Overgewicht in Nederland: de cijfers en de gevolgen
In 2025 had 50,6 procent van de Nederlandse volwassenen overgewicht. Je leest de cijfers, de gevolgen en wat de BMI zegt.

Het RIVM houdt die cijfers bij op basis van de Gezondheidsenquête van het CBS. In 2025 had 50,6 procent van de mensen van 18 jaar en ouder matig of ernstig overgewicht, en 15,7 procent had obesitas. Matig overgewicht komt vaker voor bij mannen, obesitas juist vaker bij vrouwen. Bij kinderen en jongeren van 4 tot en met 17 jaar had 12,4 procent overgewicht, waarvan 2,9 procent obesitas. Die cijfers komen uit zelfrapportage van lengte en gewicht, en dat is bij het lezen belangrijk om te weten.
Wat overgewicht en obesitas betekenen
De twee woorden worden vaak door elkaar gebruikt, maar ze zijn namelijk niet hetzelfde. Obesitas is de zwaarste vorm van overgewicht, en de grens tussen de twee ligt bij een vaste waarde van de Body Mass Index. Die index, afgekort BMI, geeft de verhouding weer tussen iemands lengte en gewicht en wordt gebruikt om een indicatie te krijgen.
| Hoe het heet | Bij welke BMI |
|---|---|
| Matig overgewicht | 25 of hoger, en lager dan 30 |
| Obesitas, ook wel ernstig overgewicht | 30 of hoger |
| Overgewicht totaal, de twee bij elkaar | 25 of hoger |
| Kinderen en jongeren | Andere afkappunten, die per leeftijd en per geslacht verschillen |
Die laatste regel wordt bovendien vaak overgeslagen, terwijl hij juist belangrijk is. Bij kinderen zegt een BMI van 25 niets, omdat de grens meegroeit met de leeftijd en ook verschilt tussen jongens en meisjes. Een BMI-tabel voor volwassenen is dus niet bruikbaar om te bekijken of een kind te zwaar is; daarvoor zijn er aparte afkappunten.
Zelf je BMI uitrekenen
Je deelt je gewicht in kilo’s door je lengte in meters in het kwadraat. Weeg je 75 kilo en ben je 1,80 meter lang, dan is de rekensom 75 gedeeld door 1,80 maal 1,80, en dat is 23,1. Die uitkomst ligt onder de 25 en valt dus buiten de definitie van overgewicht.
Wat de BMI daarentegen niet meet, is waar het vet zit. Volgens het RIVM speelt de verdeling van lichaamsvet een belangrijke rol in het risico op aandoeningen, en dan vooral de hoeveelheid vet rond de organen in de buik. Twee mensen met dezelfde BMI kunnen daardoor toch een verschillend risico hebben. De index is bedoeld als indicatie voor grote groepen, niet als uitspraak over één persoon.
De cijfers per groep
De cijfers hieronder komen uit de Gezondheidsenquête en de Gezondheidsmonitor, die het CBS en de GGD’en samen met het RIVM uitvoeren.
| Groep | Wat de cijfers laten zien |
|---|---|
| Volwassenen van 18 jaar en ouder, 2025 | 50,6 procent heeft overgewicht, waarvan 15,7 procent obesitas. |
| Kinderen en jongeren van 4 tot en met 17 jaar, 2025 | 12,4 procent heeft overgewicht: 9,4 procent matig en 2,9 procent obesitas. |
| Mannen en vrouwen | Matig overgewicht komt vaker voor bij mannen, obesitas vaker bij vrouwen. |
| Leeftijd | Matig overgewicht komt vaker voor naarmate mensen ouder worden. Obesitas neemt vanaf 65 jaar weer af. |
| Opleiding | Mensen met primair onderwijs of een vmbo-opleiding hebben vaker overgewicht dan mensen met havo, vwo of mbo, en dan mensen met hbo of wo. |
| Inkomen | Vanaf de laag-midden inkomensgroep neemt overgewicht af bij een hoger inkomen. De laagste inkomensgroep volgt die lijn niet. |
| Regio | In de GGD-regio Amsterdam komt overgewicht het minst voor. |
| Europa | In Nederland komt overgewicht minder voor dan in de rest van de Europese Unie. |
Twee dingen in die rij verdienen aandacht. De verschillen naar opleiding en inkomen zijn statistisch getoetst, dus het gaat niet om een toevallige uitschieter in een enquête. En de laagste inkomensgroep is een uitzondering op de lijn: daar komt overgewicht minder vaak voor dan in de groep net daarboven.
Welke ziekten ermee samenhangen
Hier zit uiteindelijk de reden dat de overheid de cijfers bijhoudt. Overgewicht is volgens het RIVM een risicofactor voor een reeks ziekten en aandoeningen, en dat geldt vooral voor obesitas. Een risicofactor is geen zekerheid: het betekent dat de kans groter is, niet dat iemand ook echt ziek wordt.
| Waar het risico op toeneemt | Wat het RIVM erover schrijft |
|---|---|
| Kanker | Een groter risico op verschillende soorten, zoals darmkanker en nierkanker. |
| Hart- en vaatziekten | Een verhoogd risico op verschillende hart- en vaatziekten. |
| Metabole aandoeningen | Onder meer diabetes mellitus type 2. |
| Vruchtbaarheid | Ernstig overgewicht kan leiden tot menstruatiestoornissen en tot onvruchtbaarheid bij zowel mannen als vrouwen. |
| Gewrichten en luchtwegen | Andere aandoeningen die ermee in verband staan zijn bijvoorbeeld artrose en astma. |
| Levensverwachting | Mensen met overgewicht hebben een verhoogd risico op vroegtijdige sterfte. |
Het RIVM verwijst daarbij naar de Wereldgezondheidsorganisatie voor een bevinding die verder gaat dan de losse ziekten. De gezondheidsverschillen tussen mensen met en zonder overgewicht zijn te zien vanaf de kinderleeftijd tot aan het overlijden. Het gaat dus niet om een risico dat pas op latere leeftijd begint, maar om een verschil dat een leven lang meeloopt.
Wat het betekent voor de zorg
Van de totale ziektelast in Nederland is 2,3 procent toe te schrijven aan overgewicht. Die ziektelast wordt uitgedrukt in verloren gezonde levensjaren, waarbij vroegtijdige sterfte en jaren met gezondheidsproblemen bij elkaar worden opgeteld. Dat overgewicht daarin zo zwaar meeweegt, komt volgens het RIVM vooral doordat het samenhangt met diabetes.
Daarnaast waren er in 2023 8.670 klinische ziekenhuisopnamen waarbij overgewicht is vastgelegd. Wat een ingreep bij ernstig overgewicht oplevert en welke risico’s eraan zitten, staat op de pagina over maagverkleining en de risico’s.
Wat er niet staat, is wat overgewicht de samenleving per jaar kost. Dat bedrag circuleert wel, maar de meest genoemde cijfers komen uit een berekening van de Gezondheidsraad uit 2006 en die zijn niet meer bruikbaar. Bovendien hangt de uitkomst volledig af van welke kosten je meerekent, en daar bestaat geen vaste afspraak over. Een bedrag noemen zou hier meer verwarring geven dan houvast.
Hoe je deze cijfers moet lezen
De cijfers over overgewicht in Nederland zijn zelfgerapporteerd. Mensen vullen in een enquête zelf hun lengte en hun gewicht in, en het RIVM vermeldt dat er ook bij de jeugdcijfers zo wordt gewerkt. Alleen bij kinderen van 2 tot 4 jaar zijn gemeten gegevens beschikbaar, en die staan apart vermeld. Ook de Europese vergelijking is op zelfrapportage gebaseerd, dus daar vergelijk je in feite zelfrapportages tussen landen.
Daar komt de beperking van de BMI zelf bij. De index onderscheidt spier niet van vet en zegt niets over de plek van dat vet, terwijl juist het vet rond de organen het risico bepaalt. Voor een land als geheel werkt de maat prima, omdat die verschillen tussen honderdduizenden mensen uitmiddelen. Voor een gesprek over één persoon is de BMI een beginpunt en geen uitkomst.
Wat er aan preventie gebeurt
Het beleid is intussen verdeeld over een reeks afspraken en programma’s. Het RIVM verwijst voor overgewicht naar het Nationaal Preventieakkoord, het Gezond en Actief Leven Akkoord en de landelijke nota gezondheidsbeleid voor 2025 tot 2028, en voor de uitvoering naar de gecombineerde leefstijlinterventie. Voor de aanpak per doelgroep noemt het RIVM daarnaast Partnerschap Overgewicht Nederland voor volwassenen en Jongeren op Gezond Gewicht voor de jeugd.
Op scholen krijgt dat beleid vervolgens een heel concrete vorm. Een van de manieren waarop scholen eraan werken is de schooltuin, waar kinderen hun eigen groente kweken en proeven. Wie wil weten wat er in zijn eigen gemeente gebeurt, kan bij de GGD terecht: die voert de Gezondheidsmonitor uit waarop de regionale cijfers zijn gebaseerd.
Veelgestelde vragen over overgewicht
Hoeveel procent van de Nederlanders heeft overgewicht
In 2025 had 50,6 procent van de mensen van 18 jaar en ouder matig of ernstig overgewicht. Daarvan had 15,7 procent obesitas, oftewel een BMI van 30 of hoger. Dat cijfer komt van het RIVM, op basis van de Gezondheidsenquête van het CBS, en het gaat om zelfgerapporteerde lengte en gewicht.
Waar ligt de grens tussen overgewicht en obesitas
Die grens ligt bij een BMI van 30. Van overgewicht is sprake vanaf een BMI van 25, en vanaf 30 heet het obesitas of ernstig overgewicht. Voor kinderen en jongeren gelden andere afkappunten, die per leeftijd en per geslacht verschillen, dus die twee getallen zijn daar niet bruikbaar.
Hoeveel kinderen in Nederland hebben overgewicht
Van de kinderen en jongeren van 4 tot en met 17 jaar had 12,4 procent in 2025 overgewicht: 9,4 procent matig overgewicht en 2,9 procent obesitas. Bij jongens komt overgewicht ongeveer even vaak voor bij 4- tot en met 11-jarigen als bij 12- tot en met 17-jarigen. Bij meisjes komt het iets vaker voor in de oudste groep.
Hoeveel van de ziektelast komt door overgewicht
2,3 procent van de totale ziektelast in Nederland is toe te schrijven aan overgewicht. Ziektelast is de maat waarin verloren levensjaren door vroegtijdige sterfte en jaren met gezondheidsproblemen bij elkaar worden opgeteld. Volgens het RIVM komt dat aandeel vooral doordat overgewicht samenhangt met diabetes.
Zegt de BMI genoeg over je gezondheid
Niet op zichzelf, nee. De BMI is een index voor de verhouding tussen lengte en gewicht en is bedoeld als indicatie. Het RIVM wijst erop dat de verdeling van lichaamsvet een belangrijke rol speelt in het risico op aandoeningen, en dan vooral het vet rond de organen in de buik. Voor een persoonlijk beeld is een gesprek met een huisarts zinniger dan een tabel.
Hoe we dit artikel hebben gemaakt
Eerste publicatie op , laatst bijgewerkt op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.
Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.
Bronnen
- RIVM, VZinfo.nl, Overgewicht bij volwassenen en Overgewicht bij kinderen en jongeren, beide bijgewerkt 14 juli 2026: de 50,6 procent en de 15,7 procent obesitas bij volwassenen in 2025, het verschil tussen mannen en vrouwen en het verloop met de leeftijd, en de 12,4 procent bij 4- tot en met 17-jarigen, met 9,4 procent matig overgewicht en 2,9 procent obesitas. Ook de afkappunten die bij kinderen per leeftijd en geslacht verschillen, en de gemeten gegevens bij 2- tot 4-jarigen.
- RIVM, VZinfo.nl, Overgewicht en de gevolgen: de ziekten en aandoeningen in de tabel, de rol van de vetverdeling en het vet rond de organen, en de bevinding van de Wereldgezondheidsorganisatie over gezondheidsverschillen van kinderleeftijd tot overlijden.
- RIVM, VZinfo.nl, Overgewicht en ziektelast en Overgewicht in het kort: de 2,3 procent van de ziektelast en de rol van diabetes daarin. Ook de 8.670 klinische ziekenhuisopnamen in 2023 en de GGD-regio waar overgewicht het minst voorkomt.
- RIVM, VZinfo.nl, Overgewicht naar opleiding en naar inkomen: de statistisch getoetste verschillen tussen opleidingstypen, de afname bij een hoger inkomen vanaf de laag-midden groep, en de uitzondering bij de laagste inkomensgroep.
- RIVM, VZinfo.nl, Overgewicht internationaal en Preventie van overgewicht: de vergelijking met de rest van de Europese Unie op basis van Eurostat, en de akkoorden en programma’s waarnaar het RIVM voor het beleid verwijst.
Geschreven door
Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.
Verder lezen in Maatschappelijk
Kleurenblind zijn: wat je ziet en welk werk je kunt doenKleurenblind ben je als je sommige kleuren slecht uit elkaar houdt, meestal rood en groen. Hoe vaak komt het voor en wat kun je dan?
Hoeveel water per dag heb je nodig, en wat telt mee?Hoeveel water per dag je nodig hebt, hangt af van je leeftijd, je eten en het weer. Wat telt mee, en wanneer is het te weinig?
Soorten allergieën en welke test echt iets zegtSoorten allergieën verschillen in wat de reactie uitlokt: lucht, eten, een steek, een medicijn of je huid. Welke zijn gevaarlijk?
Allergie voor huisstofmijt en waarom hoezen weinig doenBij een allergie voor huisstofmijt reageert je afweer op de ontlasting van mijten in stof en bed. Lees wat wel en niet helpt.