Meervoud op -en of -s? De klemtoon beslist meestal
Het meervoud is de vorm voor meer dan één: boeken, tafels. Meestal krijgt een woord -en, soms -s. Wat beslist dat, en wat wijkt af?

Je typt een mail en twijfelt: is het ziektes of ziekten, museums of musea? Hier is allebei goed. Waar je moet kiezen tussen -en en -s, beslist meestal de klemtoon. Die ligt op het stuk van een woord dat je het hardst uitspreekt. Eindigt een woord op een stuk met klemtoon, dan krijgt het -en: hond, honden. Ligt de klemtoon eerder, dan krijgt het -s: sleutel, sleutels. Daarnaast zijn er kleine groepen met een eigen vorm. Zo noemt de Algemene Nederlandse Spraakkunst 15 woorden die -eren krijgen, zoals kinderen en eieren. Die spraakkunst, kortweg de ANS, is het grote naslagwerk over de regels van het Nederlands. Onze artikelen over taal staan bij de maatschappelijke onderwerpen.
De klemtoon beslist tussen -en en -s
Het meervoud op -en komt verreweg het meest voor, en je vindt het na een lettergreep met klemtoon. Zo beschrijft Taalportaal het. Dat is een naslagwerk over grammatica van het Instituut voor de Nederlandse Taal. Een lettergreep is een stuk waarin je een woord verdeelt als je het langzaam zegt: ta-fel, ka-non.
Woorden van één lettergreep krijgen dus meestal -en: boek, boeken. Dat geldt ook voor langere woorden met de klemtoon achteraan. Het kanon waarmee je schiet, wordt kanonnen. Ligt de klemtoon op de lettergreep ervoor, dan komt er -s achter. Bij canon ligt de klemtoon vooraan, en het meervoud is canons.
Waarom een lijstje regels niet genoeg is
De klemtoon is een vuistregel, geen wet. Taalportaal schrijft dat er veel uitzonderingen zijn. De ANS is net zo eerlijk over haar eigen regels. Die dekken volgens de schrijvers maar een klein deel van alle zelfstandige naamwoorden, en hun lijsten kunnen niet volledig zijn. Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een mens, een dier of een ding.
Ons oordeel: wie tien regels uit het hoofd leert, weet het daarna nog steeds niet zeker. Onthoud de klemtoon en de kleine groepen hieronder. De rest zoek je op in de Woordenlijst Nederlandse Taal. In die lijst staat de officiële spelling van vrijwel elk gewoon woord, met het meervoud erbij.
Meervoud op -en en wat er met de spelling gebeurt
Bij het meervoud op -en verandert vaak de spelling, en soms ook de klank. In kammen en palen hoor je dezelfde klanken als in kam en paal, alleen schrijf je ze anders. Bij brieven en bazen hoor je een andere medeklinker dan in brief en baas. Eerst drie begrippen. De a van kam is een korte klinker, de aa van paal een lange. Een tweeklank is een klank als ij of ui. De tabel laat de vier dingen zien die kunnen veranderen.
| Wat verandert | Wanneer | Voorbeelden |
|---|---|---|
| De medeklinker wordt dubbel | Na een korte klinker | kam, kammen; mes, messen; pil, pillen |
| De klinker wordt met één letter geschreven | Bij een lange klinker voor één medeklinker | paal, palen; boom, bomen; keel, kelen |
| De f wordt een v | Na een lange klinker of tweeklank en na l of r | brief, brieven; kluif, kluiven; golf, golven |
| De s wordt een z | Na een lange klinker of tweeklank en na l, m, n of r | baas, bazen; prijs, prijzen; laars, laarzen |
Na een korte klinker blijven de f en de s staan: straf, straffen en vis, vissen. Veel woorden houden hun s ook waar de tabel een z voorspelt. De ANS noemt onder meer kansen, dansen, mensen, wensen, kaarsen en prinsen. De f blijft staan in leenwoorden als fotografen en filosofen. Een leenwoord is een woord dat uit een andere taal is overgenomen.
Twijfel je in het enkelvoud tussen een d en een t, zeg dan het meervoud. Je hoort paarden en schrijft dus paard. Dat trucje staat ook tussen onze ezelsbruggetjes in de Nederlandse taal.
Wanneer de medeklinker niet dubbel wordt
Eindigt een woord op -es, -ik of -it zonder klemtoon, dan wordt de medeklinker niet dubbel. Daarom is het dreumesen en haviken, met één s en één k. Hetzelfde geldt voor monniken, perziken en kieviten. Dat schrijft Taaladvies, de adviesdienst van de Taalunie. De Taalunie maakt het taalbeleid voor Nederland, Vlaanderen en Suriname.
Woorden waarvan de klinker lang wordt
Bij een kleine groep woorden wordt de korte klinker in het meervoud lang: dag wordt dagen en niet daggen. De ANS noemt er ongeveer 40. De tabel laat per klank de bekendste zien.
| Klank | Voorbeelden |
|---|---|
| a wordt aa | dag, dagen; dak, daken; glas, glazen; pad, paden |
| a wordt ee | stad, steden |
| e wordt ee | weg, wegen; bevel, bevelen; gebed, gebeden |
| i wordt ee | schip, schepen; lid, leden; smid, smeden |
| o wordt oo | slot, sloten; god, goden; oorlog, oorlogen |
Stad is in die lijst het enige woord waarin een a een ee wordt. Woorden op -heid krijgen altijd -heden: moeilijkheid, moeilijkheden.
Meervoud op -s
Het meervoud op -s hoort bij woorden met de klemtoon vooraan, bij woorden die op een klinker eindigen en bij veel leenwoorden. De tabel geeft de belangrijkste groepen.
| Soort woord | Voorbeelden |
|---|---|
| Eindigt op -el, -em, -en of -er zonder klemtoon | lepels, bodems, keukens, emmers |
| Verkleinwoord | huisjes, boompjes |
| Eindigt op -aar, -aard, -erd of -ster | metselaars, grijsaards, dikkerds, werksters |
| Persoon op -eur of -ier | amateurs, winkeliers |
| Eindigt op een klinker | firma’s, auto’s, cafés, paraplu’s |
| Leenwoord uit het Engels of Frans | films, clubs, tanks, restaurants |
| Losse letter of afkorting | a’s, cd’s, cao’s |
Een paar gewone woorden voor personen krijgen ook -s: broers, ooms en koks. Bij zoon mag het allebei, zoons of zonen. Let op bij -ier. Een persoon krijgt meestal -s, al is het officieren of officiers. Een ding krijgt -en: formulieren, rivieren, papieren.
Wanneer er een apostrof voor de s komt
De apostrof is het hoge kommaatje in foto’s. Bij een gewoon woord komt er alleen een apostrof als het eindigt op een lange klinker die je met één letter zonder accent schrijft. Zo formuleert Taaladvies de regel. Daarom is het dilemma’s, alibi’s, foto’s en accu’s. Engelse woorden op een y volgen dezelfde regel: baby’s, party’s.
Een kortere regel zou zijn dat elk woord op a, i, o, u of y een apostrof krijgt. Dat is te grof. Het is bureaus, cadeaus, etuis en jockeys, want daar schrijf je de laatste klank met meer dan één letter. En het is cafés, zonder apostrof, want daar staat een accent op de e. Woorden op -ee krijgen ook geen apostrof: dominees.
Losse letters en afkortingen krijgen ook een apostrof: cd’s, pc’s, cao’s. De letters s en x zelf krijgen ’en: twee s’en, twee x’en.
Kleine groepen met een eigen meervoud
Buiten -en en -s bestaan er een paar kleine groepen die je gewoon moet kennen.
Vijftien woorden op -eren
Alle 15 woorden op -eren die de ANS noemt, staan in de tabel, met wat je erbij moet weten.
| Enkelvoud | Meervoud | Let op |
|---|---|---|
| been | beenderen | Botten: beenderen of benen; waar je op loopt zijn altijd benen |
| blad | bladeren | Aan een boom; in andere betekenissen bladen |
| ei | eieren | |
| gelid | gelederen | |
| gemoed | gemoederen | |
| goed | goederen | |
| hoen | hoenderen | Ook hoenders |
| kalf | kalveren | |
| kind | kinderen | Kinders is streektaal of spreektaal |
| kleed | kleren | Kleren draag je; op de vloer liggen kleden |
| lam | lammeren | |
| lied | liederen | |
| rad | raderen | Ook raden |
| rund | runderen | |
| volk | volken of volkeren |
Woorden op -man
Voor een woord op -man bestaan vier uitgangen: -mannen, -lieden, -lui en -mensen. Bij oude beroepen kan het vaak op twee manieren: zeelieden of zeelui, kooplieden of kooplui. De ANS noemde in 1997 vijf woorden die volgens de woordenboeken altijd -lieden krijgen, waaronder edelman en raadsman. De Woordenlijst geeft bij alle vijf ook de vorm op -mannen. Edelmannen en raadsmannen zijn dus goed gespeld, naast edellieden en raadslieden.
Tussen -lieden en -lui zit een verschil in toon. De vorm op -lieden is deftig, die op -lui klinkt soms wat minachtend. De ANS zet vooraanstaande zakenlieden tegenover louche zakenlui. Nieuwere beroepen krijgen meestal -mannen, zoals brandweermannen en cameramannen. In opmars is de vorm op -mensen, die voor mannen en vrouwen geldt: politiemensen, vakmensen, zakenmensen.
Losse gevallen
Een paar meervouden passen in geen enkele groep. Een koe wordt koeien en een vlo wordt vlooien. Bij aanbod leen je het meervoud van een ander woord: aanbiedingen.
Latijnse en Italiaanse woorden
Woorden uit het Latijn hebben vaak twee meervouden, een Latijns en een Nederlands. De meeste woorden op -um kunnen op -a en op -ums eindigen, schrijft Taaladvies. De Latijnse vorm op -a is meestal het gebruikelijkst. De tabel geeft per uitgang wat goed is.
| Enkelvoud eindigt op | Meervoud | Voorbeelden |
|---|---|---|
| -um | -a of -ums | musea of museums; centra of centrums |
| -icus bij een persoon | -i | politici, historici |
| -us bij een ding | -ussen | cursussen, virussen, circussen |
| -a | een s met apostrof, soms -ae | collega’s, deftig ook collegae |
| -is | -es of -issen | crises of crisissen |
| -o uit het Italiaans | een s met apostrof, soms -i | saldo’s of saldi; tempo’s of tempi |
Let hier op drie dingen. Een dubbel meervoud als musea’s of data’s is fout, schrijft Taaladvies. Niet elk woord op -um heeft twee vormen: het is alleen albums en alleen geraniums. En soms hoort bij elke vorm een eigen betekenis, zoals bij datum en medium in de tabel verderop.
Je hoeft geen Latijn te kennen om goed Nederlands te schrijven. Bij de meeste van deze woorden is de Nederlandse vorm net zo goed. De vorm collega’s is zelfs de gewoonste. De Latijnse vorm heb je vooral nodig bij personen op -icus, zoals politicus, en bij een enkel woord als antibiotica. Meer over de geschiedenis van onze taal staat in ons artikel over waar de Nederlandse taal vandaan komt.
Woorden met twee meervouden
Veel woorden hebben twee goede meervouden, en dan mag je kiezen. Volgens Taaladvies hebben woorden die op een toonloze e eindigen er meestal twee. De toonloze e is de e van de. Het is dus ziekten of ziektes, groenten of groentes, methoden of methodes.
De vorm op -s hoorde vroeger bij spreektaal. Nu is hij ook op papier heel gewoon, schrijft Taaladvies. Bij keuzes en volgordes komt hij zelfs het meest voor. Soms verschilt het per land. In Nederland is methoden gangbaarder, in België methodes. Bij leraar is het verschil scherper: leraren in Nederland, leraars in België.
Meer van zulke paren: professoren of professors, appels of appelen, tests of testen, handvatten of handvaten. Kies er één en houd die vorm in je hele tekst aan.
Woorden op -ie
Bij woorden op -ie die -en krijgen, bepaalt de klemtoon de spelling. Valt de klemtoon op de ie, dan schrijf je -ieën: industrieën, knieën. Valt hij ergens anders, dan schrijf je -iën: bacteriën. Zo legt Taaladvies de regel uit. De meeste woorden op een ie zonder klemtoon krijgen overigens gewoon -s: families, vakanties.
Twee meervouden met elk een eigen betekenis
Een kleine groep woorden heeft twee meervouden met elk een andere betekenis. In de tabel staan acht van die paren.
| Woord | Eerste meervoud | Tweede meervoud |
|---|---|---|
| letter | letters: tekens voor klanken | letteren: letterkunde |
| vader | vaders: in een gezin | vaderen: voorouders |
| bal | ballen: ronde voorwerpen | bals: feesten |
| pad | paden: wegen | padden: dieren |
| stuk | stuks: exemplaren | stukken: alle andere betekenissen |
| rede | redes: toespraken | reden: ankerplaatsen |
| datum | datums: dagen op de kalender | data: gegevens |
| medium | media: pers, radio en tv | mediums: paranormaal begaafden |
Bij datum is de grens niet scherp. Voor dagen op de kalender is datums het gewoonst, maar data mag daar ook, schrijft Taaladvies.
Woorden zonder meervoud en woorden zonder enkelvoud
Niet elk woord heeft een meervoud. Dat geldt voor stoffen die je niet kunt tellen, zoals goud. Het geldt ook voor verzamelnamen als vee en rommel. Een verzamelnaam is één woord voor een hele groep. De Woordenlijst geeft bij goud, vee en rommel dan ook geen meervoud.
Soms kom je toch een meervoud van zo’n woord tegen. Dan gaat het om soorten: wijnen en bieren zijn soorten wijn en bier. En wateren zijn meren en rivieren. Bij muziek kan zelfs dat niet: volgens de ANS bestaat daarvan geen meervoud.
Andersom zijn er woorden die alleen in het meervoud bestaan. De ANS noemt onder meer hersenen, kosten, inkomsten, notulen, ingewanden, financiën en mazelen.
Hoe weet je of er een n achter moet?
Of er een n achter moet, hangt af van de plek van die n. Achter een woord op een toonloze e mag hij vaak, zoals bij ziekten naast ziektes. Achter sommige of andere komt hij alleen als het over mensen gaat. En midden in een woord als pannenkoek hangt het af van het meervoud van het eerste deel.
Woorden als sommige, enkele, andere en vele krijgen een n als ze alleen staan en over personen gaan. Dat is de algemene regel, schrijft Taaladvies. Het is dus: sommigen zijn met weinig tevreden. Volgt er een zelfstandig naamwoord, dan blijft de n weg: sommige mensen.
De n in pannenkoek
Een samenstelling is een woord dat uit twee woorden bestaat, zoals pannenkoek. De n in het midden heet de tussen-n. Die hangt af van het meervoud van het eerste woord. Je schrijft -en- als dat eerste woord een meervoud op -en heeft en geen meervoud op -es. Zo geeft Taaladvies de hoofdregel uit de officiële spelling weer.
Een pan heeft alleen pannen, dus het is pannenkoek. Een groente heeft groenten en groentes, dus het is groentetaart en groenteboer. Hoeveel pannen of groenten er in het spel zijn, doet er sinds 1995 niet meer toe, schrijft Taaladvies. Wie het meervoud van een woord kent, weet dus meestal ook of er een tussen-n komt.
Zo zoek je een meervoud op
De snelste weg is de Woordenlijst Nederlandse Taal op woordenlijst.org. De Taalunie geeft die lijst uit. Typ het enkelvoud in en je krijgt het meervoud erbij. Staan er twee vormen, dan zijn ze allebei goed gespeld. Lees wel de aantekening erbij, want soms hoort een vorm bij één betekenis. Meer zegt de lijst niet: kinders staat er ook in, zonder de opmerking dat het spreektaal is. Bij woorden op -man staan de vormen op -lieden en -lui apart. Zoek dan op zeelieden.
Wij zochten voor dit artikel 164 woorden op in de Woordenlijst. Bij 31 daarvan vonden wij twee of meer meervouden, bijna een op de vijf. Een steekproef is het niet. Het zijn vooral de voorbeelden uit dit artikel, en daar zitten veel twijfelgevallen tussen. Toch is een tweede meervoud in het Nederlands geen zeldzaamheid. Bij twijfel loont het dus om het op te zoeken.
In het meervoud krijgt elk woord het lidwoord de: het huis, de huizen. Hoe je in het enkelvoud kiest, lees je in ons artikel over kiezen tussen de of het. Andere twijfelgevallen staan in ons overzicht van veelgemaakte taalfouten.
Veelgestelde vragen over het meervoud
Wat is het meervoud van museum?
Het meervoud van museum is musea of museums. Beide vormen zijn goed, schrijft Taaladvies, de adviesdienst van de Taalunie. Musea is het gebruikelijkst. Alleen de dubbele vorm musea’s is fout. Hetzelfde geldt voor centrum: centra of centrums.
Krijgt het meervoud van baby een apostrof?
Ja. In het Nederlands is het baby’s, met een apostrof en een s. De y klinkt hier als een lange ie en is één letter. Dan komt er een apostrof voor de s. Dat geldt voor alle Engelse woorden op zo’n y, schrijft Taaladvies, de adviesdienst van de Taalunie. De Engelse vorm babies hoort dus niet in een Nederlandse tekst.
Welke woorden hebben geen meervoud?
Namen van stoffen die je niet kunt tellen, hebben geen meervoud. Verzamelnamen zoals vee en rommel hebben er ook geen. Zo staat het in de Algemene Nederlandse Spraakkunst, de grote grammatica van het Nederlands. De Woordenlijst Nederlandse Taal geeft bij goud, vee, rommel en muziek dan ook geen meervoud. Bij wijn en bier bestaat het wel, maar dan betekent het soorten: wijnen, bieren.
Hoe we dit artikel hebben gemaakt
Eerste publicatie op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.
Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.
Bronnen
- Instituut voor de Nederlandse Taal, Algemene Nederlandse Spraakkunst, online versie van januari 2019 van de tekst uit 1997: inleiding op de meervoudsvorming, meervoud op -en, de slotmedeklinker, de klinker, meervoud op -s, meervoud op -eren, woorden op -man, leenwoorden, bijzondere gevallen, twee meervouden zonder betekenisverschil, twee meervouden met betekenisverschil en telbare en niet-telbare woorden. De groepen met -en en -s, de 15 woorden op -eren, de ongeveer 40 woorden met een klinker die lang wordt, de woorden op -man en de woorden zonder meervoud of zonder enkelvoud.
- Taalunie, Taaladvies.net: Centrums of centra, museums of musea, Datums of data, Queries of query’s, Cao’en of cao’s, Dreumessen of dreumesen, Methodes of methoden, Leraars of leraren, Collegae of collega’s, Bacterieën of bacteriën, Sommige of sommigen, Groententaart of groentetaart en Tussenklanken in samenstellingen. De regel voor de apostrof, de Latijnse woorden, de dubbele meervouden, de verschillen tussen Nederland en België en de regel voor de tussen-n.
- Hans Broekhuis en Evelien Keizer, Nominal features (number, gender and person), Taalportaal, Instituut voor de Nederlandse Taal, versie van december 2015. De klemtoon als vuistregel voor -en of -s, met kanon en canon als voorbeeld.
- Taalunie, Woordenlijst Nederlandse Taal, geraadpleegd op 3 oktober 2026. Het meervoud van de voorbeeldwoorden in de tabellen, en onze telling van 31 woorden met twee of meer meervouden op 164.
Geschreven door
Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.
Verder lezen in Maatschappelijk
Taalniveau B1 uitgelegd en wat er klopt van de 80 procentTaalniveau B1 is het derde van zes Europese taalniveaus. Lees wat je dan kunt, waar het een eis is en wat er klopt van de 80 procent.
Het belang van goede teksten voor je lezer en je bedrijfGoede teksten zijn teksten die de lezer in één keer begrijpt en die waarmaken wat de titel belooft. Lees waarom dat telt.
De rol van tekst op social media, naast foto en videoTekst op social media is alles wat je schrijft bij een bericht, foto of video. Lees waarom die woorden nog het verschil maken.
Betoog schrijven met voorbeeld, opbouw en 20 stellingenEen betoog schrijven doe je om de lezer van je standpunt te overtuigen. Lees de opbouw, een voorbeeld en wat je school ervan vraagt.