320 bij 50;
  • skyscraper, 120 of 160 bij 600;
  • half page, 300 bij 600.

De IAB-formaten worden nog steeds aangepast aan nieuwe schermen.

SEM

Search Engine Marketing. In het Nederlands zoekmachine marketing. SEM is een ruim begrip en heeft betrekking op alles wat te maken heeft met de vindbaarheid van websites in zoekmachines. Dit betreft zowel de betaalde vorm (SEA) als de niet-betaalde vorm (SEO). Meer daarover lees je in ons artikel over zoekmachinemarketing.

PPV

Pay Per View. PPV is een verdienmodel. Adverteerders op media platforms spreken in dit geval af te betalen per weergave van hun advertentie. Dit kan een gewone advertentie zijn, een banner, een afbeelding of bijvoorbeeld een video. Het is niet noodzakelijk dat er ook wordt geklikt op de betreffende advertentie.

ROI

Return on investment. De ROI zet de opbrengst van een investering af tegen de investering zelf en wordt uitgedrukt in een percentage.

Een voorbeeld: de omzet is 7.500 euro en de investering 5.000 euro. De ROI is de omzet maal honderd, gedeeld door de investering. Dat is 7.500 maal 100 gedeeld door 5.000, dus 150 procent.

In deze rekenwijze is een investering winstgevend zodra de ROI boven de 100 procent uitkomt. Kom je elders een formule tegen waarin eerst de investering van de opbrengst wordt afgetrokken, dan ligt het omslagpunt bij 0 procent. Hetzelfde voorbeeld komt dan op 50 procent uit. Kijk dus altijd welke formule iemand gebruikt voordat je twee percentages met elkaar vergelijkt.

ROAS

Return On Advertising Spend. ROAS is een speciale vorm van ROI. ROAS drukt specifiek de toename van het bedrijfsresultaat uit, als gevolg van de investering die werd gedaan in bijvoorbeeld advertenties.

SERP

Search Engine Results Page (SERP). Een SERP is een resultaatpagina binnen een zoekmachine nadat een zoekopdracht is ingegeven. De resultaatpagina laat links naar gevonden webpagina’s zien waarbij deze zijn gerangschikt naar relevantie en autoriteit. De resultaten zijn over het algemeen verdeeld over een (groot) aantal pagina’s. Iedereen wil op de eerste pagina staan, want daar is de kans op kliks het grootst. Naast de link (URL) van een website toont de zoekmachine meestal ook een korte beschrijving, de snippet. Zo krijg je een indruk van wat je achter die link mag verwachten.

ASO

APP Store Optimization. App Store Optimalisatie is het verbeteren van de vindbaarheid van apps in de app-stores. Belangrijke app stores zijn onder meer Google Play en App Store (iOS). Het doel van ASO is het maximaliseren van het aantal downloads waarbij optimalisatie het verschil kan maken tussen enkele en honderden downloads per dag.

ALT-tag

Alternatieve tekst. Formeel is het geen tag maar een attribuut: je geeft een afbeelding een alt-tekst die kort beschrijft wat erop te zien is. Zoekmachines kunnen een afbeelding niet zien en lezen die beschrijving; screenreaders lezen hem voor aan mensen die de afbeelding niet kunnen bekijken. Een lege of nietszeggende alt-tekst kost je dus zowel vindbaarheid als toegankelijkheid. Die beschrijving telt ook mee bij visueel zoeken met Google Lens.

Opt-in

Een opt-in is toestemming van de eigenaar van een mailadres. De eigenaar van dit mailadres heeft nadrukkelijk en aantoonbaar toestemming gegeven aan een bepaalde mailinglijst om mails te mogen versturen. Dit in tegenstelling tot spam. Ontvangt iemand zonder vooraf gegeven toestemming een e-mail dan is er geen gebruik gemaakt van een opt-in. Bij een nieuwsbrief uitschrijving wordt ook wel gesproken van opt-out.

eCPM

Effective Cost Per Mille. Met eCPM bedoel je de gemiddelde kosten per 1000 weergaven van een online advertentie. Ook wanneer voor een advertentie wordt betaald op basis van aantal conversies of aantal kliks worden de kosten hiervan vaak omgerekend naar eCPM.

PFP

Pay For Performance (ook wel P4P). PFP is een term uit de internetmarketing voor een prijsmodel. Een derde, meestal een marketing- of reclamebureau ontvangt een bonus voor geleverde prestaties, de “performance”. Het kan gaan om een nieuwe klant, een lead of een andere performance die tussen partijen is afgesproken.

CTA

Call to action. Een CTA is een oproep aan de lezer van een advertentie of webpagina om iets te doen. Voorbeelden: “koop nu”, “vraag meer informatie aan” of “maak een afspraak”. Een goede CTA is vaak bepalend voor het succes van een reclame-uiting. Welke kleur werkt het beste voor een CTA? Dat lees je bij kleurenpsychologie en koopgedrag.

H1, H2 en H3

Heading tags. H1, H2 en H3 zijn de koppen waarmee je een tekst opbouwt. De H1 is de titel van de pagina en komt één keer voor; H2’s verdelen de tekst in hoofdstukken en H3’s in onderdelen daarvan. Een duidelijke koppenstructuur helpt Google om te begrijpen waar je pagina over gaat, en helpt je lezer om te vinden wat hij zoekt.

Technische marketing afkortingen

Met de technische marketing afkortingen krijg je als gebruiker weinig te maken. Wil je goed kunnen overleggen met je webmaster of online marketeer, dan is het handig deze begrippen toch te kennen.

AfkortingVoluitWaarvoor je het gebruikt
APIApplication Programming InterfaceProgramma’s laten samenwerken en gegevens delen
CRMCustomer Relationship ManagementKlantrelaties vastleggen en onderhouden
CEMCustomer Experience ManagementDe hele klantreis verbeteren
UIUser InterfaceDe schil waarmee iemand een systeem bedient
DMPData Management PlatformDatabronnen samenbrengen voor doelgroepanalyse
ERPEnterprise Resource PlanningBedrijfsprocessen in één systeem beheren
GTMGoogle Tag ManagerMeetcodes plaatsen zonder programmeur
HTMLHyperText Markup LanguageDe opmaaktaal waarin webpagina’s zijn geschreven
HTML5HyperText Markup Language 5De generatie HTML die opging in de living standard
CMSContent Management SystemContent publiceren zonder technische kennis
CSSCascading Style SheetsDe vormgeving van een webpagina bepalen
RTBReal Time BiddingAdvertentieruimte per veiling toewijzen
SSPSupply-Side PlatformUitgevers hun advertentieruimte laten verkopen
DSPDemand-Side PlatformAdverteerders hun campagnes laten inkopen
OSOperating SystemHardware en software met elkaar verbinden
FTPFile Transfer ProtocolBestanden overzetten naar en van een server
TCP/IPTransmission Control Protocol / Internet ProtocolApparaten op internet met elkaar laten communiceren
Overzicht van de technische marketing afkortingen.

API

Application Programming Interface. API is een basis waarop computerprogramma’s met elkaar kunnen communiceren. Tegenwoordig beschikken veel webapplicaties en websites over een API waarmee informatie met derden kan worden gedeeld. Denk aan de mogelijkheid om producten met elkaar te vergelijken of aan een Google Maps kaart.

CRM

Customer Relationship Management. In het Nederlands kortweg klantbeheer. CRM is bedoeld om relaties met bestaande klanten te onderhouden en te optimaliseren. In organisaties die CRM toepassen werken de afdelingen marketing, sales en klantenservice samen, vaak ondersteund door speciale CRM-software. In dit systeem sla je informatie over klanten op, zoals contactgegevens en eerdere aankopen. Ook plan je er contactmomenten met deze klanten in. Daarnaast beheer je met een CRM-systeem potentiële klanten.

CEM

Customer Experience Management. CEM ligt in het verlengde van CRM en is van recentere datum. Marketeers gebruiken het om de klantervaring te verbeteren. De totale klantervaring, vanaf het in aanraking komen met een leverancier van een product of dienst tot de relatie die daarna ontstaat. Het gaat hier om de totale klantreis waarbij de klant en de relatie met de klant centraal staan.

UI

User Interface; een grafisch vormgegeven schil waarmee gebruikers en apparaten met elkaar kunnen communiceren. De UI heeft twee taken. Hij stelt je in staat het apparaat te bedienen, en hij laat het systeem informatie aan je tonen. Het kan gaan om bijvoorbeeld een computerprogramma, een besturingssysteem, een app of een website maar ook om een fysiek apparaat.

DMP

Data Management Platform. Een DMP is een marketingtool waarmee externe en interne databronnen kunnen worden ondergebracht. Door die gegevens in één omgeving samen te brengen ontstaan nieuwe inzichten, waarmee je nieuwe doelgroepen kunt vinden. Door het centraliseren van data in een DMP kan de doelgroep beter in kaart worden gebracht. Hierdoor kunnen marketinguitingen automatisch worden gepersonaliseerd voor de consument en een verkoopafdeling gerichter worden aangestuurd.

ERP

Enterprise Resource Planning. ERP is een managementsysteem (software) waarmee de productiviteit van een organisatie kan worden gemaximaliseerd. In een ERP-systeem komen alle bedrijfsprocessen samen. Zo worden de kosten optimaal beheerst en kan optimaal worden voldaan aan klantwensen. ERP-systemen zijn toepasbaar voor vrijwel elke organisatie, van klein tot groot en zowel voor dienstverlenende als voor producerende organisaties.

GTM

Google Tag Manager. GTM is een online tool van Google waarin HTML kan worden geïnjecteerd op een website. Hiervoor is de hulp van een programmeur niet nodig. De GTM code wordt eenmalig op elke pagina van een website geplaatst waarna het mogelijk is om zonder kennis van programmeren codes aan websites toe te voegen. Hoe je Tag Manager installeert en instelt, lees je in een apart artikel.

HTML

HyperText Markup Language. HTML is de opmaaktaal waarin webpagina’s zijn geschreven. Met tags geef je aan wát een stuk inhoud is: een kop, een alinea, een lijst, een link of een afbeelding. De browser leest die tags en bepaalt daarmee wat je op het scherm ziet. Hoe het er vervolgens uitziet regel je niet met HTML maar met CSS.

HTML5

HyperText Markup Language 5. HTML5 bracht nieuwe elementen die een pagina meer structuur geven, en maakte het mogelijk video en audio af te spelen zonder Flash Player. Sinds 28 januari 2021 werkt HTML niet meer met versienummers: het W3C erkende toen de HTML- en DOM-standaard van WHATWG en trok zijn eigen HTML 5.1, 5.2 en 5.3 in. Er is nu één doorlopende living standard die continu wordt bijgewerkt. In de praktijk hoor je “HTML5” nog vaak als verzamelterm voor moderne webtechniek, inclusief CSS3 en JavaScript.

CMS

Content Management System, in het Nederlands contentmanagementsysteem of contentbeheersysteem. Een CMS is een webapplicatie waarmee je zonder technische kennis teksten, afbeeldingen en pagina’s op internet publiceert en beheert. Bekende voorbeelden met een gratis versie zijn WordPress, Drupal, Joomla en Magento Open Source.

CSS

Cascading StyleSheet. Met CSS bepaal je de opmaak en vormgeving van webpagina’s in HTML. Zo leg je de kleuren, lettertypes, marges en achtergronden vast die bezoekers van de website te zien krijgen. Door CSS en HTML goed te scheiden bevatten webpagina’s veel minder codes en zijn deze toegankelijker voor zoekmachines. Ook is het gemakkelijker de vormgeving van een website aan te passen als hiervoor CSS is gebruikt.

RTB

Real time bidding. RTB is een online programma met een veilingmodel. Het proces van toewijzen van advertentieruimte aan de hoogste bieder gaat automatisch en is een continu proces. Meerdere adverteerders schrijven in op advertentieruimte op websites of in zoekmachines en de hoogste bieder wordt de ruimte gegund.

SSP

Supply-Side platform or Sell-Side platform. SSP is een technologieplatform waarmee webuitgevers (publishers) en media-eigenaren advertentieruimte kunnen beheren. De advertentieruimte kan worden gevuld waarna er inkomsten kunnen worden ontvangen.

DSP

Demand Side Platform. DSP is een systeem (software) waarmee je online advertentiecampagnes inkoopt en beheert. Inkoop vindt meestal plaats via veilingen. Het DSP systeem zorgt er voor dat de campagnes centraal kunnen worden gemanaged en geoptimaliseerd. Voorwaarden voor een goed systeem zijn onder meer automated trading, real time bidding en een goed algoritme.

OS

Operating System. In het Nederlands besturingssysteem. Een besturingssysteem is nodig om de hardware en software met elkaar te verbinden. Het is een intermediair tussen beide en OS zorgt er voor dat informatiestromen op een goede manier worden geleid. OS geeft een foutmelding als er iets niet goed is in het systeem. Denk hierbij aan de foutmelding van Windows met het ‘frustrerende’ blauwe scherm.

FTP

File Transfer Protocol. FTP is een standaard voor het overzetten en delen van bestanden tussen computers, ontstaan in 1971 en uitgegroeid tot wereldstandaard. Het protocol overbrugt de verschillen tussen besturingssystemen. Een FTP-server kan een gebruikersnaam en wachtwoord eisen, maar kan ook anonieme gebruikers toelaten. Let op: een gewone FTP-verbinding is niet versleuteld, waardoor meelezen mogelijk is. Gebruik daarom de beveiligde varianten FTPS of SFTP.

TCP/IP

Transmission Control Protocol / Internet Protocol. TCP/IP is de protocolfamilie waarmee apparaten op internet met elkaar communiceren. IP zorgt dat een pakketje bij het juiste adres aankomt, TCP zorgt dat alle pakketjes compleet en in de goede volgorde binnenkomen. De protocollen zijn opgebouwd in lagen, waarbij elke laag een eigen taak in het communicatieproces heeft.

Overige marketing afkortingen

De overige marketing afkortingen zijn niet voor iedere gebruiker even interessant, maar daardoor niet minder relevant. Iedereen heeft een eigen IP-adres, maar wat is dat eigenlijk? En wat is het verschil tussen HTTP en HTTPS? Ook kennis van deze afkortingen zorgt voor betere communicatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.

AfkortingVoluitWaarvoor je het gebruikt
SLAService Level AgreementAfspraken over beschikbaarheid en ondersteuning
URLUniform Resource LocatorHet volledige adres van een webpagina
XMLExtensible Markup LanguageGestructureerde gegevens uitwisselen tussen systemen
SDKSoftware Development KitGereedschap om software voor een platform te bouwen
W3CWorld Wide Web ConsortiumWebstandaarden ontwikkelen en vaststellen
WHATWGWeb Hypertext Application Technology Working GroupDe HTML- en DOM-standaard onderhouden
HTTPHyperText Transfer ProtocolWebpagina’s opvragen bij een server
HTTPSHyperText Transfer Protocol SecureHetzelfde, maar dan versleuteld
IP-adresInternet Protocol-adresEen apparaat op internet uniek aanwijzen
RSSReally Simple SyndicationNieuws van een site volgen via een feed
SSLSecure Sockets LayerDe voorloper van TLS, de techniek achter HTTPS
CLVCustomer Lifetime ValueBerekenen wat een klant over de hele relatie oplevert
NDANon-Disclosure AgreementVertrouwelijke informatie contractueel afschermen
Overzicht van de overige marketing afkortingen.

SLA

Service Level Agreement. Een SLA is het vastleggen van afspraken tussen leverancier en klant over ondersteuning en beschikbaarheid van een dienst of product. Het betreft vrijwel altijd afspraken tussen bedrijven. SLA geeft de afnemer meer zekerheid over het afgenomen product of de afgenomen dienst. Een SLA heeft vaak betrekking op zakelijke webhosting. Vastgelegd wordt onder meer hoe vaak updates plaatsvinden, hoe de server wordt onderhouden en hoeveel tijd deze minimaal bereikbaar moet zijn.

URL

Uniform Resource Locator. De URL is het volledige adres van een webpagina. Dit adres bestaat uit een domeinnaam en een pad op de server. Een URL kan verwijzen naar verschillende bestemmingen; naar een HTML-pagina, naar een afbeelding, een video of naar een ander type bestand.

XML

Extensible Markup Language. XML is een bestandsformaat voor het uitwisselen van informatie tussen computers. Je kunt XML ook inzetten voor het uitwisselen van informatie tussen computers en applicaties of tussen applicaties. XML informatie wordt beschreven door tags en gebruikt voor bijvoorbeeld RSS-feeds en zoekmachine-sitemaps.

SDK

Software Development Kit. Een SDK is een set van ontwikkeltools voor een bepaalde applicatie. Dit kan bijvoorbeeld een gameconsole of een hardware platform zijn. Met de SDK kunnen ontwikkelaars applicaties voor bovengenoemde platforms ontwerpen en ontwikkelen. Een SDK bevat doorgaans een grafische tool, een linker, een compiler en een editor.

W3C

World Wide Web Consortium. Het W3C ontwikkelt en bewaakt webstandaarden, waaronder CSS en XML, en stelt richtlijnen op voor de toegankelijkheid van het web (de WCAG). De HTML- en DOM-standaard draagt het W3C sinds 2021 niet meer zelf; die worden onderhouden door WHATWG.

WHATWG

Web Hypertext Application Technology Working Group. WHATWG is in 2004 opgericht door mensen die het niet eens waren met de koers van het W3C, dat de HTML-standaard wilde inruilen voor XML. De werkgroep speelde een hoofdrol bij HTML5 en onderhoudt sinds 2021 de officiële HTML- en DOM-standaard, die het W3C als aanbeveling heeft erkend.

HTTP

HyperText Transfer Protocol. Je browser gebruikt HTTP bij het bezoeken van websites. Het is een protocol dat bepaalt op welke wijze webservers en bezoekers met elkaar communiceren. Een bezoeker stuurt een verzoek aan een webserver die vervolgens op zijn beurt het verzoek naar het IP-adres van de server stuurt. Naast het opgevraagde adres wordt ook technische informatie meegestuurd en eventueel cookies. De server stuurt vervolgens de gewenste pagina, of het gewenste bestand naar de gebruiker.

HTTPS

HyperText Transfer Protocol Secure. De S staat voor Secure: het verkeer tussen de webserver en de bezoeker is versleuteld, tegenwoordig met TLS, de opvolger van SSL. Wie het verkeer onderschept, kan dan niet meelezen. Het bekende slotje in de adresbalk is inmiddels verdwenen. Chrome verving het in september 2023 door een instellingenpictogram, omdat maar 11 procent van de gebruikers wist wat het slotje betekende. Bovendien toonden phishingsites het net zo goed.

IP-adres

Internet Protocol. Een IP-adres wijst een apparaat op internet uniek aan. Een IPv4-adres bestaat uit vier getallen gescheiden door punten, bijvoorbeeld 192.168.1.1. Omdat die voorraad adressen bijna op is, bestaat daarnaast IPv6, met langere adressen in hexadecimale blokken. Websites gebruiken het IP-adres onder meer om bezoekers van elkaar te onderscheiden en om statistieken over het gebruik te analyseren.

RSS

Rich Site Summary of Really Simple Syndication. Een RSS-feed is een XML-bestand waarmee informatie uit een website kan worden gedeeld met andere sites en applicaties. Een RSS is gestructureerd opgebouwd en daardoor kan informatie op flexibele wijze met derden worden verwerkt. Met RSS publiceer je bijvoorbeeld een lijst van recente artikelen. Met een RSS-reader volg je daarna het laatste nieuws van een website, zonder die steeds opnieuw te bezoeken.

SSL

Secure Sockets Layer. SSL was de eerste techniek om verkeer tussen bezoeker en webserver te versleutelen. De naam is blijven hangen in de term “SSL-certificaat”, maar de techniek zelf is achterhaald: SSL is opgevolgd door TLS, en ook TLS 1.0 en 1.1 zijn in 2021 formeel afgeschreven (RFC 8996). Wat je vandaag een SSL-certificaat noemt, werkt in de praktijk met TLS 1.2 of 1.3. Zonder zo’n certificaat kun je geen HTTPS aanbieden.

CLV

Customer Lifetime Value. CLV is de berekening van de netto opbrengst die een klant genereert in de periode dat deze klant is, van eerste tot laatste aankoop. Het werven van klanten en het klantbeheer brengt kosten met zich mee. Met de CLV reken je uit hoeveel je mag uitgeven om een specifieke klant te werven. Daarmee bereken je vervolgens het marketingbudget.

NDA

Non-Disclosure Agreement. In het Nederlands geheimhoudingsovereenkomst. Een NDA biedt partijen de mogelijkheid vertrouwelijke informatie uit te wisselen. In het NDA wordt vastgelegd welke informatie wel en welke niet wordt gedeeld. Zo teken je vaak een NDA als een extern bureau toegang krijgt tot de gegevens in je Google Analytics- of Google Ads-account.

Mis je een afkorting?

Er bestaan nog veel meer online marketing afkortingen. Sommige zie je dagelijks voorbijkomen, andere gebruiken vooral technische mensen zoals webmasters. Mis je een afkorting? Neem dan contact met ons op.

Veelgestelde vragen over marketing afkortingen

Wat is het verschil tussen SEO, SEA en SEM?

SEM is de overkoepelende term voor alles wat je doet om vindbaar te zijn in zoekmachines. Daarbinnen staat SEO voor de onbetaalde route: je verbetert je content en techniek om hoger in de organische resultaten te komen. SEA is de betaalde route, waarbij je per klik of per vertoning betaalt voor een advertentie. SEO kost vooral tijd, SEA vooral geld.

Wat is het verschil tussen CPC, CPM en CPA?

Het zijn drie manieren om advertentiekosten af te rekenen. Bij CPC betaal je per klik, bij CPM per duizend vertoningen en bij CPA per gerealiseerde actie, zoals een aankoop of een aanvraag. CPM past bij bekendheid opbouwen, CPC bij verkeer naar je site halen en CPA bij afrekenen op resultaat.

Hoe bereken je de CTR van een advertentie?

Deel het aantal klikken door het aantal vertoningen en vermenigvuldig de uitkomst met honderd. Krijgt je advertentie 5.000 vertoningen en 40 klikken, dan is de CTR 0,8 procent. Wat een goede CTR is, verschilt sterk per kanaal en per positie: vergelijk je cijfers daarom met je eigen eerdere campagnes en niet met een algemeen gemiddelde.

Wat is het verschil tussen HTTP en HTTPS?

HTTP regelt hoe je browser een pagina opvraagt bij een webserver. HTTPS doet precies hetzelfde, maar versleutelt het verkeer onderweg met TLS. Daardoor kan iemand die meekijkt op het netwerk niet zien wat je verstuurt, bijvoorbeeld een wachtwoord of een bestelling. Voor HTTPS heb je een certificaat nodig, in de volksmond nog altijd een SSL-certificaat.

Welke marketing afkortingen moet je als ondernemer minimaal kennen?

Voor de gesprekken met een bureau of marketeer kom je een heel eind met acht: SEO, SEA, SEM, CPC, CPM, CTR, CTA en ROI. Daarmee begrijp je waar je geld naartoe gaat, wat je ervoor terugkrijgt en waarop wordt afgerekend. De technische afkortingen zijn vooral handig als je met een webbouwer om tafel zit.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op , laatst bijgewerkt op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.

Bronnen

Chadli Hachani

Geschreven door

Chadli Hachani

Chadli Hachani is oprichter en hoofdredacteur van Kennisdomein. Daarnaast is hij lid van het managementteam van een bedrijf met meer dan 250 medewerkers. Hij heeft ruim 17 jaar ervaring met het leiden van multidisciplinaire teams.

Schrijft over Ondernemen, Marketing, Producten en Maatschappelijk.

Van onze partners

Een online marketeer die succesvolle campagnes maakt
MarketingPartnerbericht
Digitale marketing: een slimme aanpak voor online succesDigitale marketing brengt bezoekers naar je website en webshop. Je leest wat het inhoudt, wat B2B anders maakt en wanneer uitbesteden loont.bijgewerkt op 3 minuten lezen

Verder lezen in Marketing

Alle artikelen in Marketing