Betekenis marketing afkortingen

Marketing afkortingen zijn handig in gebruik maar je moet wel weten wat ze betekenen. Het zijn er nogal wat en daarom vind je hieronder een lijst van veelgebruikte marketing afkortingen. De lijst bestaat uit de drie deelgebieden; algemene marketing afkortingen, technische marketing afkortingen en overige marketing afkortingen.

Bekijk alle marketing afkortingen na de afbeelding.

Betekenis Marketing Afkortingen

Algemene marketing afkortingen

Algemene marketing afkortingen worden gebruikt door veel mensen, ook door mensen die verder weinig of geen verstand hebben van marketing. De afkortingen worden gebruikt in bijvoorbeeld online adverteren. De meest bekende manier van online adverteren is het inzetten van Google Adwords. Ook in andere zoekmachines zoals Bing en Yahoo kan men geld uitgeven aan adverteren. De verschillende Social Media platforms bieden eveneens ruimte voor betaald adverteren. Facebook en YouTube bijvoorbeeld. De meest gebruikte afkortingen lichten we hier nader toe. Het betreft steeds een afkorting van een Engelstalig begrip.

CPS

Cost Per Sale. Dit zijn de verkoopkosten per transactie via de eigen website. Indien een derde (affiliate marketing) bij de verkoop was betrokken dan ontvangt deze een percentage van het gerealiseerde verkoopbedrag. CPS is het meest gebruikte verdienmodel binnen affiliate marketing.

CPC

Cost Per Click. Betaling voor elke klik op de advertentie. De gemiddelde CPC is de gemiddelde prijs die per klik wordt betaald. Doel is het opwekken van interesse. Ook dit verdienmodel is populair.

CPM

Cost Per Mille. Kosten per 1000 vertoningen. Dit afrekenmodel wordt vaak gebruikt bij banneradvertenties. Doel is het product of de dienst bekendheid te geven. Hoe meer mensen de advertentie zien, hoe meer mensen het product kennen en er over zullen praten of het besluiten aan te schaffen.

CPA

Cost Per Acquisition. Kosten per acquisitie. De verkoop, lead, views of andere actie wordt niet op de eigen site gerealiseerd maar op die van een adverteerder (affiliate marketing). Deze derde doet dus moeite voor de verkoop van een product of dienst van iemand anders en ontvangt daarvoor een beloning.

CPV

Cost Per View. Kosten per weergave. Deze methode wordt vaak gebruikt bij video’s. Hoewel het bekijken van een video op zich niets zegt zal een veelbekeken video toch de verkoopkans vergroten,  een product meer bekendheid geven of leads opleveren.

CPD

Cost Per Download. Kosten per download van een product. Deze methode wordt vaak gebruikt voor het afrekenen van app-downloads. In feite is hier al sprake van verkoop van een product of dienst.

CPL

Cost Per Lead. Een lead is een verkoopkans. Leads worden voorafgegaan door marketinginspanningen. Dit kan ook een affiliate zijn die voor de verkoper adverteert op de eigen website. In dat geval levert de affiliate een geïnteresseerde die bijvoorbeeld een nieuwsbrief of proefpakket wil ontvangen.

CPX

Cost Per Action is een minder gebruikte marketing afkorting. De kosten per actie kunnen betrekking hebben op van alles: een betaling, een click, een retweet of inschrijving op een nieuwsbrief bijvoorbeeld. De kosten die moeten worden gemaakt om een gewenst resultaat te bereiken worden vertaald naar de Cost Per Action.

CPI

Cost per install. Deze afkorting wordt vaak gebruikt in verband met de installatie van mobiele apps of pc-software. Net als bij CPD (Cost Per Download) betreft het hier in feite een gerealiseerde verkoop.

Fixed fee

Een vast bedrag voor een bepaalde periode. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op het weergeven van een advertentie voor een bepaalde periode of het recht hebben op een bepaald aantal clicks of views gedurende een bepaalde periode.

CTR

Clickthrough Rate. In het Nederlands klikfrequentie. Met de CTR wordt de verhouding weergegeven tussen het aantal keren dat een bepaalde advertentie wordt bekeken en het aantal keren dat er daadwerkelijk op deze advertentie wordt geklikt. CTR = aantal klikken / aantal views.

SEA

Search Engine Advertising. In het Nederlands zoekmachine adverteren. Vaak wordt met SEA gedacht aan adverteren in Google (Google Adwords) maar ook in andere zoekmachines zoals Bing kan men adverteren. Door SEA in te zetten kan je meer verkeer naar je website trekken, bijvoorbeeld door advertenties, afbeeldingen, teksten of video’s te plaatsen (tegen betaling).

Meer informatie: SEA – Search Engine Advertising
Lees ook onze blog: Zoekmachine adverteren (SEA) rendabel maken

SEO

Search Engine Optimization. In het Nederlands zoekmachine optimalisatie. SEO is een van de belangrijkste afkortingen binnen de marketing. Door SEO in te zetten kan je een hogere positie in de zoekmachines krijgen zonder dat je hiervoor, zoals bij SEA, hoeft te betalen. Ook wel organische zoekresultaten genoemd. SEO bestaat onder meer uit het plaatsen van content (teksten en afbeeldingen) waarbij de teksten op de juiste manier moeten zijn geschreven met gebruikmaking van de juiste zoekwoorden op de juiste plekken. Ook technische aspecten zijn belangrijk, waaronder de laadsnelheid van de betreffende website.

Meer informatie: Met SEO een hoge positie in zoekmachines

IAB

Interactive Advertising Bureau. Het IAB is een internationale brancheorganisatie op het gebied van digitale advertenties en interactieve marketing. In Nederland hebben Nederlandse bedrijven zich verenigd in het IAB Nederland: adverteerders, media-exploitanten, reclamebureaus en mediabureaus. Het IAB houdt zich onder meer bezig met het verrichten van onderzoek, het leveren van juridische standaarden en het ontwikkelen van standaarden voor creatieve media. De meest gebruikte online bannerformaten kun je hieronder vinden:

– Billboard (970×250)
– Medium rectangle (300×250)
– Leaderboard (728×90)
– Mobile banner (320×50)
– (Wide) Skycraper (120/160×600)
– Half page (300×600)

SEM

Search Engine Marketing. In het Nederlands zoekmachine marketing. SEM is een ruim begrip en heeft betrekking op alles wat te maken heeft met de vindbaarheid van websites in zoekmachines. Dit betreft zowel de betaalde vorm (SEA) als de niet-betaalde vorm (SEO).

Meer informatie: Wat is zoekmachine marketing?

PPV

Pay Per View. PPV is een verdienmodel. Adverteerders op media platforms spreken in dit geval af te betalen per weergave van hun advertentie. Dit kan een gewone advertentie zijn, een banner, een afbeelding of bijvoorbeeld een video. Het is niet noodzakelijk dat er ook wordt geklikt op de betreffende advertentie.

ROI

Return on investment. ROI heeft betrekking op de verhouding tussen omzet en investering. Het ROI wordt meestal uitgedrukt in een percentage. Investeringen zijn winstgevend als het ROI hoger dan 100% is. Bij mislukte investeringen is het ROI kleiner dan 100%.

Voorbeeld: omzet = €7500 en de investering = €5000
ROI = (Omzet * 100) / Totale investering
7500 x 100 / 5000 = 150 %

ROAS

Return On Advertising Spend. ROAS is een speciale vorm van ROI. ROAS drukt specifiek de toename van het bedrijfsresultaat uit, als gevolg van de investering die werd gedaan in bijvoorbeeld advertenties.

SERPs

Search Engine Results Page (SERP). Een SERP is een resultaatpagina binnen een zoekmachine nadat een zoekopdracht is ingegeven. De resultaatpagina laat links naar gevonden webpagina’s zien waarbij deze zijn gerangschikt naar relevantie en autoriteit. De resultaten zijn over het algemeen verdeeld over een (groot) aantal pagina’s. Een positie op de eerste pagina wordt geambieerd omdat hier de meeste kans is op kliks. Naast de link (URL) van een website wordt doorgaans ook een korte beschrijving getoond (snippet) zodat men een indruk kan krijgen van wat men achter de link van de pagina mag verwachten.

ASO

APP Store Optimization. App Store Optimalisatie is het verbeteren van de vindbaarheid van apps in de app-stores. Belangrijke app stores zijn onder meer Google Play en App Store (iOS). Het doel van ASO is het maximaliseren van het aantal downloads waarbij optimalisatie het verschil kan maken tussen enkele en honderden downloads per dag.

ALT-TAG

Een ALT-Tag is een ALT-tekst die wordt meegegeven aan een afbeelding. Deze tekst bevat een samenvatting van hetgeen te zien is op de afbeelding. Het is voor zoekmachines belangrijk dat afbeeldingen zijn voorzien van een ALT-TAG omdat zoekmachines geen afbeeldingen kunnen lezen.

OPT-IN

Een OPT-IN is een permissie van de eigenaar van een mailadres. De eigenaar van dit mailadres heeft nadrukkelijk en aantoonbaar toestemming gegeven aan een bepaalde mailinglijst om mails te mogen versturen. Dit in tegenstelling tot spam. Ontvangt iemand zonder vooraf gegeven toestemming een e-mail dan is er geen gebruik gemaakt van een opt-in. Bij een nieuwsbrief uitschrijving wordt ook wel gesproken van opt-out.

eCPM

Effective Cost Per Mille. Met het eCPM worden de gemiddelde kosten per 1000 weergaven van een online advertentie bedoeld. Ook wanneer voor een advertentie wordt betaald op basis van aantal conversies of aantal kliks worden de kosten hiervan vaak omgerekend naar eCPM.  

PFP

Pay For Performance (ook wel P4P). PFP is een term die in de internetmarketing wordt gebruikt om een prijsmodel te definiëren. Een derde, meestal een marketing- of reclamebureau ontvangt een bonus voor geleverde prestaties, de “performance”. Het kan gaan om een nieuwe klant, een lead of een andere performance die tussen partijen is afgesproken.

CTA

Call to action. Een CTA is een oproep aan lezers van commerciële boodschappen of van websites om tot actie over te gaan. Voorbeelden van een CTA: “koop nu”, “vraag nu meer informatie aan” of “maak direct een afspraak”. Een goede CTA is belangrijk en soms bepalend voor het succes van een reclame-uiting.

Welke kleur is het beste voor een CTA? Kleurenpsychologie toepassen in de praktijk

H1, 2 en 3

Heading tags. H1, 2 en 3 zijn koppen en subkoppen binnen teksten waarmee je je website kunt optimaliseren. Indien je H-koppen effectief inzet dan is het voor Google eenvoudiger om de pagina’s van je website te indexeren. Tevens vergroten H-koppen de leesbaarheid van je tekst.

Technische marketing afkortingen

Met de marketing afkortingen die meer technisch van aard zijn zul je als gebruiker niet veel te maken krijgen. Wil je echter goed kunnen communiceren met je webmaster of online marketeer, dan kan het nuttig zijn deze begrippen toch te begrijpen.

API

Application Programming Interface. API is een basis waarop computerprogramma’s met elkaar kunnen communiceren. Tegenwoordig beschikken veel webapplicaties en websites over een API waarmee informatie met derden kan worden gedeeld. Denk aan de mogelijkheid om producten met elkaar te vergelijken of aan een Google Maps kaart.

CRM

Customer Relationship Management. In het Nederlands kortweg klantbeheer. CRM is bedoeld om relaties met bestaande klanten te onderhouden en te optimaliseren. In organisaties die CRM toepassen werken de afdelingen marketing, sales en klantenservice samen, vaak ondersteund door speciale CRM-software. In dit systeem wordt waardevolle informatie over klanten opgeslagen waaronder contactgegevens en bijvoorbeeld aankopen in het verleden. Er kunnen contactmomenten met deze klanten worden ingepland. Ook potentiële klanten kunnen met een CRM systeem worden beheerd.

CEM

Customer Experience Management. CEM ligt in het verlengde van CRM en is meer uit de recente tijd. Het wordt door marketeers gebruikt en draait om het optimaliseren van de klantervaring. De totale klantervaring, vanaf het in aanraking komen met een leverancier van een product of dienst tot de relatie die daarna ontstaat. Het gaat hier om de totale klantreis waarbij de klant en de relatie met de klant centraal staan.

UI

User Interface; een grafisch vormgegeven schil waarmee gebruikers en apparaten met elkaar kunnen communiceren. Het doel van UI is tweeledig. Enerzijds dient het om de gebruiker in staat te stellen het betreffende apparaat te bedienen, anderzijds om het systeem de mogelijkheid te geven om informatie te presenteren aan de gebruiker. Het kan gaan om bijvoorbeeld een computerprogramma, een besturingssysteem, een app of een website maar ook om een fysiek apparaat.

DMP

Data Management Platform. Een DMP is een marketingtool waarmee externe en interne databronnen kunnen worden ondergebracht. Door deze data in een centrale omgeving te plaatsen kunnen nieuwe inzichten ontstaan waarmee men op zoek kan naar nieuwe doelgroepen. Door het centraliseren van data in een DMP kan de doelgroep beter in kaart worden gebracht. Hierdoor kunnen marketinguitingen automatisch worden gepersonaliseerd voor de consument en een verkoopafdeling gerichter worden aangestuurd.

ERP

Enterprise Resource Planning. ERP is een managementsysteem (software) waarmee de productiviteit van een organisatie kan worden gemaximaliseerd. In een ERP-systeem komen alle bedrijfsprocessen samen. Zo worden de kosten optimaal beheerst en kan optimaal worden voldaan aan klantwensen. ERP-systemen zijn toepasbaar voor vrijwel elke organisatie, van klein tot groot en zowel voor dienstverlenende als voor producerende organisaties.

GTM

Google Tag Manager. GTM is een online tool van Google waarin HTML kan worden geïnjecteerd op een website. Hiervoor is de hulp van een programmeur niet nodig. De GTM code wordt eenmalig op elke pagina van een website geplaatst waarna het mogelijk is om zonder kennis van programmeren codes aan websites toe te voegen.

Meer informatie: Tag Manager installeren en instellen

HTML

HTTP staat voor Hypertekst Transport Protocol en dit protocol wordt gebruikt om webpagina’s op browsers weer te geven. Wanneer een gebruiker een bepaalde website zoekt, dan kan door HTTP  toe te voegen in het adres, de machine weten hoe met de server moet worden gecommuniceerd. HTTP wordt vooral gebruikt om eenvoudige tekstbestanden van een website over te brengen in een standaard taal die HTML heet (Hypertekst Markup Language). HTML geeft gebruikers ook de mogelijkheid om over het internet media te streamen of om foto’s te delen.

HTML5

HyperText Markup Language 5 is de nieuwste versie van de HTML-standaard. De term HTML5 wordt ook gebruikt als marketingterm, waarbij ook andere technieken zoals CSS3 en JavaScript worden meegenomen in de definitie. In HTML5 zijn nieuwe elementen ingebracht die zorgen voor meer structuur. Ook kan er onder meer interactieve content worden afgespeeld zonder Flash Player en kunnen webapplicaties offline beschikbaar worden gemaakt.

CMS

CMS ofwel een content-beheersysteem of contentmanagementsysteem is een webapplicatie. Deze maakt het mogelijk om eenvoudig en zonder veel technische kennis documenten en gegevens op internet te publiceren. Voorbeelden van gratis contentmanagementsystemen zijn WordPress, Drupal, Magento en Joomla.

CSS

Cascading StyleSheet. CSS wordt gebruikt voor de opmaak en vormgeving van webpagina’s die zijn opgebouwd uit HTML. Met CSS kunnen kleuren, lettertypes, marges en achtergrondkleuren worden bepaald die bezoekers van de website te zien krijgen. Door CSS en HTML goed te scheiden bevatten webpagina’s veel minder codes en zijn deze toegankelijker voor zoekmachines. Ook is het gemakkelijker de vormgeving van een website aan te passen als hiervoor CSS is gebruikt.

RTB

Real time bidding. RTB is een online programma met een veilingmodel. Het proces van toewijzen van advertentieruimte aan de hoogste bieder gaat automatisch en is een continu proces. Meerdere adverteerders schrijven in op advertentieruimte op websites of in zoekmachines en de hoogste bieder wordt de ruimte gegund.

SSP

Supply-Side platform or Sell-Side platform. SSP is een technologieplatform waarmee webuitgevers (publishers) en media-eigenaren advertentieruimte kunnen beheren. De advertentieruimte kan worden gevuld waarna er inkomsten kunnen worden ontvangen.

DSP

Demand Side Platform. DSP is een systeem (software) waarmee online advertentie campagnes worden ingekocht en beheerd. Inkoop vindt meestal plaats via veilingen. Het DSP systeem zorgt er voor dat de campagnes centraal kunnen worden gemanaged en geoptimaliseerd. Voorwaarden voor een goed systeem zijn onder meer automated trading, real time bidding en een goed algoritme.

OS

Operating System. In het Nederlands besturingssysteem. Een besturingssysteem is nodig om de hardware en software met elkaar te verbinden. Het is een intermediair tussen beide en OS zorgt er voor dat informatiestromen op een goede manier worden geleid. OS geeft een foutmelding als er iets niet goed is in het systeem. Denk hierbij aan de foutmelding van Windows met het ‘frustrerende’ blauwe scherm.

FTP

Het computer protocol FTP (File Transfer Protocol) is een standaard die wordt gebruikt voor het overdragen en delen van bestanden. FTP standaardiseert de verschillen tussen besturingssystemen. Het computer protocol FTP is in 1971 ontstaan en uitgegroeid tot een wereldstandaard. Dit protocol maakt het mogelijk bestanden te ontvangen en te verzenden van en naar elke computer ter wereld. FTP servers kunnen een geldige gebruikersnaam en/of geldig wachtwoord vereisen maar desgewenst ook anonieme gebruikers toelaten. De standaard FTP-verbindingen zijn niet voorzien van encryptie zodat verstuurde gegevens ten prooi kunnen vallen aan hackers. Door gebruik te maken van encryptie kan dit worden voorkomen.

TCP / IP

TCP / IP is het protocol voor internet, hoewel voor het internet ook andere protocollen kunnen worden gebruikt.  Het TCP / IP protocol verbindt het numeriek adres van de netwerkkaart van een computer met het internet zodat andere machines dit netwerk en de betreffende computer kunnen vinden. Een dergelijk protocol wordt gemaakt in lagen waarbij elke laag verantwoordelijk is voor specifieke taken binnen het communicatieproces.

Overige marketing afkortingen

De overige marketing afkortingen zijn misschien niet interessant voor iedere gebruiken, maar daardoor niet minder relevant. Iedereen heeft een eigen IP-adres, maar wat is dat eigenlijk? Wat is het verschil tussen HTTP en HTTPS? Hieronder lees je meer over de overige marketing afkortingen. Ook kennis van deze afkortingen draagt bij aan een betere communicatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.

SLA

Service Level Agreement. Een SLA is het vastleggen van afspraken tussen leverancier en klant over ondersteuning en beschikbaarheid van een dienst of product. Het betreft vrijwel altijd afspraken tussen bedrijven. SLA geeft de afnemer meer zekerheid over het afgenomen product of de afgenomen dienst. Een SLA heeft vaak betrekking op zakelijke webhosting. Vastgelegd wordt onder meer hoe vaak updates plaatsvinden, hoe de server wordt onderhouden en hoeveel tijd deze minimaal bereikbaar moet zijn.

URL

Uniform Resource Locator. De URL is het volledige adres van een webpagina. Dit adres bestaat uit een domeinnaam en een pad op de server. Een URL kan verwijzen naar verschillende bestemmingen; naar een HTML-pagina, naar een afbeelding, een video of naar een ander type bestand.

XML

Extensible Markup Language. XML is een bestandsformaat voor het uitwisselen van informatie tussen computers. XML kan ook worden ingezet voor het uitwisselen van informatie tussen computers en applicaties of tussen applicaties. XML informatie wordt beschreven door tags en gebruikt voor bijvoorbeeld RSS-feeds en zoekmachine-sitemaps.

SDK

Software Development Kit. Een SDK is een set van ontwikkeltools voor een bepaalde applicatie. Dit kan bijvoorbeeld een gameconsole of een hardware platform zijn. Met de SDK kunnen ontwikkelaars applicaties voor bovengenoemde platforms ontwerpen en ontwikkelen. Een SDK bevat doorgaans een grafische tool, een linker, een compiler en een editor.

W3C-Compliance

World Wide Web Consortium. Het W3C is de organisatie die verantwoordelijk is voor het ontwikkelen en vaststellen van webstandaarden waaronder HTML, CSS en XML. W3C houdt zich naast script- en opmaaktalen ook bezig met richtlijnen voor bijvoorbeeld de toegankelijkheid van het web.
Meer informatie: Officiële website – W3C

WHATWG

Web Hypertext Application Technology Working Group. WHATWG is een werkgroep die is opgericht in 2004 en heeft als doel meer invloed te hebben op de ontwikkeling van webtechnologieën. Deze werkgroep was het niet eens met bepaalde voornemens van W3C waaronder het inruilen van de HTML-standaard voor XML. WHATWG heeft een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van HTML5.

Meer informatie: Officiële website – WHATWG

HTTP

HyperText Transfer Protocol. HTTP wordt gebruikt bij het bezoeken van websites. Het is een protocol dat bepaalt op welke wijze webservers en bezoekers met elkaar communiceren. Een bezoeker stuurt een verzoek aan een webserver die vervolgens op zijn beurt het verzoek naar het IP-adres van de server stuurt. Naast het opgevraagde adres wordt ook technische informatie meegestuurd en eventueel cookies. De server stuurt vervolgens de gewenste pagina, of het gewenste bestand naar de gebruiker.

HTTPS

HyperText Transfer Protocol SSL. De S achter HTML staat voor Secure en betekent dat de verbinding veilig is. Het verkeer tussen webserver en bezoeker is in dat geval beveiligd door SSL techniek. Gegevens worden versleuteld verzonden waardoor derden die het verkeer willen onderscheppen of afluisteren niet kunnen meekijken of meeluisteren. HTTPS verbindingen zijn voorzien van een slotje in de adresbalk.

IP-adres

Internet Protocol. Een IP-adres is uniek en bestaat uit vier series van cijfers die gescheiden zijn door punten. Elke computer die is aangesloten op internet heeft een eigen IP-adres en neemt een unieke, traceerbare plaats in. Het IP-adres wordt gebruikt om bezoekers van elkaar te onderscheiden en hierdoor kunnen ook statistieken worden geanalyseerd over het gebruik van websites.

RSS

Rich Site Summary of Really Simple Syndication. Een RSS-feed is een XML-bestand waarmee informatie uit een website kan worden gedeeld met andere sites en applicaties. Een RSS is gestructureerd opgebouwd en daardoor kan informatie op flexibele wijze met derden worden verwerkt. Met RSS kan bijvoorbeeld een lijst van recente artikelen worden gepubliceerd. Met speciale RSS-readers kan het laatste nieuws van een bepaalde website worden gevolgd zonder deze website steeds opnieuw te moeten bezoeken.

SSL

Secure Sockets Layer. SSL is een techniek waarmee verkeer tussen een bezoeker en de webserver kan worden beveiligd. Gegevens worden versleuteld verzonden waardoor deze door derden niet kunnen worden gelezen, beluisterd of gemanipuleerd. SSL wordt ingezet om informatiesystemen te beveiligen en de privacy van gebruikers te waarborgen. Adressen die met behulp van SSL worden geladen kunnen worden herkend aan het groene slotje in de adresbalk. Om gebruik te kunnen maken van HTTPS heb je een SSL certificaat nodig.

CLV

Customer Lifetime Value. CLV is de berekening van de netto opbrengst die een klant genereert in de periode dat deze klant is, van eerste tot laatste aankoop. Het werven van klanten en het klantbeheer brengt kosten met zich mee. Door het uitrekenen van de CLV kan worden berekend hoeveel kan worden uitgegeven aan het werven van een specifieke klant. Hiermee kan vervolgens het marketingbudget worden berekend.

NDA

Non-Disclosure Agreement. In het Nederlands geheimhoudingsovereenkomst. Een NDA biedt partijen de mogelijkheid vertrouwelijke informatie uit te wisselen. In het NDA wordt vastgelegd welke informatie wel en welke niet wordt gedeeld. Zo wordt een NDA vaak gebruikt als een externe partij bijvoorbeeld toegang dient te krijgen over de gegevens in een Google Analytics of Adwords account.

Conclusie marketing afkortingen

Zoals je hiervoor hebt kunnen lezen zijn er veel online marketing afkortingen. Sommige zie je dagelijks voorbij komen, andere worden voornamelijk gebruikt door technische mensen zoals webmasters. Mis je een afkorting? Neem dan contact met ons op.

Delen wordt gewaardeerd!

Reader Interactions

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.