Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Ondernemen

Beursgang: de voordelen, de nadelen en de verplichtingen

Een beursgang is de eerste verkoop van aandelen aan het publiek. Lees de voordelen, de nadelen en welke verplichtingen daarna gelden.

Team Kennisdomein Door bijgewerkt op 7 minuten lezen
Naar de beurs met je bedrijf

In het Engels heet die stap een initial public offering, afgekort IPO. Je haalt er geld op dat je niet hoeft terug te betalen, en je levert er zeggenschap en openheid voor in. De verplichtingen staan in de Wet op het financieel toezicht. Een beursgenoteerde onderneming stelt haar jaarcijfers binnen vier maanden na het boekjaar algemeen verkrijgbaar en haar halfjaarcijfers binnen drie maanden na de eerste zes maanden. Kwartaalcijfers zijn in Nederland geen wettelijke plicht, ook al publiceren veel bedrijven ze wel.

Wat een beursgang is

Bij een beursgang laat een onderneming haar aandelen toe tot de handel op een gereglementeerde markt. Beleggers kunnen die aandelen daarna vrij kopen en verkopen, terwijl de koers tot stand komt door vraag en aanbod. Het bedrijf zelf ontvangt daarbij geld uit de aandelen die bij de introductie nieuw worden uitgegeven.

Voor die toelating moet er een prospectus zijn, goedgekeurd door de toezichthouder. De regels daarvoor staan sinds 2019 in de Europese prospectusverordening, waaraan de Wet op het financieel toezicht op tientallen plaatsen refereert. In dat document staat namelijk wat de onderneming doet, hoe zij ervoor staat en welke risico’s een belegger loopt. Zolang dat prospectus niet is goedgekeurd, mag je geen aandelen aan het publiek aanbieden.

Let op de dubbele betekenis van het woord beurs. Deze pagina gaat over de effectenbeurs. Wil je weten wat er komt kijken bij een stand op een vakbeurs, dan lees je daarover in een apart artikel.

Waarom bedrijven naar de beurs gaan

Geld is bijna altijd de eerste reden. Aandeelhouders brengen namelijk kapitaal in dat geen rente kost en dat niet hoeft te worden afgelost. Daardoor kan een onderneming een product ontwikkelen, uitbreiden of een overname betalen. Bovendien wordt lenen daarna vaak eenvoudiger, omdat een beursgenoteerd bedrijf meer cijfers openbaar maakt en dus beter te beoordelen is.

De tweede reden is zichtbaarheid. Een beursgang levert media-aandacht op, en vervolgens bij elke cijferpresentatie opnieuw. Zo werkt het door in hoe klanten en leveranciers naar het bedrijf kijken. Hoe die aandacht uitpakt, valt niet te sturen, en negatief nieuws reist net zo snel als goed nieuws. Wat aandacht wel en niet doet voor een merk, staat in het artikel over awareness en naamsbekendheid.

De derde reden gaat over mensen. Een notering maakt het makkelijker om personeel te vinden en te houden, deels omdat je met aandelen kunt belonen. Vooraf zijn personeelsaandelen echter lastig te waarderen, want er is nog geen koers. Na de notering is die waarde er wel, waardoor het medewerkers aan de lange termijn bindt. Meer over die kant van ondernemen lees je bij de kracht van de juiste mensen.

De verplichtingen na een beursnotering

Over de verplichtingen na een beursgang gaat het vaakst iets mis in wat mensen denken te weten. Veel bronnen schrijven dat een beursgenoteerd bedrijf viermaal per jaar cijfers moet publiceren. De Wet op het financieel toezicht kent die kwartaalplicht niet. Wat de wet wel eist, staat hieronder.

VerplichtingTermijnGrondslag
Jaarlijkse financiële verslaggevingbinnen vier maanden na het boekjaarartikel 5:25c Wft
Halfjaarlijkse verslaggevingbinnen drie maanden na de eerste zes maandenartikel 5:25d Wft
Bewaartermijn van die stukkenten minste tien jaar beschikbaar voor het publiekartikel 5:25d Wft
Melding van een groot belangvanaf drie procent van kapitaal of stemmenartikel 5:38 Wft
Kwartaalcijfersgeen wettelijke termijnniet in de Wft
Bron: Wet op het financieel toezicht, de artikelen 5:25c, 5:25d en 5:38.

Die meldingsplicht raakt overigens niet het bedrijf maar zijn aandeelhouders. Wie de drempel van drie procent bereikt, overschrijdt of onderschrijdt, meldt dat aan de toezichthouder. Daarna volgen de drempels van vijf, tien, vijftien, twintig, vijfentwintig, dertig, veertig, vijftig, zestig, vijfenzeventig en vijfennegentig procent. Zo is voor iedereen te zien wie zeggenschap opbouwt, en dat is precies de reden dat een vijandige overname zich niet ongemerkt kan voltrekken.

Daarnaast kosten die verplichtingen geld, en die last begint bij de beursgang zelf. Accountantscontrole, juridisch werk en de communicatie rond de cijfers komen er structureel bij. Dat is geen eenmalige post bij de beursgang maar een jaarlijkse last, en veel ondernemers schatten die te laag in.

De keerzijde van een beursnotering

Het eerste risico van een beursgang zit in de introductie zelf. De introductiekoers maal het aantal aandelen bepaalt hoeveel geld je ophaalt. Valt de belangstelling lager uit, dan haal je minder op dan je nodig had. Bovendien is dat meteen openbaar.

Daarna heb je de koers niet meer in de hand. Vraag en aanbod bepalen hem, en een dalende koers raakt niet alleen je beleggers maar ook de naam van je bedrijf. Er ontstaat bovendien druk om elke cijferpresentatie goed te laten uitkomen. Die druk kan ertoe leiden dat een bestuur kortetermijnwinst laat voorgaan op onderhoud en ontwikkeling, wat de onderneming op termijn juist zwakker maakt.

Het derde risico is de overname. Je aandelen zijn voor iedereen te koop, dus ook voor een partij die je niet wilt. Beschermingsconstructies kunnen dat moeilijker maken, hoewel ze het risico niet wegnemen. Tegelijk maakt de meldingsplicht vanaf drie procent zichtbaar dat iemand een positie opbouwt.

Wanneer een beursgang niet past

De vraag is zelden of een beursgang kan, maar vooral of hij het middel is voor wat je wilt. Is naamsbekendheid het doel, dan zijn er goedkopere wegen en houd je de zeggenschap. Voor geld is een lening of een investeerder een alternatief dat je niet verplicht tot halfjaarcijfers. En personeel bind je ook met winstdeling of een goede arbeidsvoorwaardenregeling.

Weeg dus de kosten en de baten tegen elkaar af, en reken de jaarlijkse lasten van de verplichtingen mee. Een goed onderbouwd plan helpt bij elk van die routes, want een financier vraagt dezelfde onderbouwing als een belegger. Hoe je dat opzet, staat in het artikel over zelf een bedrijfsplan schrijven.

Veelgestelde vragen over een beursgang

Wat is een IPO

IPO staat voor initial public offering, de eerste aanbieding van aandelen aan het publiek. Het is dus het Engelse woord voor een beursgang. Het bedrijf haalt geld op met de aandelen die bij de introductie nieuw worden uitgegeven.

Moet een beursgenoteerd bedrijf kwartaalcijfers publiceren

Nee, dat is in Nederland geen wettelijke plicht. De Wet op het financieel toezicht eist de jaarcijfers binnen vier maanden na het boekjaar. De halfjaarcijfers volgen binnen drie maanden na de eerste zes maanden. Veel beursgenoteerde bedrijven publiceren daarnaast vrijwillig kwartaalcijfers, omdat beleggers daaraan gewend zijn.

Vanaf welk percentage moet een aandeelhouder zich melden

Vanaf drie procent van het kapitaal of de stemmen, op grond van artikel 5:38 van de Wet op het financieel toezicht. Daarna gelden opnieuw meldingen bij vijf, tien, vijftien, twintig, vijfentwintig, dertig, veertig, vijftig, zestig, vijfenzeventig en vijfennegentig procent. De melding gaat naar de toezichthouder en wordt daarna openbaar.

Heb je een prospectus nodig voor een beursgang

Ja. Voor een aanbieding van aandelen aan het publiek is een door de toezichthouder goedgekeurd prospectus nodig. De eisen staan sinds 2019 in de Europese prospectusverordening, waarnaar de Wet op het financieel toezicht verwijst. Daarin staan de activiteiten, de financiële positie en de risico’s van de onderneming.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op , laatst bijgewerkt op . Geschreven door onze eigen redactie en nagelopen op feiten, cijfers en bronnen.

Klopt er iets niet, of mis je iets? Laat het ons weten. We lopen het na en passen het artikel aan.

Bronnen

  • Wet op het financieel toezicht, de geldende tekst op wetten.overheid.nl: artikel 5:25c voor de jaarlijkse financiële verslaggeving binnen vier maanden na het boekjaar, artikel 5:25d voor de halfjaarlijkse verslaggeving binnen drie maanden na de eerste zes maanden en de bewaartermijn van ten minste tien jaar, en artikel 5:38 voor de meldingsplicht met de drempelwaarden vanaf drie procent. In de wet staat geen verplichting tot kwartaalcijfers; de tientallen verwijzingen naar de prospectusverordening staan er wel.
  • Verordening (EU) 2017/1129, de prospectusverordening, waarnaar de Wet op het financieel toezicht verwijst voor de eis van een goedgekeurd prospectus bij een aanbieding van effecten aan het publiek.
Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein en geen persoon. De kern wordt gevormd door Chadli Hachani en Sonja Schwedersky, aangevuld met vaste schrijvers en meelezers per onderwerp.

Schrijft over Maatschappelijk, Ondernemen, Producten en Marketing.

Verder lezen in Ondernemen

Alle artikelen in Ondernemen